Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-30
ECLI:NL:RBDHA:2024:23756
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
17,252 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
Zaaknummer: C/09/643547 / HA ZA 23-195 (bodem)Zaaknummer: C/09/645020 / HA RK 23-119 (verzoek voorlopige deskundigenbericht)
Vonnis van 30 oktober 2024
in de zaak van
1 [eiser] ,
2. [eiseres],
beiden te [woonplaats] ,
eisers, hierna samen te noemen: [eisers] c.s.,
advocaat mr. A.Th. de Haan te Alblasserdam,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat mr. R.M. Stark te Amsterdam.
1De zaak in het kort
1.1.
In deze procedure staat de door [gedaagde] aangenomen verbouwing van de woning van [eisers] c.s. centraal. Volgens [eisers] c.s. beantwoorden de geleverde werkzaamheden niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Daarom hebben [eisers] c.s. de met [gedaagde] gesloten aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat [eisers] c.s. hiertoe niet bevoegd waren en houdt [eisers] c.s. aan de aannemingsovereenkomst.
1.2.
De rechtbank komt tot het oordeel dat [eisers] c.s. de aannemingsovereenkomst rechtsgeldig hebben ontbonden. Dit betekent dat de over en weer ontvangen prestaties ongedaan moeten worden gemaakt voor zover dit kan, en dat de waarde moet worden vergoed voor zover dit niet kan. De rechtbank wijst de door [eisers] c.s. gevorderde bedragen toe tot een bedrag van € 31.625, plus de teveel betaalde btw, rente en (proces- en deskundigen)kosten.
Procesverloop
2.1.
Het verdere verloop van de procedures blijkt uit:
het tussenvonnis van 15 november 2023 en de daarin genoemde stukken, waarbij de heer L.Th. Verriet (hierna: de deskundige) is benoemd tot deskundige teneinde zestien onderdelen van het werk van [gedaagde] te beoordelen;- het bericht van 11 maart 2024, waarbij de deskundige het conceptdeskundigen rapport aan partijen heeft doen toekomen;
het bericht van 25 maart 2024 van [eisers] c.s., waarbij opmerkingen zijn gemaakt op het conceptrapport;- het bericht van 25 maart 2024 van [gedaagde] , waarbij opmerkingen zijn gemaakt op het conceptrapport;
het definitieve deskundigenrapport van 10 april 2024, ter griffie gedeponeerd op 15 april 2024;- de e-mail van 2 mei 2024 van de griffier, met de zittingsagenda;- de conclusie na deskundigenbericht tevens wijziging van eis van 5 juni 2024 van de zijde van [eisers] c.s.;- de conclusie na deskundigenbericht van 5 juni 2024 van de zijde van [gedaagde] ;- de e-mail van 9 september 2024 van de griffier, met een overzicht van de (in ieder geval) ter zitting te bespreken onderwerpen.
2.2.
Op 13 september 2024 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eisers] c.s. zijn verschenen, met hun zoon [zoon eisers] ; zij werden bijgestaan door hun advocaat. Namens [gedaagde] is verschenen de heer [naam 1] (bestuurder en hierna te noemen: [naam 1] ), met de heer [naam 2] (projectleider); hij werd bijgestaan door de advocaat. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten nader toegelicht; de advocaten hebben gepleit aan de hand van pleitnotities die aan het dossier zijn toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
2.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
[eisers] c.s. zijn eigenaar van een woning in [woonplaats] (hierna: de woning).
3.2.
[gedaagde] , bestuurd door [naam 1] , exploiteert een bouwbedrijf.
3.3.
In november 2021 zijn de eerste contacten tussen [eisers] c.s en [gedaagde] gelegd in verband met de plannen van [eisers] c.s. tot verbouwing van de woning.
3.4.
