Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-08
ECLI:NL:RBDHA:2024:23870
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
10,131 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2024:23870 text/xml public 2026-03-25T11:21:21 2025-09-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2024-11-08 NL24.27602, NL24.27606, NL24.27603, NL24.27712 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening+bodemzaak NL Amsterdam Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23870 text/html public 2026-03-25T11:20:54 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2024:23870 Rechtbank Den Haag , 08-11-2024 / NL24.27602, NL24.27606, NL24.27603, NL24.27712 Colombiaanse broers, gesteld vrees voor vervolging guerillagroepering de Segunda Marquetalia en geen effectieve bescherming van de autoriteiten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder geen gevolg gegeven aan de eerdere uitspraak van de rechtbank. Wederom te veel ingezoomd op marginale tegenstrijdigheden en daarbij het medische advies onvoldoende in acht genomen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verklaringen van de broers op essentiële onderdelen consequent. Verweerder had meer waarde moeten hechten aan de overgelegde bewijsstukken en had de openbare bronnen bij de beoordeling moeten betrekken. Beroep gegrond. uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL24.27602 en NL24.27606 (beroepen) NL24.27603 en NL24.27712 (voorlopige voorzieningen) V-nummers: [V nummer 1] en [V nummer 2] Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser 1] , eiser 1, geboren op [geboortedatum 1] 2000, en [eiser 2] , eiser 2, geboren op [geboortedatum 2] 1996, beiden van Colombiaanse nationaliteit, samen eisers en verzoekers, hierna: eisers (gemachtigde: mr. L.M. Weber) en de minister van Asiel en Migratie1, verweerder (gemachtigde: mr. F. Gieskes). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordelen de rechtbank en de voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) de beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen en hun verzoeken om een voorlopige voorziening. 1.1. Eisers hebben op 14 mei 2023 aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvragen met de besluiten van 28 mei 2023 in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft verweerder aan eisers een terugkeerbesluit uitgevaardigd en een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Eisers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening gevraagd. 1.2. Deze rechtbank heeft met de uitspraak van 11 juli 20232 de beroepen gegrond verklaard, de besluiten van 28 mei 2023 vernietigd en verweerder opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van die uitspraak een nieuwe beslissing te nemen op de asielaanvragen van eisêrs, met inachtneming van die uitspraak. 1 Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. 2 Zaaknummers: NL23.15718 en NL23.15721 (beroepen), NL23.15719 en NL23. l 5722 (voorlopige voorzieningen). 1.3. Verweerder heeft eisers aanvullend gehoord op 4 maart 2024. Met de besluiten van 2 juli 2024 heeft verweerder de asielaanvragen van eisers opnieuw afgewezen als kennelijk ongegrond en aan hen een terugkeerbesluit uitgevaardigd en een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. De beroepen en de verzoeken om een voorlopige voorziening die de rechtbank in deze uitspraak beoordeelt richten zich tegen deze besluiten (hierna: de bestreden besluiten). 1.4. De rechtbank heeft de zaken op 21 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, M. Fissers als tolk in de Spaanse taal en de gemachtigde van verweerder. Asielrelaas 2. Eisers hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij problemen hebben ondervonden met de guerrillagroepering [melitie] . Eisers zijn door de groepering gevraagd om zich bij hen aan te sluiten. Nadat zij dit hebben geweigerd, zijn zij achtervolgd door een grijze auto en met de dood bedreigd via WhatsApp. Eisers hebben aangifte gedaan van de bedreigingen via de telefoon. Na de bedreigingen zijn eisers ondergedoken bij een boerderij. Toen is er op één dag meerdere keren een motor langsgereden bij hun ouderlijk huis. Omdat eisers niet langer in angst ondergedoken konden leven, zijn zij naar Nederland gevlucht. Toen eisers ondergedoken zaten en na aankomst in Nederland, zijn er twee pamfletten met als afzender de [melitie] onder de deur van het ouderlijk huis geschoven. 2.1. Het asielrelaas van eisers bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: - Identiteit, nationaliteit en herkomst, en - Problemen met de guerrillagroepering [melitie] . 