Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:310
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
894 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.119
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
1. De staatssecretaris heeft op 24 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
1.1.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
1.2.
De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
1.3.
Eiser heeft hierop gereageerd.
1.4.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 9 januari 2024 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting zal worden behandeld.
Beoordeling
2. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn.
3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 of bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
4. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en deze zittingsplaats van 8 december 2023 (in de zaak NL23.37150) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (op 5 december 2023) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 5 december 2023 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.
5. Eiser voert aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering.
6. Deze beroepsgrond slaagt niet. De aanvraag om een laissez-passer is nog in behandeling. Uit de voortgangsrapportage volgt dat de staatssecretaris sinds het sluiten van het onderzoek in het eerste beroep bij de Marokkaanse autoriteiten heeft gerappelleerd op 12 december 2023. Ook heeft de staatssecretaris twee vertrekgesprekken met eiser gehouden, namelijk op 28 december 2023 en op 2 januari 2024. Dit is voldoende voor de conclusie dat de staatssecretaris voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser werkt.
7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens geen grond om, ambtshalve toetsend, te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Vruwink – Eertink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Dit is mogelijk op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.
Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.