Op 7 februari 2022 heeft [gedaagde] een offerte voor de verbouwing van de woning uitgebracht. In de offerte is een aanneemsom van € 80.000 inclusief btw opgenomen. Verder vermeldt de offerte, voor zover nu van belang:
“
Electra rondom:
(…) € 3.569,50
(…)
Stucwerk + Sauswerk:
(…) € 18.210,50
Circa 350 m2 stucwerk
Incl latex spuitwerk sps 4040 (ral9010)
(…)
Badkamer Circa 6 m2
(…) € 10.315,35
Ex materiaal, inclusief tegellijm/voeg en kit
(geldt ook voor de wc)
Inbegrepen:
- 1x wandje 120cm x 245cm
- storten vloer 1m2 in douche
- douche drain plaatsen
- 2x nis
- speakers in plafond plaatsen
(…)
- 6 led spots plaatsen (levering spots a 30 euro ex
btw per stuk ingecalculeerd)
- ventilator/afzuiging wtw plaatsen
- regendouche plaatsen
- stopcontact bij wasmeubel
- lichtschakelaar
- tegelwerk rondom:
-tegelen wanden
- tegelen vloer
- maken van meubel dmv tegelwerk
- afvoer oud puin
- sloop oude badkamer (tegels verwijderen waar nodig)
- verwijderen oud toilet
- plaatsen nieuw toilet
- (…)
- plaatsen electrische vloerverwarming (…)
Wc begaande grond 1 m2
(…) € 3.841,75
Inbegrepen:
- inbouwtoilet
(…)
- lichtschakelaar
- tegelwerk rondom
- wastafeltje zonder meubel plaatsen
- afvoer oud puin
- sloop oud toilet
- tegels verwijderen waar nodig
(…)
electrische ketel:
(…) € 2.420,-
Bosch electrische ketel voor verwarming
Heizer electrische boiler 200L
(…)
Vensterbanken:
Vervangen bestaande vensterbanken voor (…) € 1.270,50
Belgisch hardsteen op maat”.
3.5. Op basis van deze offerte hebben [eisers] c.s. op 13 februari 2022 opdracht aan [gedaagde] verstrekt (hierna: de aannemingsovereenkomst). De aannemingsovereenkomst vermeldt, voor zover voor de beoordeling relevant:
“2.3 Stukken die nog zijn voor de uitvoering van de opdracht
- Leeg huis
(…)
5. Aanneemsom|
5.1 de totale overeengekomen aanneemsom bedraagt € 80.000 (…).
(…)
8. Datum aanvang en uitvoeringstermijn
8.1 De verbouwing vangt uiterlijk aan (…) …….. (…).
8.2 Het werk wordt opgeleverd op d.d. …….. (…).”
3.6. In het kader van voornoemd artikel 2.3 van de aannemingsovereenkomst zijn [eisers] c.s. opzoek gegaan naar vervangende woonruimte voor de periode van drie maanden, met succes. Eén en ander is door [eisers] c.s. aan [gedaagde] gecommuniceerd.
3.7.
Begin februari 2022 hebben [gedaagde] met betrekking tot de planning aan [eisers] c.s. bericht:
“Even voor jullie vervolgstappen; na akkoord offerte stuur ik jullie de aanbetalingsfactuur. Graag deze snel betalen want dan kan ik direct alle spullen bestellen. Uit deze bestellingen komen alle levertijden; hierop maken wij onze planning”.
3.8.
Eind april 2022 hebben [eisers] c.s. hun intrek genomen in de vervangende woonruimte.
3.9.
Op 4 mei 2022 is [gedaagde] begonnen met de werkzaamheden.
3.10.
Medio mei 2022 bleek dat de door [eisers] c.s. bij Sanidump geplaatste order niet was uitgezet bij de leveranciers. Sanidump zou zo snel mogelijk leveren. Het laatste deel van de bestelling is uiteindelijk pas in december 2022 geleverd.
3.11.
Op 20 juni 2022 hebben [eisers] c.s. een ‘puntjes op de i’-lijst met openstaande punten aan [gedaagde] geappt.
3.12.
Op 25 juli 2022 moesten [eisers] c.s. de vervangende woonruimte verlaten, maar de woning was op dat moment nog niet bewoonbaar. Daardoor moest de in die periode geplande (terug)verhuizing naar de woning worden uitgesteld en moesten [eisers] c.s. weer op zoek naar vervangende woonruimte. Op 5 augustus 2022 hebben [eisers] c.s. alsnog intrek in de woning genomen. De overeengekomen werkzaamheden waren toen nog niet afgerond.3.13. Op 18 augustus 2022 heeft [gedaagde] de uitvoering van de werkzaamheden gestaakt.
3.14.
