Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-27
ECLI:NL:RBDHA:2024:24022
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,071 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2024:24022 text/xml public 2026-04-08T10:01:16 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2024-12-27 09/115949-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:24022 text/html public 2026-04-08T10:00:50 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2024:24022 Rechtbank Den Haag , 27-12-2024 / 09/115949-24 Veroordeling voor overtreding van de Wegenverkeerswet. Door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag heeft de verdachte - als bestuurder van een personenauto - een verkeersongeval met een fietser veroorzaakt, met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Geldboete van 1.000,- euro en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd. Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/115949-24 Datum uitspraak: 27 december 2024 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [de verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 13 december 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.P. Tuinenburg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. L. Tricoli naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks [datum] 2023 te Nieuwkoop als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto met aanhangwagen), daarmede rijdende over de weg, de Elleboogvaart zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen: hij, verdachte aldaar, - onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of - geen voorrang heeft verleend aan een op de fietsoversteekplaats overstekende fietser waardoor hij met zijn motorrijtuig in botsing is gekomen met die fietser, waardoor een ander te weten die fietser (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheurwond op het behaarde hoofd en/of een bloeding in de schedel en/of een hersenkneuzing en/of een breuk in het achterhoofdsbeen van de schedel met bloed onder het spinnewebvlies van de hersenen en/of een breuk in het scheenbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks [datum] 2023 te Nieuwkoop als bestuurder van een voertuig (auto met aanhangwagen), daarmee rijdende op de weg, de Elleboogvaart, als volgt heeft gehandeld: hij, verdachte aldaar, - onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of - geen voorrang heeft verleend aan een op de fietsoversteekplaats overstekende fietser waardoor hij met zijn motorrijtuig in botsing is gekomen met die fietser, waardoor een ander te weten die fietser (genaamd [slachtoffer] ) letsel heeft bekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. 3 De bewijsbeslissing 3.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. 3.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde bepleit. Op specifieke verweren gaat de rechtbank hierna in, voor zover dat nodig is. 3.3. Gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2023365735, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 20 en het daarin opgenomen, apart genummerde proces-verbaal Forensische Opsporing Verkeer, doorgenummerd pagina 1 t/m 42). 1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 13 december 2024, voor zover inhoudende: Ik reed als bestuurder van een auto. Het klopt dat ik door Nieuwkoop reed op de Churchilllaan. Het klopt dat daar een fietsoversteekplaats is en dat ik daar voorrang moet verlenen. De lichten gingen aan. Ik merkte dat ze (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) er was toen de botsing was gebeurd. 2. Het geschrift, te weten een letselbeschrijving betreffende [slachtoffer] , voor zover inhoudende (p. 19): Betrokkene werd op 22-11-2023 gezien op de Spoedeisende Hulp van het Leids Universitair Medisch Centrum. Tijdens het lichamelijk onderzoek werd het volgende letsel waargenomen: - Achter op het behaarde hoofd een scheurwond van ongeveer 4 centimeter. Bij aanvullend beeldvormend onderzoek werden de volgende afwijkingen waargenomen: - Een bloeding in de schedel rechtsvoor met aanwijzingen voor hersenkneuzing rechts en links aan de zijkant van de hersenen; - Een breuk in het achterhoofdsbeen van de schedel met bloed onder het spinnenwebvlies van de hersenen; - Een breuk in het rechter scheenbeen in het gedeelte dat in het kniegewricht ligt. Opname vond plaats van 22 t/m 28 november 2023 op de afdeling neurologie ter behandeling en observatie van het letsel in de schedel. De breuk in de knie werd aanvankelijk behandeld met een gipsverband en pijnstilling en tijdens een nieuwe opname van 7 t/m 11 december 2023 operatief behandeld. Behandelaar was eind december 2023 nog niet in staat om een uitspraak te doen over de mate van herstel en de duur van het herstel. Ondergetekende verwacht eerder een herstelduur van maanden dan van weken. De breuk in het scheenbeen kan leiden tot functionele beperkingen en versnelde slijtage van het kniegewricht. 3. Het proces-verbaal Forensische Opsporing Verkeer, opgemaakt op 4 maart 2024, voor zover inhoudende: Incident Datum: [datum] 2023, omstreeks 9.05 uur Locatie: Churchilllaan te Nieuwkoop Op de Churchilllaan te Nieuwkoop heeft een ongeval plaatsgevonden tussen een personenauto met aanhangwagen en een fietser. De fietser reed op het fietspad (de Elleboogvaart) over de fietsoversteekplaats. De bestuurder van de personenauto had ter hoogte van de haaientanden voorrang moeten verlenen aan de fietser. De navolgende omschrijving van de wegsituatie is gezien vanuit de rijrichting van de personenauto. Wij zagen dat de plaats van het verkeersongeval de volgende wegmarkeringen en verkeerstekens had: - haaientanden; - knipperende ambergele verlichting in het wegdek, welke enkel in werking traden wanneer er verkeer naderde over het fietspad; - een verkeersplateau voorzien van verhoging tot voorbij het fietspad, met op de verhoging gemarkeerde pianostrepen; - voetgangersoversteekplaats; - blokmarkering van de fietsersoversteek. Wij zagen dat: - de Churchilllaan voor het openbaar verkeer opengesteld was; - voor bestuurders die de Elleboogvaart over de Churchilllaan naderden werd de voorrangssituatie kenbaar gemaakt door middel van het bord conform model B6 met gele omkadering en knipperende ambergele lichten met onderbord voorzien van de afbeelding fietsers van 2 richtingen (modelnummer B060B5030B02f) van bijlage 1 van het RVV 1990 als bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990; - voor bestuurders die de Elleboogvaart over de Churchilllaan in de richting van Het Lange Stuk naderden circa 30 a 35 meter voor het fietspad het informatiebord conform model L303 “denk aan onze kinderen” aangeduid werd.