2.2. Verweerder acht het relevante element identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar het relevante element problemen met de guerrillagroepering [melitie] ongeloofwaardig. De motivering van verweerder in de vernietigde besluiten van 28 mei 2023 3. In de vernietigde besluiten van 28 mei 2023 heeft verweerder dat als volgt gemotiveerd. Verweerder stelt dat eisers inconsistent en tegenstrijdig hebben verklaard over hun verblijf op de werkboerderij en de bezoeken van de guerrillagroepering daar. Ook stelt verweerder dat het feit dat eisers nog twee weken op de boerderij hebben gewerkt, na het laatste bezoek van de groepering, afbreuk doet aan hun gestelde vrees voor de guerrillagroepering. Daarnaast is het volgens verweerder onlogisch dat eisers vervolgens naar hun ouderlijk huis zijn gegaan, terwijl zij dit adres aan de groepering hadden doorgegeven. Volgens verweerder kan niet worden vastgesteld of de bedreigingen, die eiser 2 via zijn telefoon heeft ontvangen, daadwerkelijk afkomstig zijn van de [melitie] . Ook hebben eisers vaag en tegenstrijdig verklaard over de inhoud en data van deze dreigberichten. Volgens verweerder is onduidelijk en tegenstrijdig verklaard over de reden dat de WhatsAppberichten en screenshots hiervan niet meer op de telefoon van eiser 2 staan. De stellingen van eisers, dat zij zijn achtervolgd door een grijze auto en dat de motorrijders die hun moeder bij haar huis heeft gezien leden van de [melitie] , zijn volgens verweerder gebaseerd op vermoedens. Ook de stelling dat het pamflet dat onder de deur van de moeder van eisers is doorgeschoven afkomstig is van de [melitie] , is volgens verweerder gebaseerd op vermoedens. Bovendien vindt verweerder het bevreemdend dat eisers al wisten van het pamflet tijdens het nader gehoor terwijl de datum op het pamflet dezelfde is als die van het nader gehoor. Daarbij is de naam van eiser 2 verkeerd gespeld op het pamflet. Eisers hebben volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat zij geen bescherming van de autoriteiten in Colombia kunnen krijgen, nu zij aangifte van de bedreigingen konden doen en zij probleemloos een paspoort konden aanvragen. Verweerder stelt dat de gedwongen verhuizing los staat van een eventueel gebrek aan bescherming van de autoriteiten, omdat eisers zelf besloten om onder te duiken. Ten slotte doen de tegenstrijdige verklaringen van eisers over hoelang zij ondergedoken hebben gezeten bij hun neef in Manizales, afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gestelde vrees. Het oordeel van de rechtbank in de uitspraak van 11 juli 2023 4. De rechtbank heeft de besluiten van 28 mei 2023 vernietigd met de volgende motivering. "3.5 De rechtbank is van oordeel dat eisers consistent hebben verklaard dat zij enige tijd hebben gewerkt op een boerderij in het departement Cauca, waar zij zijn benaderd door de [melitie] . Eisers hebben ook allebei verklaard dat eiser 2 door de [melitie] is benaderd via WhatsApp en dat hij bedreigingen heeft ontvangen. Eisers hebben weliswaar niet eenduidig verklaard over de periode waarin zij verbleven op de werkboerderij en over de datum van het tweede bezoek aan de werkboerderij door de [melitie] , maar dat betekent volgens de rechtbank niet dat hierdoor de problemen met de [melitie] niet geloofwaardig moeten worden geacht. De verklaringen van eisers worden immers ondersteund door de screenshots van de WhatsAppberichten en de aangifte die eiser 2 heeft gedaan.
Volledig
Overigens merkt de rechtbank op dat de verklaringen omtrent de periode waarin eisers op de boerderij hebben gewerkt niet opvallend veel uiteen lopen, waarbij de rechtbank ook waarde hecht aan de stelling van eisers dat zij niet gewend zijn precieze data te onthouden. 3.6 Verder acht de rechtbank, in tegenstelling tot verweerder, het niet per se onlogisch dat eisers na het bezoek van de groepering op de werkboerderij nog een aantal weken zijn gebleven en vervolgens terug naar hun ouderlijk huis zijn gegaan, waarvan zij het adres aan de groepering hadden gegeven. Eisers hebben uitgelegd dat zij op hun loon wilden wachten en niet te opvallend wilden vertrekken. Indien zij direct zouden zijn vertrokken, zouden zij geen loon hebben gekregen. Ook hebben zij verklaard dat zij niet hadden verwacht dat de groepering hen ook op het adres van hun ouders zou opzoeken en dat zij bovendien geen andere plek hadden om naartoe te gaan. 3.7 Eisers hebben verklaard dat op twee verschillende dagen, 19 en 24 mei 2023, pamfletten afkomstig van de [melitie] onder de deur van hun ouderlijk huis zijn geschoven. In de pamfletten, gericht aan eiser 2, worden eisers beiden met de dood bedreigd nu zij niet zijn ingegaan op het voorstel van de [melitie] om zich bij die groepering aan te sluiten. Deze stelling wordt ondersteund door kopieën van de pamfletten en de vertaling daarvan die eisers hebben overgelegd, en door de verklaring van de ouders van eisers. Op de zitting heeft verweerder aangegeven het bevreemdend te vinden dat er een tweede pamflet is opgedoken. De rechtbank is het met verweerder eens dat het opvallend is dat er een tweede pamflet is opgedoken met de datum van 19 mei 2023, nu eisers dit pamflet hebben ingediend nadat zij werden geconfronteerd met het feit dat het eerste pamflet gedateerd was 24 mei 2023, de datum waarop hun nader gehoo,: plaatsvond. Daarbij wijst verweerder er ook op dat op de Nederlandse vertaling van het pamflet van 19 mei 2023, ook de datum van 24 mei 2023 is vermeld. 