Op 19 augustus 2022 heeft een deskundige van BergCab B.V. (hierna: BergCab) op verzoek van [eisers] c.s. een (tussentijdse) opname van het (tot dan toe gerealiseerde) werk uitgevoerd. BergCab heeft haar bevindingen neergelegd in een rapport, waarin onder meer het volgende staat:
“Algemeen:
• Het stucwerk in de gehele woning zowel wanden als plafonds in alle ruimten is tegen de afspraken in anders uitgevoerd. De wanden zouden glad uitgevoerd worden en gesausd, hier is ook voor betaald (…). De aannemer heeft, zo blijkt uit de apps, aangeboden het uit te voeren in spuitwerk. Er is door bewoner terug geappt dat dit niet de bedoeling is en dat het glad uitgevoerd moet worden en gaan dus niet akkoord met het voorstel.
(…)
• Alle deuren moeten nog geleverd, geplaats en afgemonteerd worden inclusief beslag.
• Meterkast ordenen groepenkaart aanbrengen en netjes afmonteren en internetkabels gereed maken voor gebruik. (…).
2e verdieping schuifpui
• Voor de buitenkozijnen te plaatsen is aan de achtergevel de borstwering ingezaagd om een schuifpui te plaatsen. Deze inzagingen zijn uit de hand gedaan (…) wat helaas goed te zien is doordat zich geen strakke lijn vormt langs de gezaagde sparing. Ook is de aansluiting aan de buitenzijde niet afgedicht en is er een kier ontstaan (…). Door de pui er met geweld is geplaatst is er ook een ruit gescheurd, deze zal vervangen moeten worden. (…) De bovenaansluiting van het kozijn aan het overstek is niet dicht. Aan de binnenzijde moet de bovenzijde van de borstwering nog afgewerkt worden met een vensterbank (…). Ook moet er nog een hor voor de schuifpui geleverd worden.
• In de ouderslaapkamer is het elektra naast het bed niet afgemonteerd en vormt hierdoor een gevaarlijke situatie. (…). Ook de internetaansluiting afmonteren en gebruiksklaar opleveren.
(…)
• Aan beide zijden van het bad bevinden zich twee stopcontacten deze dienen verwijdert te worden.
Geschil
4.1.
[eisers] c.s. vorderen – na wijziging van eis en samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. voor recht verklaart dat [eisers] c.s. de aannemingsovereenkomst terecht hebben ontbonden, en voor zover de aannemingsovereenkomst nog bestaat die te ontbinden;
2. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 39.124, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
3. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 2.369,50 aan herstelkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
4. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de door [eisers] c.s geleden schade van € 1.200, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
5. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.806 aan teveel betaalde btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
6. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.220;
7. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 2.054,75 aan deskundigenkosten,
met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het (eind)vonnis tot aan de dag van volledige betaling. 4.2. [eisers] c.s. leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag.
Ad 1 en 2; ontbinding en ongedaanmaking
4.2.1. [gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst door – kort samengevat – het ontijdig, ondeugdelijk en niet volledig uitvoeren van de overeegenkomen werkzaamheden. Een en ander blijkt uit de rapporten van BergCab, Perfectkeur en Dro Renovaties. [gedaagde] is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen. De daartoe gestelde termijnen heeft [gedaagde] laten verstrijken, er heeft geen deugdelijk herstel plaatsgevonden en uit de reacties van [gedaagde] op de aan haar gerichte ingebrekestellingen kan worden afgeleid dat dit ook niet zal gebeuren. Daarom is [gedaagde] in verzuim geraakt. Gelet hierop waren Eaks c.s. gerechtigd de aannemingsovereenkomst te ontbinden, zoals zij hebben aangezegd bij brief van 30 januari 2023. Als gevolg hiervan is [gedaagde] gehouden tot terugbetaling van het reeds betaalde deel van de aanneemsom, minus de waarde van het door [gedaagde] geleverde werk door [eisers] c.s. begroot op € 33.971. incl. btw. Dit resulteert in een bedrag van (€ 73.095 minus € 33.971 =) € 39.124 aan ongedaanmakingsverbintenissen.
