Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:23767
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,795 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.36052 (beroep) en NL24.36053 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. E. Berger),
en
de minister van Asiel en Migratie
, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Deniz).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 4 juli 2022 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 10 september 2024 in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 22 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder. Als tolk is verschenen mevrouw H. Abdulla.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
Het huidige asielrelaas
3. Eiser heeft de Liberiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1996. Hij legt aan zijn huidige asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt homoseksueel te zijn en heeft dit niet eerder durven te verklaren omdat hij niet klaar was om zichzelf te uiten. Eiser vreest voor zijn leven bij terugkeer naar Liberia.
3.1.
Eiser heeft bij zijn aanvraag geen documenten overgelegd om zijn huidige asielrelaas te onderbouwen.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; en
2. eisers seksuele geaardheid en zijn gestelde problemen.
4.1.
Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst zijn in een eerdere procedure geloofwaardig geacht. Verweerder houdt vast aan dit oordeel. Verweerder vindt eisers seksuele geaardheid en de door hem gestelde problemen niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen op dit punt niet (volledig) met objectieve documenten onderbouwd en deze vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Dat eiser uit Liberia komt is onvoldoende om aan te nemen dat eiser een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Liberia een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Verweerder heeft de asielaanvraag daarbij kennelijk ongegrond verklaard, omdat eisers aanvraag een opvolgende aanvraag is die niet niet-ontvankelijk is verklaard.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Het besluit van verweerder is onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Verweerder heeft bij het gehoor onvoldoende rekening gehouden met eisers referentiekader. Ook heeft verweerder ten onrechte nagelaten om te onderzoeken of de eerder vastgestelde medische problemen bij eiser nog voortduren en of deze van invloed waren op zijn geschiktheid om goed te verklaren. Verweerder had daarom voor het gehoor een medisch onderzoek moeten aanbieden. Verder heeft verweerder er bij de gehoren onvoldoende rekening mee gehouden dat eiser vermoeid was, dat hij gestrest was omdat hij niet direct in het Engels aan de gehoormedewerker kon verklaren en dat hij zich niet vrijuit kon uiten bij het doorlopen van de correcties en aanvullingen op de zienswijze met zijn gemachtigde. Verweerders beoordeling van de homoseksuele geaardheid is niet juist. De overweging dat eiser onvoldoende heeft verklaard over zijn proces van de ontwikkeling van zijn geaardheid is onterecht tegengeworpen. Dat geldt ook voor verweerders beoordeling van de verklaringen dat eiser aan zijn moeder over zijn geaardheid heeft verteld. Verweerder heeft de context bij de relatie met [naam] onvoldoende betrokken. Tot slot stelt eiser dat hij in Nederland contact heeft met mannen en nu een relatie met een man aan het ontwikkelen is.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
7. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
Is het besluit van verweerder zorgvuldig tot stand gekomen?
Aanbieden medisch advies
8. Bij opvolgende aanvragen wordt er niet standaard een medisch advies horen en beslissen aangeboden. Wel kan het dossier de gehoormedewerker aanleiding geven om de vreemdeling een medisch advies horen en beslissen aan te bieden. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het dossier daartoe in dit geval geen aanleiding gaf. Zo is aan eiser in het gehoor gevraagd of hij zich lichamelijk en geestelijk in staat voelt om het gehoor nu te laten plaatsvinden. Eiser antwoordt daarop met ‘ja’. Op de vraag of de hoormedewerker met iets rekening moet houden tijdens het gehoor, antwoordt eiser: ‘Nee, ik denk dat het goed is’. Voorts heeft eiser in de huidige procedure niets aangevoerd over eventuele (nieuwe) medische problematiek. De enkele omstandigheid dat eiser eerder wel beperkingen had hoefde verweerder geen aanleiding te geven om in de huidige procedure een medisch advies aan te bieden.
Referentiekader
9. Uit jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter – specifiek met betrekking tot de culturele achtergrond van een vreemdeling – volgt dat verweerder met zijn werkwijze in beginsel al voldoende rekening houdt met de culturele achtergrond van de vreemdeling. Als een vreemdeling met onderbouwing betoogt dat verweerder zijn verklaringen door een cultuurverschil verkeerd heeft begrepen of geduid, dan moet verweerder daar gemotiveerd op ingaan. Verweerder dient in zaken waar geaardheidskwesties spelen door te vragen op de antwoorden van de betrokken vreemdeling. Dit is van belang, omdat de mate waarin iemand zijn gerichtheid in woorden kan vatten per persoon zal verschillen. Niet iedere vreemdeling is namelijk gewend om over zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens te praten.