3.8 De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verweerder het ongeloofwaardig vindt dat twee pamfletten bij het ouderlijk huis van eisers zijn bezorgd. De rechtbank gaat ervan uit dat de twee data die genoemd zijn op een van de pamfletten, 19 mei en 24 mei 2023, een vergissing is van de vertaler, zoals de gemachtigde van eisers op zitting ook heeft aangegeven. Op de Spaanse versie van het pamflet van 19 mei 2023 staat immers alleen 19 mei 2023 vermeld, en niet ook 24 mei 2023. Eiseres hebben daarmee voldoende weerlegd dat er slechts één pamflet zou zijn, namelijk die gedateerd op 24 mei 2023. Indien verweerder de originele versies wil inzien, kan verweerder eisers in de gelegenheid stellen om de originele pamfletten bij hun familie op te vragen, zodat deze op de authenticiteit kunnen worden gecontroleerd. Verweerder dient daarbij op grond van vaste rechtspraak bij de beoordeling gebruik te maken van relevante externe geloofwaardigheidsindicatoren, waaruit naar voren komt hoe de [melitie] te werk gaat. 3.9 Voor zover door verweerder ter zitting is gesteld dat de pamfletten de enige externe en daarom potentieel bruikbare bewijsstukken zijn, is de rechtbank van oordeel dat er in ieder geval ook waarde kan worden gehecht aan de aangifte, en aan de verklaring van de oom en tante van eisers. Uit die verklaring blijkt dat een oom van eisers ook door een gewapende groepering is vermoord nadat hij zich niet bij hen wilde aansluiten. Eiser 2 heeft hier ook over verklaard tijdens zijn aanmeldgehoor. De verklaring van de oom en tante kan bijdragen aan de stelling van eisers over de wijze waarop groeperingen als de [melitie] rekruteren, en hun optreden als iemand daarop niet ingaat. 3.10 Volgens verweerder zijn de verklaringen over de motorrijders die zijn gezien door de moeder van eisers enkel gebaseerd op vermoedens. De rechtbank overweegt dat deze verklaringen van eisers worden ondersteund door de overgelegde vertaling van een brief van hun ouders. Uit deze brief blijkt ook dat het de motorrijders waren die een pamflet onder deur hebben geschoven. De datum van het pamflet komt bovendien overeen met de datum waarop de moeder van eisers de motorrijders zegt te hebben gezien. 3.11 De rechtbank is, in tegenstelling tot verweerder, van oordeel dat door de stukken die eisers na het bestreden besluit hebben overgelegd en de nieuwe informatie die daaruit voortkomt, het bestreden besluit achterhaald is. Door enkel te verwijzen naar de ongerijmdheden in de verklaringen, heeft verweerder op de zitting geen adequaat standpunt ingenomen over hoe deze stukken meewegen in de beoordeling van verweerder. Het enkel verwijzen naar de ongerijmdheden is onvoldoende voor de conclusie dat de problemen met de [melitie] niet geloofwaardig zijn. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zijn standpunt dat de problemen met de guerrillagroepering [melitie] niet geloofwaardig worden geacht, niet op deze wijze kan handhaven. Het bestreden besluit berust niet op een deugdelijke motivering. Ook op zitting heeft verweerder het motiveringsgebrek niet hersteld Verweerder zal een nieuwe beoordeling moeten maken, waarbij hij de nieuwe stukken op zichzelf en in onderlinge samenhang beoordeelt en waarbij hij gebruik maakt van de beschikbare landeninformatie over de [melitie] . " Motivering van verweerder in de bestreden besluiten S. In de bestreden besluiten heeft verweerder het asielrelaas van eisers opnieuw beoordeeld aan de hand van de verklaringen van eisers in het nader gehoor en het aanvullend gehoor, met toepassing van de nieuwe werkinstructie3. Verweerder heeft de asielaanvragen wederom afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat volgens verweerder aan de voorwaarden c4 en e5 van de nieuwe werkinstructie niet is voldaan. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd bevestigd dat de andere voorwaarden voor de geloofwaardigheid van het asielrelaas niet ter discussie staan. Beoordeling van de rechtbank Omvang van het geding en het beoordelingskader 6. De rechtbank stelt als eerste vast dat verweerder niet in hoger beroep is gegaan tegen de eerdere uitspraak van deze rechtbank, waardoor die uitspraak kracht van gewijsde heeft. Verweerder was dus in beginsel gehouden nieuwe besluiten te nemen op de asielaanvragen van eisers met inachtneming van die uitspraak. Verweerder heeft desgevraagd verklaard dat zij met de bestreden besluiten de door de rechtbank geconstateerde gebreken heeft hersteld, doordat eisers aanvullend zijn gehoord en een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling is gemaakt, waarbij gebruik is gemaakt van recente landeninformatie. Hiermee is volgens verweerder aan de opdracht van de rechtbank voldaan, waardoor de eerdere vaststellingen van de rechtbank inzake de geloofwaardigheid van het relaas van eisers achterhaald zijn. 7. De vraag die in deze procedures ter beoordeling voorligt is dus of verweerder met de bestreden besluiten aan de opdracht van de rechtbank heeft voldaan. Met andere woorden dient te worden beoordeeld of verweerder een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt van de verklaringen van eisers, met inachtneming van de uitspraak, en daarbij de overgelegde bewijsstukken op zichzelf en in onderlinge samenhang heeft beoordeeld en gebruik heeft gemaakt van de beschikbare landeninformatie over de Segunda Marquetalia. Deze vraag zal de rechtbank beantwoorden aan de hand van het kader dat is vastgesteld in de eerdere uitspraak. De rechtbank zal de tegenwerpingen van verweerder in de bestreden besluiten in dat kader beoordelen en aan de hand van wat eisers daartegen hebben aangevoerd en de stukken die zij hebben overlegd in deze procedure. 3 WI 2024/6 Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel). 4 De verklaringen van de vreemdeling zijn samenhangend en aannemelijk bevonden en zijn niet in strijd met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn verzoek. 5 Vast is komen te staan dat de vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd. Het tweede bezoek van de [melitie] aan de boerderij 8.