Ad 3; herstelkosten electra
4.2.2. De deskundige heeft de waarde van de post elektra geschat op € 500. Door [naam 1] is deze post geoffreerd voor € 3.569,50. Dit betekent dat [eisers] c.s. voor een bedrag van (€3.569,50 – € 500 =) € 3.069,50 worden “gecompenseerd”, terwijl de herstelkosten elektra volgens de deskundige € 5.439 bedragen. Dit betekent een verschil (€ 5.439 – € 3.069,50 =) € 2.369,50. Deze extra kosten gemoeid met het alsnog (kunnen) uitvoeren van alle elektrotechnische werkzaamheden komen komen op grond van artikel 6:277 Burgerlijk Wetboek (BW) voor vergoeding in aanmerking. Ad 4; misgelopen subsidie4.2.3. [gedaagde] is meermalen verzocht en gesommeerd om de benodigde informatie en documenten voor de aanvraag van ISDE-subsidie te verstrekken. [gedaagde] heeft dit ondanks diverse toezeggingen nagelaten. Inmiddels is de aanvraagtermijn verstreken. [eisers] c.s. stellen hierdoor schade ter hoogte van € 1.200 te lijden.
Ad 5; teveel betaalde btw
4.2.4. [gedaagde] heeft ten onrechte 21% btw over de stuc- en sauswerkzaamheden in rekening gebracht. In dit geval, waarin sprake is van een woning van meer dan twee jaar oud, vallen deze werkzaamheden onder het lage btw-tarief van 9%. Uit de offerte blijkt dat [eisers] c.s. over genoemde werkzaamheden een bedrag van (€ 15.050 x 21% =) € 3.160,50 aan btw hebben betaald, terwijl dit diende te zijn (€ 15.050 x 9% =) € 1.354,50. [eisers] c.s. hebben derhalve recht op terugbetaling van een bedrag van (€ 3.160,50 – € 1.354,50 =) € 1.806.
Ad 6; buitengerechtelijke incassokosten
4.2.5. Daarnaast maken [eisers] c.s. aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten en verzoeken deze kosten vast te stellen op € 1.220, het tarief als bepaald in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hiera: het Besluit) behorend bij een bedrag van € 44.499,50 (subtotaal van de vorderingen 1 t/m 5). Ad 7; deskundigenkosten4.3. Ten slotte maken [eisers] c.s. aanspraak op een totaalbedrag van (€ 968 + 919,60 + € 167,15 =) € 2.054,75 inclusief btw voor de werkzaamheden van respectievelijk BergCab, Perfectkeur en DRO renovatie.
4.4.
[gedaagde] voert formeel en materieel verweer. Formeel beklaagt [gedaagde] zich erover dat [eisers] c.s. de waarheids- en substantiëringsplicht niet hebben nageleefd. Inhoudelijk stelt [gedaagde] zich primair op het standpunt dat er geen verzuim is vanwege het ontbreken van een deugdelijke ingebrekestelling met een specificatie van de gebreken en een redelijke termijn tot nakoming en ook omdat zij zich steeds bereid heeft verklaard om gebreken te verhelpen maar [eisers] c.s. haar daartoe niet de kans hebben gegeven. Subsidiair stellen [eisers] c.s. dat geen sprake is van tekortkomingen die de ontbinding rechtvaardigen. Meer subsidiair betwist [gedaagde] de hoogte van de door [eisers] c.s. opgevoerde schadebedragen. Een en ander doet [gedaagde] concluderen [eisers] c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] c.s. in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5
Beoordeling
Ontvankelijkheid
5.1.
[gedaagde] heeft de rechtbank allereerst verzocht om [eisers] c.s. niet in hun vorderingen te ontvangen of deze integraal af te wijzen, omdat zij in hun dagvaarding de waarheidsplicht en dan voornamelijk de substantiëringsplicht hebben geschonden. Die schending bestaat er volgens [gedaagde] in dat [eisers] c.s. niet hebben vermeld dat de vertragingen in het werk zijn ontstaan door de door [eisers] c.s. ingeschakelde leveranciers, waaronder Sanidump, waar [gedaagde] geen enkele invloed op had. Ook is onvermeld gelaten de door [gedaagde] ingenomen stelling dat [eisers] c.s. door derden werkzaamheden heeft laten uitvoeren aan het door [gedaagde] uitgevoerde werk. Dit waren belangrijke onderdelen in het verweer van [gedaagde] , die niet in de dagvaarding naar voren zijn gebracht. [eisers] c.s. hebben dan wel de correspondentie tussen partijen overgelegd, maar het is niet voldoende om in de dagvaarding naar ‘bijgevoegde correspondentie’ te verwijzen.