9.1.
Anders dan door eiser is aangevoerd, overweegt de rechtbank dat verweerder tijdens het gehoor wel voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. In het verslag van het gehoor van de opvolgende aanvraag is terug te zien dat eiser en verweerder elkaar soms niet begrijpen, maar ook is te zien dat verweerder in dat geval op een andere manier vragen is gaan stellen. De gehoormedewerker heeft voldoende doorgevraagd op de antwoorden van eiser. De enkele omstandigheid dat verweerder niet alle omstandigheden heeft benoemd die eisers referentiekader beïnvloeden, maakt niet dat alleen daarom geen rekening is gehouden met eisers volledige referentiekader. Dat eiser uit een cultuur komt waar homoseksualiteit taboe is en daardoor niet gewend zou zijn over zijn geaardheid te spreken, maakt niet dat in het geheel geen inzichtelijke of gedetailleerde verklaringen van eiser mogen worden verwacht. Dat geldt ook voor eisers stelling dat hij een introverte persoonlijkheid heeft.
Overige omstandigheden
10. Over de stelling dat eiser niet vloeiend Engels spreekt, maar het gehoor wel in deze taal is afgenomen, overweegt de rechtbank dat eiser bij zijn M35-O aanvraagformulier heeft aangegeven dat zijn voorkeurstaal Engels is. Verder heeft eiser bij het gehoor geen bezwaar gemaakt om in deze taal te worden gehoord. Bovendien heeft verweerder tijdens het gehoor aan eiser aangegeven dat als er vragen zijn waar hij moeite mee heeft – om welke reden dan ook – hij dit dient aan te geven. Eiser heeft dit niet gedaan. Voor zover eiser stelt dat er (delen van) verklaringen verkeerd zijn vertaald en zo in het verslag zijn opgenomen, overweegt de rechtbank dat eiser dit met de correcties en aanvullingen had kunnen verbeteren. Dat heeft hij niet gedaan. De enkele stelling dat eiser zich oncomfortabel voelde tijdens het doorlopen van de correcties en aanvullingen met zijn gemachtigde maakt dit niet anders, nu niet aannemelijk is gemaakt dat eiser niet naar een andere ruimte kon gaan om dit daar met zijn gemachtigde door te nemen.
10.1.
Dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat eiser tijdens het gehoor vermoeid was, volgt de rechtbank evenmin. Zoals eerder genoemd heeft eiser gesteld dat hij zich lichamelijk en geestelijk in staat voelde om het gehoor te laten plaatsvinden.
Conclusie
13. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand.
14. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
15. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als verweerder.
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vw.
WI 2021/12 Medische problematiek en horen en beslissen in de asielprocedure, p. 2.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 3.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 3.
Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:341.
Uitspraak van de Afdeling van 2 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1982.
Zie onder meer verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 6-7, 13 en 16.
M35-O aanvraagformulier met dagtekening van 21 juni 2022, punt 5.7.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 2.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 3.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 3.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 3.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 2.
WI 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd.
WI 2014/10 Integrale geloofwaardigheidstoets; inhoudelijke beoordeling (asiel).
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 7.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 6 en 7.
Voornemen, p. 3.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 9.
Verslag gehoor opvolgende aanvraag, p. 9
Beoordeling
Bovendien heeft verweerder aan eiser laten weten dat als hij tijdens het gehoor behoefte heeft aan een pauze, hij dit kan aangeven. Dat eiser stress had omdat hij niet direct in het Engels met de gehoormedewerker kon praten maar dat via een tolk moest doen, volgt de rechtbank ook niet. Tijdens het gehoor heeft verweerder aan eiser gevraagd of er ergens rekening mee gehouden moet worden tijdens het gehoor. Eiser heeft dit punt niet genoemd. Bovendien heeft eiser op het punt van verweerder dat er altijd gebruik wordt gemaakt van een tolk in de taal waarin eiser zich het meest comfortabel bij voelt en waarin hij het best zijn gevoelens kan omschrijven, geantwoord: ‘Dat is goed.’
11. Dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid volgt de rechtbank, gelet op het voorgaande, niet.
Heeft verweerder de gestelde seksuele geaardheid ongeloofwaardig kunnen achten?
12. Bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van eisers homoseksuele gerichtheid dient verweerder werkinstructie 2019/17 als uitgangspunt te nemen. Volgens deze werkinstructie moet verweerder bij de beoordeling rekening houden met de omstandigheid dat het voor een vreemdeling niet mogelijk is om met sluitend bewijs aannemelijk te maken dat hij lhbti is. De enkele stelling van de vreemdeling dat hij lhbti is, is niet voldoende. Verweerder maakt een individuele afweging die onderdeel is van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig werkinstructie 2014/10, waarbij alle relevante omstandigheden van het geval worden betrokken en in onderlinge samenhang worden gewogen. Het is aan de vreemdeling om de gestelde seksuele gerichtheid tegenover verweerder aannemelijk te maken. Het bepalen van welk gewicht toekomt aan de antwoorden op de vragen die zijn gesteld over iemands seksuele gerichtheid, is sterk afhankelijk van de individuele zaak. Verweerder houdt, net als tijdens het gehoor, hierbij rekening met het referentiekader van de vreemdeling. Bij de beoordeling wordt betrokken of de verklaringen consistent zijn en overeenkomen met hetgeen bekend is over de algemene situatie (ten aanzien van lhbti’ers in het land van herkomst). Het zwaartepunt ligt bij het persoonlijke, authentieke verhaal dat een vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaringen. Als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar lhbti-gerichtheid niet wordt geaccepteerd en misschien zelfs strafbaar is, mag van een vreemdeling worden verwacht dat hij inzicht kan geven in een denkproces over wat het betekent om anders te zijn dan de maatschappij of wet verlangt en hoe hij daar invulling aan geeft.
12.1.
Verweerder moet de gestelde seksuele gerichtheid in ieder geval aan de hand van de volgende vier thema’s beoordelen:
privéleven;
huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen;
contact met lhbti’ers in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie; en
discriminatie, repressie en vervolging in land van herkomst.
12.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de homoseksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig is omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
12.3.
Verweerder daarbij mogen betrekken dat eiser vaag en oppervlakkig heeft verklaard met betrekking tot de realisatie dat hij homoseksueel is. Zo heeft eiser verklaard te hebben gevoeld dat hij anders was en dat zijn moeder hem hier op wees. Echter kan eiser niet uitleggen wat hij of zijn moeder bedoelde met anders zijn. Ook kan eiser niet toelichten wat de samenhang is tussen de problemen bij het plassen en/of poepen en de realisatie dat hij homoseksueel is. Dat de problemen – zoals eiser in beroep stelt – met betrekking tot het plassen en/of poepen zagen op opgekropte seksuele gevoelens, dus eerder verkeerd vertaald zijn en deze van belang zijn bij de ontdekking van eisers homoseksualiteit, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft zowel bij de correcties en aanvullingen als bij de zienswijze de mogelijkheid gehad om dit punt te corrigeren, maar heeft dit niet gedaan. Verweerder mocht daarom waarde hechten aan hetgeen eiser eerder heeft verklaard tijdens het gehoor. Daar komt bij dat als verweerder dit wel op de door eiser gestelde manier zou hebben betrokken, dit het oordeel van verweerder dat er op het punt van de realisatie van de homoseksualiteit vaag en oppervlakkig is verklaard niet anders hoeft te maken. De stelling dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat eiser pas in Europa zijn geaardheid kon ontdekken, volgt de rechtbank ook niet. Verweerder heeft dit expliciet in het voornemen betrokken. Zo volgt uit het voornemen dat is meegewogen dat eiser sinds 2018 in Nederland verblijft en van hem verwacht kan worden dat hij uitgebreid heeft kunnen nadenken over de asielmotieven die hij naar voren heeft gebracht en kennis heeft kunnen opdoen.
12.4.
Verder heeft verweerder aan eiser mogen tegenwerpen dat hij oppervlakkig heeft verklaard over zijn eerdere relaties. Zo heeft eiser gesteld dat er niks bijzonders was aan de man met wie hij een relatie heeft gehad, het slechts leuk vond om met een man te zijn en dat hij trots is op wie hij is. De enkele stelling dat de relatie geen diepgaande relatie was en er daardoor niet diepgaand verklaard kon worden hierover, biedt een onvoldoende verklaring voor de oppervlakkigheid van de verklaringen. Verweerder mocht betrekken dat gezien het feit dat eiser uit Liberia is gevlucht omdat hij daar zijn seksuele geaardheid niet kon uiten, en dit zijn eerste relatie was met een man waarbij hij voor het eerst uiting kon geven aan zijn geaardheid, eiser hierover met meer diepgang had kunnen verklaren. De enkele stelling van eiser in beroep dat hij momenteel contact heeft met mannen, hoefde verweerder geen aanleiding te geven voor een andere conclusie.