Volledig
Verweerder werpt in de bestreden besluiten eisers wederom tegen dat zij in het nader gehoor wisselend en inconsistent hebben verklaard over of er een tweede bezoek van de [melitie] aan de boerderij is geweest en of eisers direct contact met hen hadden. De verklaringen van eisers daarover zijn ongeloofwaardig geacht. 8.1. Eisers voeren onder verwijzing naar de eerdere uitspraak van de rechtbank aan dat hun verklaringen hierover in grote lijnen met elkaar overeenkomen. Verweerder heeft weer te veel focus gelegd op ongelijkheden in de verklaringen en daarmee geen rekening gehouden met de druk die eisers ervaarden en hun verklaringen dat zij zich dingen anders herinneren. 8.2. De rechtbank stelt vast dat in de eerdere uitspraak al was geoordeeld dat de verklaringen van eisers niet opvallend veel uiteen lopen en dat de tegenstrijdigheden niet betekenen dat de verklaringen van eisers in dat kader niet geloofwaardig zijn. Eisers hebben ook in het aanvullend gehoor in essentie hetzelfde verklaard over het tweede bezoek van de [melitie] op de boerderij.6 Eisers hebben beiden verklaard dat er een tweede bezoek is geweest van de [melitie] aan de boerderij en dat zij zich afzijdig hebben gehouden tijdens dat bezoek. Eisers hebben allebei verklaard dat het tweede bezoek een algemeen bezoek was dat erop gericht was om mensen füln te moedigen om zich aan te sluiten bij de groepering. De verschillen in de verklaringen tijdens het nader gehoor zijn bovendien na de confrontatie tijdens het nader gehoor zelf al weggenomen en daarna nog eens verduidelijkt in de correcties en aanvullingen. Verweerder is hier wederom ten onrechte aan voorbijgegaan. Daar komt bij dat in het medisch advies is aangegeven dat er beperkingen zijn die relevant zijn voor het horen en/of beslissen, te weten dat eisers niet in staat zijn om exacte data te benoemen. Verweerder heeft dit advies wederom onvoldoende kenbaar betrokken in haar besluitvorming. Verweerder heeft daarnaast zich te veel gericht op ongelijkheden en ten onrechte niet gekeken naar de samenhang en consistentie van de kern van de verklaringen. Het ondersteunend bewijs van de aangifte is, anders dan de rechtbank in de uitspraak had opgedragen, niet betrokken bij de beoordeling van het tweede bezoek van de [melitie] aan de boerderij. Uit het voorgaande volgt dat de tegenwerpingen van verweerder op dit punt geen stand houden. 8.3. De beroepsgrond slaagt. Telefonische bedreigingen 9. Verweerder werpt aan eisers tegen dat de screenshots van de doodsbedreigingen in de WhatsAppgesprekken niet verifieerbaar zijn en dat daardoor de waarde die eraan is toegekend beperkt is. Eisers hebben daarnaast wisselend verklaard over het aantal berichten dat is binnengekomen. 9.1. Eisers voeren aan dat de doodsbedreigingen via WhatsAppberichten passen binnen de context van hun verklaringen over hun problemen met de groepering. De 6 Eiser I op pagina 17 van het nader gehoor en pagina 11 en 12 van het aanvullend gehoor. Eiser 2 op pagina 21 en 22 van het nader gehoor en pagina 6 aanvullend gehoor. tegenstrijdigheid in de verklaringen over het aantal binnengekomen berichten ziet op details en is volgens eisers verschoonbaar. Eisers hebben duidelijk gemaakt dat de appjes dreigend van aard zijn en dat deze ook als dreigend zijn ervaren. De landeninformatie die beschikbaar is, ondersteunt bovendien dat dit de handelwijze van de groepering is. 9.2. De rechtbank heeft in haar eerdere uitspraak al geoordeeld dat de WhatsAppberichten als ondersteunend bewijs dienen voor de verklaringen van eisers over de bedreigingen, en dat ze in samenhang daannee en met de aangifte die eiser 2 heeft gedaan en de verklaringen van familieleden moeten worden beoordeeld. Uit de bestreden besluiten is niet kenbaar dat verweerder zo een beoordeling heeft gemaakt. Eisers hebben in de kern consistent en samenhangend verklaard over de bedreigingen. Hun verklaringen zijn te plaatsen in wat bekend is over de handelwijze van de groepering. Dat eiser I niet eenduidig heeft verklaard over het precieze aantal bedreigende berichten op de telefoon van eiser 2, heeft eiser I tijdens het aanvullend gehoor al uitgelegd en nog eens verduidelijkt in onder andere de correcties en aanvullingen. Op basis van de verklaringen, WhatsAppberichten, aangifte en verklaringen van familieleden, in onderlinge samenhang bezien, is het dan ook aannemelijk dat eiser 2 bedreigingen via WhatsApp heeft ontvangen van de [melitie] . Verweerder heeft onterecht hier een beperkte waarde aan toegekend. 9.3. De beroepsgrond slaagt. Aangifte bij de mensenrechtenorganisatie 10. Verweerder werpt in de bestreden besluiten tegen dat de aangifte bij de mensenrechtenorganisatie vanwege de gedwongen ontheemding geen namen bevat en dat daarin geen melding wordt gemaakt van de dreiging vanuit de [melitie] . Het in de zienswijze (en in beroep) overgelegde document is echter onleesbaar en kan daarom nie.t bijdragen aan de geloofwaardigheid van de gestelde problemen met de [melitie] . 