Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-07
ECLI:NL:RBDHA:2024:23760
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,612 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-3294
Zaaknummer: C/09/665968
Datum beschikking: 7 augustus 2024
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, hoofdverblijfplaats en vervangende toestemming inschrijving school
Beschikking op het op 13 mei 2023 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.R.G. Drenth te Baarn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Krommendijk te [plaats 2] .
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift van 10 mei 2024, van de zijde van de moeder;
het zelfstandig verzoek van 13 mei 2024, van de zijde van de vader;
het F2-formulier van 17 mei 2024, van de zijde van de moeder;
het F4-formulier van 7 juni 2024, van de zijde van de vader;
het verweerschrift met zelfstandig verzoek van 1 juli 2024 van de zijde van de moeder;
het F9-formulier van 3 juli 2024, met aanvullend verzoekschrift van de zijde van de vader;
het F9-formulier van 5 juli 2024, van de zijde van de vader;
het F9-formulier van 9 juli 2024, van de zijde van de vader;
het F9-formulier van 9 juli 2024, van de zijde van de moeder.
Op 10 juli 2024 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, [naam 1] van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
[naam 2] van Jeugdbescherming West (hierna: JBW) heeft de zitting telefonisch bijgewoond.
Verzoek en verweer
De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het burgerlijk Wetboek (hierna: BW) verzocht:
de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vader te bepalen;
de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, in die zin dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op maandag en dinsdag en om de week op zondag bij de moeder verblijven en de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld;
ofwel een zorgregeling te bepalen die de rechtbank in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in goede justitie juist acht;
de vader vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op basisschool [school 1] in [plaats 1] .
Op 3 juli 2024 heeft de vader verder verzocht, bij wijze van voorlopige voorziening en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat de zomervakantie bij helfte wordt verdeeld waarbij de kinderen de eerste helft van de zomervakantie bij de moeder verblijven, te weten 13 juli 2024 tot en met 4 augustus 2024, en de tweede helft bij de vader verblijven, 5 augustus 2024 tot en met 25 augustus 2024.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht:
de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de moeder te bepalen;
de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op de basisschool [school 2] te [plaats 2] ;
de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, in die zin dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een keer per veertien dagen van vrijdag 15.00 uur tot zondag 17.00 uur, en één woensdag per veertien dagen van 12.00 uur tot donderdag 09.00 uur bij de vader verblijven en gedurende de helft van de vakanties bij de vader verblijven.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
De moeder heeft nog drie andere kinderen uit andere relaties.
Partijen zijn via Jeugdbescherming West aangemeld bij Coach Vooruit om een ouderschapsplan op te laten stellen waarin is bepaald dat de kinderen op de woensdagen en om het weekend bij de vader verblijven.
Partijen hebben via Jeugdbescherming West een vakantieregeling vastgelegd waarbij de kinderen om de week bij de vader en om de week bij de moeder verblijven.
Beoordeling
Hoofdverblijfplaats, vervangende toestemming inschrijving school, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Hoofdverblijfplaats
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen in de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Ingevolge sub b van het tweede lid van voornoemd artikel bepaalt de rechter op verzoek van de ouders of op verzoek van één van hen waar de hoofdverblijfplaats van een kind is.
De vader heeft verzocht de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen. Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt de vader dat hij zich zorgen maakt over de opvoedsituatie bij de moeder. Hij vindt de moeder wispelturig en acht haar niet in staat om een stabiele omgeving voor de kinderen te bieden. Hij is van mening dat hij de kinderen in [plaats 1] wel een stabiele thuissituatie kan geven en wil daarom dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem wordt bepaald.
De moeder heeft verzocht het verzoek van de vader af te wijzen en de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen. De moeder acht het in het belang van de kinderen om de hoofdverblijfplaats in [plaats 2] te houden. Zij stelt dat de kinderen geworteld zijn in [plaats 2] en daar hun leven hebben opgebouwd. Daarbij zijn er nog twee andere kinderen in het gezin van de moeder, aan wie [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zeer gehecht zijn. De moeder benadrukt daarnaast dat het in het belang van de kinderen is om de hoofdverblijfplaats in [plaats 2] te behouden, aangezien de hulpverlening daar onlangs is opgestart.
De Raad heeft ter zitting aangegeven dat er geen zorgen zijn over de opvoedsituaties bij beide ouders en dat het bij beiden goed genoeg gaat. Verder heeft de Raad op zitting laten weten dat beide ouders open staan voor hulpverlening, waardoor een raadsonderzoek niet nodig is.
De rechtbank overweegt het volgende. Op de zitting is duidelijk geworden dat er recent diverse hulpverleningstrajecten bij het gezin zijn gestart. De rechtbank vreest dat, indien de hoofdverblijfplaats naar de vader zou worden verplaatst, de hulpverlening vertraging zou oplopen en het lang kan duren voordat de hulpverlening in de nieuwe gemeente wordt opgestart. Daarnaast acht de rechtbank het risico aanwezig dat de kinderen niet goed zullen reageren op een dergelijke ingrijpende verandering in hun leven. De rechtbank is daarom van oordeel dat het op dit moment het meest in het belang van de kinderen is om de hoofdverblijfplaats te houden zoals die nu is, te weten bij de moeder in [plaats 2] . De rechtbank zal het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen afwijzen. Het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen zal de rechtbank toewijzen.
