Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-26
ECLI:NL:RBDHA:2024:23759
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,046 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-672 + FA RK 23-747
Zaaknummer: C/09/641942 + C/09/642093
Datum beschikking: 26 juli 2024
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 27 januari 2023 ingekomen verzoek (C/09/641942) van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.E. van der Meijs te Zoetermeer.
waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Leiden,
en het op 31 januari 2023 ingekomen verzoek van de moeder (C/09/642093), waarin de vader als belanghebbende wordt aangemerkt.
Procedure
Bij beschikking van 1 mei 2023 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de informatie- en consultatieregeling en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en is de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) te Den Haag verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:
- de brief van de Raad, met als bijlage het rapport en advies van de Raad van 22 december 2023, kenmerk SK-1-5SSJ67S;
- het F9-formulier van 27 juni 2024 van de zijde van de moeder.
Op 28 juni 2024 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
namens de Raad, [naam] .
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Zorgregeling
De ouders hebben een belast verleden. In het verleden heeft zich een tragische gebeurtenis voorgedaan waarbij de zoon van partijen, die samen met [kind 1] en [kind 2] op dat moment bij de vader was, is komen te overlijden. Vervolgens is in onderling overleg besloten de omgang tussen de vader en [kind 1] en [kind 2] stop te zetten. Om rust te creëren heeft de vader in eerste instantie meegewerkt aan het stopzetten van de omgang. De ouders communiceren niet meer met elkaar en de moeder informeert de vader niet over de kinderen. Vader wil het contact met [kind 1] en [kind 2] herstellen.
De Raad heeft onderzoek gedaan en uit het rapport en advies van de Raad blijkt het volgende. De Raad adviseert om de behandelingen van de verzoeken van de ouders met betrekking tot de zorgregeling voor een periode van zes maanden aan te houden. Ter onderbouwing geeft de Raad aan op dit moment nog geen mogelijkheden te zien voor het vaststellen van een zorgregeling. De moeder is momenteel nog niet in staat om emotionele toestemming te geven aan de kinderen. De Raad adviseert een doorverwijzing van de moeder naar een psycholoog voor een vorm van rouwverwerking, zodat zij emotionele toestemming kan geven aan de kinderen en het contactherstel met de vader kan ondersteunen. Hierna dienen de kinderen en de vader aangemeld te worden voor systeemgerichte hulpverlening waarbij rouwverwerking en de rol van vader in het leven van de kinderen belangrijke onderwerpen zijn. De Raad geeft in zijn advies aan dat het mooi zou zijn als de moeder in dit systemische traject ook een rol zou kunnen krijgen. Na deze hulpverlening kan er gekeken worden naar de mogelijkheden van het vaststellen van een zorgregeling.
Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij naar aanleiding van het rapport en advies van de Raad reeds een psycholoog heeft bezocht. De moeder verklaart dat de psycholoog in een brief heeft aangegeven dat er bij de moeder op dit moment geen sprake is van gecompliceerde rouw en er ook geen hulpvraag bij de moeder is vastgesteld. Hierdoor is de moeder van mening dat zij geen vorm van rouwverwerking nodig heeft. De moeder heeft verder ter zitting aangegeven dat zij contact tussen de kinderen en de vader belangrijk vindt, maar dat zij de kinderen niet wil dwingen als ze niet willen. Het verzoek tot ontzegging van de omgang komt vanuit de kinderen en niet vanuit de moeder.
De vader heeft ter zitting aangegeven dat hij het eens is met het rapport en het advies van de Raad. Hij wil zijn kinderen graag weer zien en hun stem horen. Er zijn drie jaren verstreken sinds de traumatische gebeurtenis en de vader meent dat het niet zo kan zijn dat hij hierdoor het contact met zijn dochters verliest. De vader heeft aangegeven dat wanneer er contactmomenten met de kinderen zullen komen hij zijn nieuwe partner niet zal meenemen omdat dit gevoelig ligt bij de kinderen.
De Raad heeft ter zitting laten weten dat het positief is dat de moeder heeft geluisterd naar het advies van de Raad en al naar een psycholoog is geweest. De Raad neemt de opmerking van de moeder serieus, waarin zij aangeeft dat ze volgens de brief van de psycholoog geen rouwtherapie nodig heeft. Echter, wijst de Raad erop dat het noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de kinderen om contact te hebben met hun vader. Daarom is het belangrijk dat de moeder emotionele toestemming geeft aan de kinderen om dit contact te hebben. De Raad benadrukt dat de moeder hiervoor open moet staan en actief moet bijdragen aan het tot stand brengen van dit contact.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de verzoeken van de ouders met betrekking tot de zorgregeling voor de duur van zes maanden moeten worden aangehouden. De rechtbank vindt dat de ouders de gelegenheid moeten krijgen om in de tussenliggende periode hulpverlening in te schakelen en het advies van de Raad uit te voeren. De rechtbank onderstreept hierbij dat herstel van het contact met de vader belangrijk is voor de identiteitsontwikkeling van de kinderen. Daarbij geeft de rechtbank in overweging aan de moeder mee dat zij de kinderen moet proberen te stimuleren en enthousiasmeren om het contact met de vader te herstellen. De rechtbank begrijpt dat de moeder geen psychologische stoornissen heeft en zelf ook geen hulpvraag heeft, maar de moeder kan wel hulp en advies zoeken bij een psycholoog over hoe zij haar kinderen het beste kan begeleiden naar contactherstel met hun vader. De rechtbank heeft de indruk dat moeder haar rol hierin onderschat en adviseert haar om op dit specifieke punt begeleiding te zoeken.
Informatieregeling
De Raad adviseert om het verzoek tot een informatieregeling van de vader toe te wijzen, in die zin dat de moeder tweemaandelijks een recente foto van de minderjarigen aan de vader toestuurt en schoolrapporten en actuele informatie over de bezigheden en hobby’s van de kinderen toestuurt.
De moeder is akkoord met het advies van de Raad om het verzoek ten aanzien van de informatieregeling toe te wijzen. Zij heeft ter zitting verklaard hierin initiatief te nemen. Indien dit te veel voor de moeder wordt, adviseert de Raad dat het Centrum voor Jeugd en Gezin (hierna: CJG) hier het voortouw in neemt totdat de moeder dit (weer) zelfstandig kan doen.
De rechtbank zal het verzoek van de vader in die zin toewijzen dat zij de door de Raad geadviseerde informatieregeling zal vaststellen.
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat de moeder met ingang van 1 juli 2024 vader tweemaandelijks een recente foto van de kinderen aan de vader toestuurt en schoolrapporten en actuele informatie over de bezigheden en hobby’s van de kinderen toestuurt,
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling pro forma aan tot 1 januari 2025.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2024.