Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-28
ECLI:NL:RBDHA:2024:2919
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
879 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.775
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 22 februari 2024 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. van der Toorn),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J.R. Brock).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 22 februari 2024 op zitting te Breda behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. De staatssecretaris heeft de rechtbank op 31 januari 2024 bericht dat eiser met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken. Hij heeft ter onderbouwing een screenshot overgelegd van de COA-registratie waaruit blijkt dat eiser op 17 januari 2024 met onbekende bestemming is vertrokken.
2. De gemachtigde van eiser heeft in antwoord op vragen van de rechtbank op 2 februari 2024 meegedeeld dat hij op 15 januari 2024 voor het laatst contact heeft gehad met zijn cliënt, dat hij niet weet waar zijn cliënt zich bevindt en dat hij geen contactgegevens heeft van zijn cliënt, zodat hij hem niet heeft kunnen informeren over de geplande zitting.
3. De rechtbank volgt de vaste lijn van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, dient er in beginsel vanuit te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. Nu niet is gebleken dat eiser nog contact heeft met zijn gemachtigde, of dat de gemachtigde bekend is met eisers verblijfplaats in Nederland, oordeelt de rechtbank dat eiser geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.