Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:277
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
482 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/5966
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 januari 2024 in de zaak tussen
[naam] , eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak AWB 23/2409, op 25 oktober 2023 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker is verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/2409, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.