Vervangende toestemming inschrijving school
Nu de rechtbank zal bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben, acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat zij vanaf aankomend schooljaar op de basisschool [school 2] in [plaats 2] zullen beginnen. De rechtbank zal de moeder daartoe vervangende toestemming verlenen. Het verzoek van de vader tot het verlenen van vervangende toestemming om de kinderen op de basisschool [school 1] in [plaats 1] in te schrijven wordt afgewezen.
Zorgregeling
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen in geval van gezamenlijk gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een beslissing die haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
De vader voert ter onderbouwing van zijn verzoek aan dat hij een nieuwe zorgregeling wil omdat hij betekenisvol contact wil met zijn kinderen. Daarbij vindt de vader dat de oudste twee kinderen van de moeder een slechte invloed hebben op [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . De vader is van mening dat hij de kinderen een betere en stabielere thuissituatie kan bieden.
De moeder voert hiertegen verweer. Zij geeft aan dat er vanuit de hulpverlening geen zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder thuis. De moeder geeft ook aan dat ze het belang van regelmatig contact tussen de vader en kinderen inziet en wil dat dit goed wordt vastgelegd. De moeder wil wel dat er rekening wordt gehouden met de hulpverlening die recent is opgestart voor de kinderen. De moeder vindt het in het belang van de kinderen om de zorgregeling aan te passen.
De rechtbank acht het in het belang van de kinderen om bij de verdeling van de zorgregeling rekening te houden met de hoofdverblijfplaats en schoollocatie van de kinderen. Nu de rechtbank zal bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben en in [plaats 2] naar school zullen gaan, acht de rechtbank een zorgregeling, waarbij de kinderen elke woensdag 12:00 uur tot donderdagochtend naar school en een keer per veertien dagen een weekend van vrijdag uit school tot zondag 17:00 uur bij de vader verblijven, passend.
Vakantieregeling
Ten aanzien van de vakantie is ter zitting gebleken dat partijen in overleg met JBW en het Wilmahuis een vakantieregeling hebben vastgesteld. De regeling houdt – kort gezegd – in dat de kinderen de ene week bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder. Tijdens de zitting is namens JBW aangegeven dat er duidelijkheid en structuur moet komen voor de kinderen en dat deze regeling daarvoor zorgt. JBW vindt het belangrijk dat de kinderen, ook gezien de rouwverwerking van hun overleden zusje, regelmatig contact hebben met de moeder en ook bij haar thuis komen. De voorgestelde regeling sluit hier goed bij aan.
De vader kan zich niet meer vinden in de vakantieregeling van JBW en het Wilmahuis en verzoekt een regeling waarbij de kinderen de eerste helft van de zomervakantie bij de moeder verblijven en de tweede helft bij de vader. De vader heeft op zitting laten weten dat hij deze regeling mede voorstelt in verband met zijn uitkering waarbij hij opgeroepen kan worden door de gemeente voor werk. De vader stelt dat het dan onmogelijk is om een week op en een week af vakantie te nemen.
De rechtbank is van oordeel dat JBW en het Wilmahuis deskundig zijn op dit gebied, daarom hecht de rechtbank veel waarde aan het advies en de daarbij horende vakantieregeling van JBW en het Wilmahuis. Hoewel het begrijpelijk is dat de vader wil anticiperen op mogelijke oproepen voor werk, verwacht de rechtbank niet dat dit binnen zo’n korte periode zal plaatsvinden. De rechtbank wijst de door vader verzochte vakantieregeling voor de zomervakantie van 2024 daarom af. Om misverstanden tussen de ouders te voorkomen zal de rechtbank de verdeling van de resterende zomervakantie van 2024 opnemen in het dictum van deze beschikking,
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
verleent toestemming aan de moeder, welke die van de vader vervangt, ten behoeve van de inschrijving van de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019, op de basisschool [school 2] te [plaats 2] ;
bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
bij de vader zullen zijn :
elke woensdag vanaf 12:00 uur tot donderdagochtend naar school;
om de veertien dagen een weekend van vrijdag uit school tot zondag 17:00 uur;
bepaalt dat de zomervakantie als volgt wordt verdeeld:
vrijdag 9 augustus 2024 tot vrijdag 16 augustus 2024 verblijven de kinderen bij de vader;
vrijdag 16 augustus 2024 tot vrijdag 23 augustus 2024 verblijven de kinderen bij de moeder;
vrijdag 23 augustus 2024 tot vrijdag 30 augustus 2024 verblijven de kinderen bij de vader;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 augustus 2024.