Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-07
ECLI:NL:RBDHA:2024:3057
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
833 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.39090
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
geboren op [geboortedatum]
van Azerbeidjaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Procesverloop
Eiser heeft op 27 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Eiser heeft op 13 december 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris).
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat
een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend
zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn
verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser bij brief van 7 december 2023 aan de
staatssecretaris heeft meegedeeld dat hij in gebreke is tijdig een beslissing te nemen op de
aanvraag van 27 augustus 2022. Op grond van artikel 4:17, derde lid van de Awb vangt de
termijn van twee weken als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid van de Awb aan één dag na
ontvangst van de ingebrekestelling, in de situatie van eiser op 8 december 2023. De
rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken op 23 december 2023. Eiser
heeft het beroepschrift ingediend op 13 december 2023. Het beroep voldoet daarom niet aan
de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in
artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.