10.1. Eisers voeren daartegen aan dat de ingebrachte documenten ondersteunend zijn voor de verklaringen van eisers dat zij twee keer gedwongen ontheemd zijn geraakt. In het tweede document worden de namen van eisers venneld. Bovendien blijkt uit de openbare bronnen dat gedwongen ontheemding een gevolg is van de handelwijze van gewapende groeperingen. Eisers onderbouwen hiermee hun stelling dat het geweld in Colombia onontkoombaar is. 10.2. Zoals ter zitting is vastgesteld zijn de namen op het tweede document niet leesbaar en kan dit document op zichzelf niet ter onderbouwing van de gestelde ontheemding dienen. De verklaringen van eisers over de gedwongen ontheemding en aangifte daarvan bij de mensenrechtenorganisatie komen onderling echter overeen en worden bovendien ondersteund door de verklaringen van hun familieleden over ontheemding door geweld en de infonnatie uit de algemene bronnen. Daarmee hebben eisers in elk geval een begin van onderbouwing aangeleverd. Verweerder heeft dit niet kenbaar betrokken in haar besluitvonning. De verklaringen van eisers over de ontheemding leggen extra gewicht in de geloofwaardigheidsbeoordeling van de gestelde problemen. 10.3. De beroepsgrond slaagt. Aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM) en inspanningen van eisers 11. Aan de aangifte komt volgens verweerder blijkens de bestreden besluiten een beperkte waarde toe, omdat het een kopie is en deze niet op echtheid kan worden onderzocht. Het bevat bovendien een subjectief relaas dat alleen gestoeld is op eigen verklaringen van eiser 2. Daarnaast stelt verweerder dat eiser 2 wisselend heeft verklaard over het aantal keren dat hij zijn telefoonnummer heeft gewisseld aan de hand van het advies van het OM. Dat doet af aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen over de aangifte. Ook werpt verweerder aan eisers tegen dat zij geen inspanning hebben geleverd om te achterhalen wat de stand van zaken is met betrekking tot de aangifte. Dit doet volgens verweerder afbreuk aan de gestelde vrees van eisers. In de bestreden besluiten heeft verweerder eisers vervolgens ook tegengeworpen dat zij tegenstrijdig en ongerijmd hebben verklaard over de advocaat in Colombia. Het is ongerijmd dat eiser 1 weet dat een advocaat in Colombia met hun zaak bezig is en eiser 2 niet, terwijl de advocaat een vriend van de familie is. Verweerder vindt het vreemd dat eiser 2 daar niet naar gevraagd heeft. 11.1. Eisers voeren aan dat zij een uitdraai van een online aangifte bij het Colombiaanse OM hebben overgelegd, die ondertekend is door eiser 2 en een verbalisant. Eisers hebben diverse keren geprobeerd om vanuit Nederland in te loggen op het online systeem van het OM om de voortgang van de aangifte te bekijken, maar hebben daartoe geen toegang gekregen. Ook de vader van eisers heeft vanuit Colombia geprobeerd de stand van zaken te achterhalen, maar dat is hem om privacy redenen niet gelukt. Eisers stellen dat zij dus wel degelijk inspanning hebben geleverd om te onderzoeken wat de stand van zake is met betrekking tot de aangifte. Zij hebben screenshots ter ondersteuning van de pogingen tot het inzien van de aangifte bijgevoegd.
Volledig
Wat verweerder aan nog meer inspanningen van ze verwacht is te vergaand en onredelijk. Ook heeft verweerder niet in acht genomen dat in de bedreigingen vermeld is dat zij geklikt zouden hebben aan de politie. Eisers stellen zich op het standpunt dat de politie hen heeft verraden aan de [melitie] , nu ook in de bedreigingen die zij hebben ontvangen staat dat de groepering van hun aangifte bij de politie afweet. De verhoudingen met de politie en de situatie in hun land van herkomst maakt ook dat zij minder geneigd zijn om actief onderzoek te doen naar de status van de aangifte. Eisers hebben daarbij nog uitgelegd waarom zij - ondanks hun vrees voor corruptie - toch aangifte hebben gedaan. Met betrekking tot het inschakelen van een advocaat heeft eiser 2 in het nader gehoor verklaard dat hij niet weet of iemand anders in de familie een advocaat heeft ingeschakeld. Hij heeft dat niet gehoord van zijn broer. Eiser I heeft verklaard dat zijn moeder tegen hem heeft gezegd dat er een advocaat bezig is met de zaak, maar dat hij niet weet hoe het er verder voor staat. Eisers hebben meermalen aangegeven dat zij slechts beperkt contact hebben met hun familie uit angst om afgeluisterd te worden. 11.2. Op grond van vaste jurisprudentie van zowel de Afdeling7 als ook het EHRM8 geldt bij een eerste asielaanvraag dat de asielzoeker niet mag worden tegengeworpen dat aan documenten geen bewijswaarde toekomt, omdat die documenten niet op authenticiteit 7 Afdeling bestuursrechtspraak voor de Raad van State. 