5.2.
De rechtbank is het met [gedaagde] eens dat [eisers] c.s. op grond van artikel 111 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) verplicht waren om de verweren die [gedaagde] vóór de dagvaarding heeft aangevoerd, in de dagvaarding te benoemen en te bespreken waarom zij daar anders over denken. In elk geval hadden de vertragingen door de leveringsproblemen bij Sanidump de stellingen van [gedaagde] dat partijen een nadere overeenkomst hadden gesloten over het stucwerk en dat een deel van de schade was ontstaan door werk van derden in de dagvaarding benoemd en besproken moeten worden. Dat is niet gebeurd.
5.3.
Anders dan [gedaagde] betoogt, houdt de substantiëringsplicht overigens niet in dat alle feiten die [gedaagde] relevant vindt in de dagvaarding moesten staan en ook niet dat de aangevoerde verweren tot in detail vermeld moesten worden: partijen hebben een andere kijk op de zaak en mogen keuzes maken in de manier waarop zij hun zaak presenteren, zolang zij daarbij maar geen voor de beslissing relevante zaken weglaten of anders doen lijken dan ze in werkelijkheid zijn.
5.4.
Bij het bepalen van het gewicht van de tekortkoming weegt de rechtbank mee dat [eisers] c.s. de correspondentie waarin de ten onrechte niet in de dagvaarding behandelde punten zijn terug te vinden wel integraal hebben overgelegd, en dat zij in de dagvaarding hebben benoemd welke producties het verweer van [gedaagde] bevatten, zodat de rechtbank van dat verweer wel kennis heeft kunnen nemen.
5.5.
Gelet op het oordeel van de rechtbank over de stellingen van [gedaagde] ten aanzien van de grootste post in deze zaak – het stucwerk, zie hierna onder 5.10 en 5.11 – zal de rechtbank aan de tekortkoming door [eisers] c.s. in de nakoming van de substantiëringsplicht de gevolgtrekking verbinden van een procentuele aftrek van 20% op de proceskostenveroordeling voor de dagvaarding (zie hierna in onder 5.33). Partijen hebben bij het opzetten van hun betoog allebei steken laten vallen, en de steken die [gedaagde] heeft laten vallen, zijn van groter gewicht.
Inhoudelijk
[eisers] c.s. mochten de aannemingsovereenkomst ontbinden
5.6. Niet ter discussie staat dat het werk nog niet af was en dat het door [gedaagde] uitgevoerde werk gebreken bevatte. Kernpunt van het geschil is of [eisers] c.s. het recht hadden om de aannemingsovereenkomst te ontbinden, of dat zij dit recht niet hadden omdat [gedaagde] nog niet in verzuim verkeerde en [eisers] c.s. haar dus nog in de gelegenheid hadden moeten stellen om de gebreken te herstellen en het werk af te ronden.
De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of [eisers] c.s. de overeenkomst vanwege de gebreken mochten ontbinden.
5.7.
Bij die beoordeling gebruikt de rechtbank het volgende wettelijke kader.
Artikel 6:265 BW bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verplichtingen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Alleen een tekortkoming van voldoende gewicht geeft recht op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst. De afweging in het kader van de tenzij-bepaling, moet de rechtbank maken aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is.
5.8.