Volledig
Gezien het krasspoor op het fietspad en de sporen op de band van de fiets, is het zeer waarschijnlijk dat de confrontatie tussen de personenauto en de fiets op de fietsersoversteekplaats gebeurd is. Wij zagen dat: - het verloop, de toestand en de inrichting van de weg, voorafgaand aan het verkeersongeval, niet van invloed kunnen zijn geweest op het ontstaan en de toedracht van het verkeersongeval; - de verkeerstekens op het wegdek wel zichtbaar waren voor de betrokken weggebruikers; - het zicht op de verkeersborden niet gehinderd werd door obstakels in de omgeving. De omgeving was duidelijk te overzien en de voorrangssituatie was geregeld voor middel van bebording en haaientanden voor de personenauto. De bestuurder van de personenauto had voorrang moeten verlenen aan de voor hem van links komende bestuurder van de fiets. Er was geen sprake van uitzichtbelemmering door objecten in de omgeving. 3.4. Bewijsoverwegingen Het ongeval De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat op [datum] 2023 op de kruising van de Churchilllaan en de Elleboogvaart te Nieuwkoop een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waarbij de verdachte met een door hem bestuurde personenauto in botsing is gekomen met een fietser, [slachtoffer] . Als gevolg van het ongeval is bij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel ontstaan in de vorm van een breuk in het achterhoofdsbeen van de schedel, een bloeding in de schedel, een breuk in het rechter scheenbeen en een scheurwond op het achterhoofd. Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is. Het juridische begrip “schuld” houdt in dat minimaal sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is niet in zijn algemeenheid aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW, maar komt het daarbij aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld en overweegt daartoe als volgt. De plek waar het ongeval heeft plaatsgevonden betreft een voor fietsers ingericht oversteekpunt. De verkeerssituatie is geregeld door middel van haaientanden, een blokmarkering, een informatiebord en een verkeersbord B6 met knipperende lichten. Het zicht op de kruising werd niet gehinderd door objecten in de omgeving. De verdachte is met zijn auto de fietsoversteekplaats genaderd. Hij heeft gezien dat de waarschuwingslichten knipperden, wat betekende dat er verkeer naderde over het fietspad. De verdachte is doorgereden, heeft geen voorrang verleend aan [slachtoffer] en is met de linker voorzijde van zijn auto tegen de rechterzijde van [slachtoffer] op haar fiets aangekomen, waardoor [slachtoffer] ten val is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank had de verdachte bij het oprijden van de kruising beter moeten kijken naar het verkeer dat op de kruisende weg reed, te meer nu hij wist dat de waarschuwingslichten brandden. Het is een algemeen geldende verkeersregel om doorlopend oplettend te zijn op verkeerssituaties en overige verkeersdeelnemers, in het bijzonder kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers. De verdachte heeft bovendien ter terechtzitting verklaard bekend te zijn met de betreffende kruising en hij had op de hoogte moeten zijn van de verkeerssituatie. De conclusie is dat de fietser voor de verdachte goed zichtbaar was en dat hij haar had kunnen en moeten zien door beter op te letten en vervolgens zijn rijgedrag aan te passen aan de omstandigheden. Er is daarom sprake van schuld aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW. Conclusie De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. 3.5. De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: hij op [datum] 2023 te Nieuwkoop als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto met aanhangwagen), daarmede rijdende over de weg, de Elleboogvaart , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend als volgt te handelen: hij, verdachte aldaar, - onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse en - geen voorrang heeft verleend aan een op de fietsoversteekplaats overstekende fietser waardoor hij met zijn motorrijtuig in botsing is gekomen met die fietser, waardoor die fietser (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheurwond op het behaarde hoofd en een bloeding in de schedel en een hersenkneuzing en een breuk in het achterhoofdsbeen van de schedel met bloed onder het spinnenwebvlies van de hersenen en een breuk in het scheenbeen werd toegebracht. 4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. 6.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, primair verzocht om de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel. Subsidiair heeft de raadsman verzocht een geldboete of taakstraf op te leggen conform de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. De verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, waardoor hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt met zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer als gevolg. Het ongeval heeft een grote impact gehad op het leven van het slachtoffer. Uit het dossier en uit haar verklaring ter terechtzitting blijkt dat zij tot op de dag van vandaag met de fysieke en mentale gevolgen van het verkeersongeval kampt. Zij is nog steeds bezig met revalideren en het is onduidelijk in hoeverre zij volledig zal herstellen. De rechtbank houdt rekening met de houding van de verdachte na het ongeval en ter terechtzitting. De verdachte is na het ongeval met bloemen bij het slachtoffer aan de deur geweest en de rechtbank heeft op de terechtzitting een schuldbewuste man gezien die spijt heeft van hetgeen hij heeft veroorzaakt. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 11 november 2024, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. De rechtbank betrekt in haar oordeel ook dat de verdachte al tientallen jaren over zijn rijbewijs beschikt en, gelet op het strafblad, niet eerder voor een verkeersfeit met politie en justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin is vermeld welke straffen doorgaans worden opgelegd voor overtreding van artikel 6 WVW. Daarin wordt onder meer gedifferentieerd naar de mate van schuld en de gevolgen voor het slachtoffer.