8 Europees Hof voor de Rechten van de Mens. kunnen worden onderzocht.9 Dat bepaalde bewijsstukken alleen een subjectieve verklaring van derden of van de asielzoeker zelf bevatten, betekent evenmin dat aan die documenten geen enkele bewijswaarde toekomt.lO De rechtbank heeft in haar eerdere uitspraak al geoordeeld dat waarde kan worden gehecht aan de aangifte en dat de aangifte op zichzelf en in onderlinge samenhang met de verklaringen van eisers, de andere overgelegde bewijsstukken en wat bekend is uit de openbare bronnen dient te worden beoordeeld. Uit de motivering van de bestreden besluiten blijkt niet dat verweerder zo een beoordeling heeft gemaakt. De rechtbank stelt vast dat verweerder in de bestreden besluiten over elk bewijsstuk dat eisers hebben overgelegd heeft overwogen dat daaraan een beperkte waarde toekomt. Daaruit blijkt echter niet wat die beperkte waarde is en hoe zwaar die meeweegt in de geloofwaardigheidsbeoordeling van de verklaringen van eisers over het tweede element van hun relaas. Dit had gemoeten, te meer nu het om meerdere bewijstukken gaat die de verklaringen van eisers ondersteunen en ook binnen de context vallen van wat bekend is uit de openbare bronnen over de handelwijze van de gevreesde groepering en de mate van de bescherming die de autoriteiten daartegen bieden. 11.3. De rechtbank volgt verweerder niet in de tegenwerping dat eisers onvoldoende inspanningen hebben verricht om de status van hun aangifte te achterhalen. Verweerder sluit in de bestreden besluiten niet uit dat wat eisers over de verrichte inspanningen hebben verklaard juist is. Daar komt bij dat eisers hebben verklaard dat zij werden aangemerkt als 'verklikkers' en dat dit een onveilige situatie creëerde.11 Eisers hebben dit ook onderbouwd met de pamfletten waarin staat dat de afzenders weten dat zij verklikkers zijn geworden en bij het parket zijn geweest om daar aangifte te doen. Daarnaast hebben zij het advies van het OM gekregen dat zij niet zelf achter de aangifte aan moesten gaan, maar dat zij door hun zouden worden ingelicht als er nieuwe informatie beschikbaar was. Dit is ook ondersteund door de verklaringen die zij hebben afgelegd en de documenten die zij hierbij hebben overlegd. De tegenwerping dat eiser 2 wisselend heeft verklaard over het aantal keren dat hij van telefoonnummer is gewisseld, ziet op details en is naar het oordeel van de rechtbank niet essentieel voor de beoordeling van de gestelde bedreigingen. 11.4. Volledigheidshalve merkt de rechtbank in dit kader op dat verweerder de afwijzing van de asielaanvragen van eisers in de bestreden besluiten heeft gestoeld op het niet voldoen aan voorwaarden c en e van arti�el 31, zesde lid, Vw van de WI 2024/6. Ter zitting is dit desgevraagd bevestigd. De andere voorwaarden van dat artikel staan niet ter discussie. Aangenomen is dus dat alle relevante elementen waarover eisers beschikken zijn overlegd en er een bevredigende verklaring gegeven is omtrent het ontbreken van andere relevante elementen.12 Ook is aangenomen dat eisers een oprechte inspanning hebben geleverd om hun verzoeken te staven.13 Eisers hebben immers meerdere bewijsstukken overgelegd ter 9 Zie bijvoorbeeld de arresten van 18 december 2012, (F.N. tegen Zweden, nr. 28774/09, ECLI:CE:ECHR:2012:1218JUD002877409, M.A. tegen Zwitserland van 18 november 2014, nr. 52589/13, ECLI:CE:ECHR:2014:1118JUD005258913, en Singh tegen België van 2 oktober 2012, nr. 33210/11, ECLI:CE:ECHR:2012:1002JUD00332 IO11). 10 Zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1820. 11 Pagina 17 aanvullend gehoor eiser I en pagina 18 aanvullend gehoor eiser 2 in samenhang met aanvullingen in de ingediende correcties en aanvullingen van het aanvullend gehoor pagina 2. 12 Voorwaarde b van artikel 31, zesde lid, Vw. 13 Voorwaarde a van artikel 31, zesde lid, Vw. onderbouwing van hun asielrelaas. Verweerders tegenwerping dat onvoldoende inspanningen zijn verricht om de stand van zaken van de aangiftes te achterhalen is ook daarmee in strijd en onredelijk. De uitleg die eisers hebben gegeven over waarom de ene broer wel afwist van de advocaat en de andere niet, acht de rechtbank plausibel. Eisers hebben duidelijk verklaard dat zij weinig contact hebben met hun familie en dat er weinig met hen is besproken vanwege het gevaar. Het is dan ook onredelijk om dit aan hen tegen te werpen. Ook hebben eisers verklaard dat zij weinig vertrouwen hebben in de overheid. Het is dan ook begrijpelijk dat zij niet verder onderzoek doen naar de vraag of er wel of niet een advocaat bezig is met hun zaak. Verweerder gaat met deze vaststelling voorbij aan de kern van het asielrelaas, namelijk dat eisers problemen hebben met de [melitie] en voor hen vrezen. 