Gelet op het primaire verweer van [gedaagde] , is de eerste vraag die moet worden beantwoord of [gedaagde] in verzuim verkeerde. Hiervan is onder andere sprake als partijen een fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a BW zijn overeengekomen en die termijn is verstreken. Voor zover [eisers] c.s. hebben gesteld dat partijen bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst een fatale oplevertermijn van drie maanden zijn overeengekomen, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Deze afspraak valt niet op te maken uit de aannemingsovereenkomst. In tegendeel, daaraan is aan punt 8 dat ziet op de uitvoeringstermijn geen invulling gegeven (zie randnummer 3.5.), hetgeen – zoals terecht door [gedaagde] aangevoerd – in het door [eisers] c.s. voorgestane geval wel voor de hand zou hebben gelegen. [eisers] c.s. lijken op dit punt een connectie voor te staan met de periode van drie maanden waarvoor zij met medeweten van [gedaagde] vervangende woonruimte hadden gevonden. Dit standpunt laat zich echter niet rijmen met de WhatsApp van [gedaagde] van 2 februari 2022 waarbij zij aan [eisers] c.s. bericht dat de planning afhankelijk is van de levertijd van de materialen, hetgeen – naar de rechtbank begrijpt (punt 17 van de conclusie van antwoord) – verband hield met de leveringsproblemen en langere levertijden door de destijds internationaal rond woekerende Coronapandemie. Bijkomende feiten en omstandigheid waaruit zou kunnen volgen dat partijen een fatale termijn zijn overeengekomen, zijn niet door [eisers] c.s. – op wie ter zake de bewijslast rust – gesteld of gebleken.
5.9.
Er is dus niet voldoende gebleken van een fatale termijn en er had nog geen oplevering plaatsgevonden op het moment dat [eisers] c.s. de aannemingsovereenkomst ontbonden. Nakoming door [gedaagde] was dus nog mogelijk. Op grond van artikel 6:83 aanhef en onder c BW is het verzuim echter zonder ingebrekestelling ingetreden als [eisers] c.s. uit een mededeling van [gedaagde] hebben moeten begrijpen dat [gedaagde] in de nakoming zou tekortschieten. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval omdat [gedaagde] bij brief van 15 december 2022 heeft geweigerd om zonder extra kosten alsnog glad stucwerk op te leveren. Dit oordeel licht de rechtbank hierna toe. 5.10. Het grootste punt dat partijen verdeeld houdt, is of zij zijn overeengekomen dat het stucwerk op de binnenmuren glad of met spack – zoals het nu is – moest zijn. Op pagina 17 van haar conclusie van antwoord, onder het tussenkopje “Ten aanzien van stucwerk is afgeweken van de offerte”, stelt [gedaagde] daarover dat er nog herstelwerkzaamheden aan de muren nodig waren voordat er gespoten kon worden, wat de oplevering zou vertragen. Ook stelt [gedaagde] dat [eisers] c.s. toen “om alternatieven” hebben gevraagd, en dat het “alternatief was het spuiten met een korrel”. Toen [eisers] c.s. acht dagen later klaagden over het spuitwerk, heeft [naam 1] “in reactie daarop voorgesteld om de werkzaamheden tegen kostprijs de spuitwerkzaamheden opnieuw uit te voeren, zodat de muren alsnog glad en niet met een korrel zouden worden gespoten”, zo staat in alinea 78 van de conclusie van antwoord (onderstreping rechtbank).
Conclusie
5.18.
Het voorgaande betekent dat aan alle vereisten van artikel 6:265 BW is voldaan, zodat [eisers] c.s. de overeenkomst op 30 januari 2023 rechtsgeldig buitengerechtelijk hebben ontbonden. De onder 1. gevorderde verklaring voor recht zal dus worden toegewezen.
Gevolgen van de ontbinding
5.19. De ontbinding van de aannemingsovereenkomst heeft tot gevolg gehad dat:
[gedaagde] de werkzaamheden niet meer hoefde af te maken;
[eisers] c.s. niet meer gehouden waren om het restant aanneemsom te betalen;
voor beide partijen een ongedaanmakingsverbintenis is ontstaan voor de door hen ontvangen prestaties (artikel 6:272 BW).
5.20.
De prestatie die [gedaagde] heeft ontvangen bestaat uit het door [eisers] c.s. op de aanneemsom voldane bedrag van € 73.095, zoals door [eisers] c.s onweersproken gesteld.
5.21.