11.5. De beroepsgrond slaagt. Pamfletten 12. Verweerder werpt eisers tegen dat de verklaringen over de pamfletten die naar eisers zijn gestuurd tegenstrijdig zijn en dat de uitleg die eisers hiervoor hebben gegeven onvoldoende is. In de bestreden besluiten is ook aan eiser 2 tegengeworpen dat hij heeft verklaard dat hij een van de pamfletten heeft ontvangen toen hij nog in Colombia was. Verweerder heeft geen genoegen genomen met de verklaring in de correcties en aanvullingen, dat eiser 2 daarmee de bedreiging via WhatsApp bedoelde. 12.1. Eisers voeren aan dat de rechtbank al eerder heeft vastgesteld dat de vertaler een fout heeft gemaakt met betrekking tot de datum op een van de pamfletten. Verder hebben eisers aangegeven dat, toen de pamfletten naar hun thuisadres zijn gestuurd, zij in Nederland in detentie op Schiphol zaten. Zij hebben sinds hun vertrek beperkt contact kunnen hebben met hun moeder en áls er contact is praten zij, uit vrees voor de dreiging, bovendien terughoudend. Later is gebleken dat er een tweede pamflet is ontvangen. Eisers hebben hier voldoende duidelijk over verklaard. De pamfletten laten duidelijk zien van wie deze afkomstig zijn, waarom ze zijn afgeleverd, aan wie ze zijn gericht en waarmee gedreigd wordt. Openbare bronnen bevestigen deze handelwijze en daarnaast zijn er ook verklaringen van familieleden hierover. Verweerder heeft dit alles onvoldoende betrokken. 12.2. De rechtbank neemt ook ten aanzien van de pamfletten het uitgangspunt wat deze rechtbank eerder in haar uitspraak heeft vastgesteld. De pamfletten ondersteunen de verklaringen van eisers dat zij beiden met de dood zijn bedreigd door de [melitie] . De rechtbank heeft daarnaast vastgesteld dat er één pamflet is met de datum van 19 mei 2023 en één pamflet met de datum van 24 mei 2023.
Volledig
De verklaring van eiser 2 dat hij de vertaler niet goed heeft begrepen over de ontvangst van het eerste pamflet, is verduidelijkt in de correcties en aanvullingen. De rechtbank volgt eisers dat dit duidelijk een misverstand was. De verklaring van eiser 2 hierover is plausibel. Verweerder is daar in de bestreden besluiten ten onrechte aan voorbij gegaan. Ook is verweerder voorbij gegaan aan de inhoud van de pamfletten die de verklaringen van eisers ondersteunt. Zoals verweerder heeft onderkend, komt uit de openbare bronnen ook naar voren dat dreiging met pamfletten de handelwijze van de [melitie] is. Dit wordt ook ondersteund door de verklaringen van de familieleden, inclusief de berichten van moeder over de originele pamfletten. De tegenwerpingen van verweerder over pamfletten houden dus geen stand. 12.3. De beroepsgrond slaagt. Activiteit van de [melitie] in de ouderlijke regio 13. Verweerder heeft eisers in de bestreden besluiten tegengeworpen dat zij niet eenduidig hebben verklaard over het aantal personen dat op de motor langs het huis van de ouders van eisers heeft gereden. Uit het algemeen ambtsbericht maart 202214 blijkt dat de [melitie] niet in het departement waar eisers vandaan komen actief zijn, wat eisers verklaringen hierover minder aannemelijk maakt. Ter zitting heeft verweerder hieraan toegevoegd dat dit ook niet uit het algemeen ambtsbericht van juni 202415 blijkt. Daaruit blijkt ook niet dat er sprake is van toenemend geweld zoals eisers beweren. Daarin staat dat de overheid juist bezig is met onderhandelingen met de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) om de strijd te verminderen. Er kan volgens verweerder geen waarde worden gehecht aan de door eiser aangehaalde informatie uit de niet objectieve bronnen afkomstig van Facebook, YouTube en TikTok. 13.1. Eisers voeren aan dat zij vele stukken hebben overgelegd die hun verklaringen onderbouwen. Zij verwijzen naar de verklaring van de ouders waarin staat vermeld dat op 19 mei 2023 onbekenden op een motor langs de ouderlijke woning hebben gereden en een pamflet onder de deur hebben geschoven. Eisers voeren onder verwijzing naar meerdere andere bronnen aan dat in het departement waar ze vandaan komen, de [melitie] actief is. Daaruit blijkt volgens eisers ook dat sprake is van toenemend geweld, ook door andere groeperingen en bendes die in dat gebied actief zijn. Uit die bronnen blijkt dat de pogingen van de overheid tegen de agressie niet baten. Eisers voeren verder aan dat zij alles hebben achtergelaten en verkocht en al geruime tijd geen inkomsten hebben. Zij zullen een gemakkelijk doelwit zijn voor gewapende groeperingen bij terugkeer naar Colombia. 13.2. De rechtbank stelt voorop dat de verklaringen van eisers over de motorrijder(s) gaan over iets wat hun moeder heeft waargenomen. De verklaringen van eisers over de motorrijder(s) op 19 mei 2023 worden inderdaad ondersteund door de verklaring van de ouders, de WhatsAppberichten van moeder en het overgelegde pamflet van die datum. Dat op voornoemde datum onbekenden op een motor langs de ouderlijke woning zijn gereden en het pamflet hebben achtergelaten is daarmee voldoende aannemelijk gemaakt. De tegenwerping dat eisers tegenstrijdig hebben verklaard over (een) motorrijder(s) in maart 2023 en hoeveel personen toen precies op de motor zaten, kan de rechtbank niet volgen. Eisers hebben dit namelijk slechts van horen zeggen. Hoeveel personen op dat moment op de motor zaten en hoe zij eruit zagen ziet bovendien op details en niet op de kern van hun asielrelaas. De rechtbank stelt verder het volgende vast. In het algemeen ambtsbericht van maart 2022 staat: "De machtsbasis van deze groepering bevindt zich met name in departementen als Narifio, Cauca, Putumayo, el Bajo Cauca in Antioquia, de oostelijke laagvlaktes van Meta en Caquetá en in de regio Catatumbo van het departement Norte de Santander". In het algemeen ambtsbericht van juni 2024 staat: "De groep opereert voornamelijk in de bergachtige gebieden langs de Colombiaans-Venezolaanse grens." En voorts: "De groep heeft haar aanwezigheid gedurende de verslagperiode uitgebreid onder andere naar de departementen Antioquia Cauca, Narifio en Putumayo." Deze vermeldingen 14 Algemeen ambtsbericht Colombia maart 2022, pagina 33. 15 Algemeen ambtsbericht Colombia Juni 2024, pagina 25-26. in beide ambtsberichten sluiten dus niet uit dat de [melitie] ook in het departement opereert waar eisers vandaan komen en, in het verlengde daarvan, dat motorrijders van de Segunda Margeutalia, langs de ouderlijke woning zijn gereden 6 Eisers hebben recentere informatie uit verschillende openbare bronnen overgelegd, waaruit blijkt dat de [melitie] actief is in hun regio. Wat in de ambtsberichten staat kan dan ook niet zonder meer afdoen aan de verklaringen van eisers over hun gestelde problemen met die groepering. Daar komt bij dat eisers ook een beroep hebben gedaan op de algemene (verslechterde) situatie in Colombia door toenemend (willekeurig) geweld door verschillende groeperingen en criminele bendes, waar de overheid onvoldoende bescherming tegen kan bieden. Verweerder heeft ook deze externe geloofwaardigheidsindicatoren onvoldoende betrokken. Dat in het algemeen ambtsbericht juni 2024 staat dat tussen de [melitie] en de overheid in juni 2024 onderhandelingen zullen plaatsvinden17,is onvoldoende om van een verbeterde situatie in Colombia uit te gaan. Onduidelijk is immers hoe die onderhandelingen zijn verlopen en eisers hebben zich beroepen op recentere bronnen waaruit blijkt dat de agressie toeneemt en de onderhandelingen niet baten. 13.3. De beroepsgrond slaagt. Conclusie en gevolgen 14. Uit het voorgaande volgt dat verweerder de bestreden besluiten niet met inachtneming van de eerdere uitspraak van.deze rechtbank heeft genomen. De bewijsststukken die door eisers zijn overgelegd zijn enkel op zichzelf beoordeeld, maar niet in onderlinge samenhang, zoals was opgedragen door de rechtbank. 15. Verweerder heeft wederom te veel ingezoomd op de marginale tegenstrijdigheden in de verklaringen van eisers en daarbij het medisch advies onvoldoende in acht genomen. De rechtbank is wederom van oordeel dat geen sprake is van evidente tegenstrijdigheden in de verklaringen en dat eisers over essentiële onderdelen van hun relaas consistent hebben verklaard. Dit geldt ook voor de verklaringen in het aanvullend gehoor. Verweerder had kenbaar meer waarde moeten hechten aan de overgelegde bewijsstukken zoals de aangifte, de verklaringen van de familieleden, de pamfletten, de WhatsAppberichten en de openbare bronnen die de verklaringen van eisers ondersteunen. 16. Verweerder had daarnaast kenbaar waarde moeten hechten aan de nieuwe feiten en omstandigheden die in beroep naar voren zijn gebracht, zoals het feit dat de vrouw en het kind van eiser 2 en de moeder van eisers inmiddels ook Colombia zijn gevlucht en in Nederland asiel hebben aangevraagd. 17. De rechtbank is van oordeel dat de bestreden besluiten op een ondeugdelijke motivering berusten. Het standpunt van verweerder dat het ongeloofwaardig is dat eisers problemen hebben met de [melitie] kan op deze wijze niet worden gehandhaafd. Reeds hierom is het beroep gegrond en behoeven de overige beroepsgronden 16 De verklaringen van eisers vinden op dit punt overigens ook steun in de WhatsAppberichten van moeder. 17 Algemeen ambtsbericht Colombia Juni 2024, pagina 26. ?, geru,bespreking meer. De verweerder heeft de aanvragen ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. 18. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder nieuwe besluiten moet nemen. Verweerder dient een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling te verrichten met inachtneming van de uitspraak van 11 juli 2023 en deze uitspraak van de rechtbank. Verweerder dient daarbij tevens kenbaar alle feiten en omstandigheden die eisers in deze beroepsprocedure naar voren hebben gebracht, de (bewijs)stukken die ze hebben overgelegd en de openbare bronnen die zij hebben aangehaald te betrekken. Daarnaast moet de actuele situatie in Colombia worden betrokken bij de beslissing.