De prestaties die [eisers] c.s. hebben ontvangen bestaan uit de werkzaamheden die [gedaagde] heeft verricht. Die prestaties kunnen naar hun aard niet ongedaan worden gemaakt. Dat brengt mee dat [eisers] c.s. de waarde hiervan aan [gedaagde] moeten vergoeden (artikel 6:272 BW). De deskundige is gevraagd de rechtbank op dit punt te adviseren. De deskundige begroot de waarde van het door [gedaagde] gerealiseerde werk op € 41.471 inclusief 21% btw. [gedaagde] heeft tegen deze begroting geen verweer gevoerd. [eisers] c.s. hebben in hun conclusie na deskundigenbericht tevens akte wijzing van eis aangegeven dat voornoemd bedrag te hoog is. Zij zijn van mening dat daarop (in ieder geval) in mindering dient te komen het bedrag van € 7.500 waarop de deskundige de waarde van de badkamer en de WC begane grond heeft begroot. Zij voeren aan dat het door de deskundige als zeer matig beoordeelde tegelwerk in de badkamer en de wc op de begane grond verschrikkelijk is om aan te zien waardoor beide ruimten geen enkele waarde vertegenwoordigen. De rechtbank volgt [eisers] c.s. hierin niet, omdat [gedaagde] naast het tegelwerk ook diverse andere werkzaamheden in die ruimten heeft verricht. De deskundige heeft in zijn begroting al een aanzienlijke aftrek toegepast; de badkamer en de wc zijn aanzienlijk lager gewaardeerd dan de daarvoor in de offerte opgenomen bedragen van respectievelijk € 10.315,35 en € 3.841,75. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten dat het wel door [gedaagde] in de betreffende ruimten uitgevoerde werk een (nog) lagere waarde vertegenwoordigt dan het op de expertise van de deskundige gegronde bedrag van € 7.500.
5.22.
Voor zover [eisers] c.s. zich op het standpunt stellen dat de waardering van de deskundige ook overigens te hoog is, gaat de rechtbank hier als onvoldoende geconcretiseerd aan voorbij. [eisers] c.s. hebben hieraan in hun stellingen ook geen rechtsgevolgen verbonden, maar hebben hun eis juist aangepast aan de waardering van de deskundige.
5.23.
De rechtbank zal bij de vaststelling van de ongedaanmakingsverbintenissen dus onverkort uitgaan van de waardebegroting in het deskundigrapport.
Conclusie
5.24. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat aan de kant van [gedaagde] een ongedaanmakingsverplichting is ontstaan tot terugbetaling aan [eisers] c.s. van (€ 73.095 – € 41.471 =) € 31.625. Vordering 2. zal tot dit bedrag worden toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken eveneens worden toegewezen. Niet gebleken van ontbindingsschade 5.25. [eisers] c.s. vorderen betaling van de meerkosten die zij volgens het deskundigenrapport moet maken om de elektra te herstellen (zie 4.2.2.) en een bedrag van € 1.200 voor vermeend misgelopen subsidie waarvoor – naar ter zitting door [gedaagde] is opgemerkt – een eindfactuur en dus oplevering nodig was. In totaal komt dit op een bedrag van € 3.569,50.5.26. Volgens artikel 6:277 lid 1 BW geldt in beginsel dat [gedaagde] verplicht is de schade van [eisers] c.s. te vergoeden omdat geen wederzijdse nakoming, maar ontbinding van de aannemingsovereenkomst heeft plaatsgevonden. De omvang van deze schadevergoeding moet worden vastgesteld door met elkaar te vergelijken enerzijds: de hypothetische situatie waarin [eisers] c.s. zouden hebben verkeerd bij een in alle opzichten onberispelijke wederzijdse nakoming en anderzijds: de feitelijke situatie waarin [eisers] c.s. na ontbinding van de aannemingsovereenkomst verkeren.
5.27.
Als de aannemingsovereenkomst door [gedaagde] was uitgevoerd zoals overeengekomen, dan zouden [eisers] c.s. € 80.000 hebben moeten betalen. De feitelijke situatie is echter dat [eisers] c.s. [gedaagde] hebben betaald, de aannemingsovereenkomst hebben ontbonden en vervolgens een andere aannemer hebben moeten inschakelen om de resterende werkzaamheden te verrichten en de door [gedaagde] veroorzaakte schade te herstellen. De totaalkosten hiervan, zoals de rechtbank die op grond van het partijdebat heeft kunnen vaststellen, zijn: - betaalde aanneemsom € 73.095 - terugbetaling ongedaanmakingsverbintenis - € 31.625- door de deskundige begrote herstelkosten € 40.699Totaal € 82.169
Dit komt tot zover neer op een verschil van € 2.169 met het al betaalde bedrag. Alleen, als [gedaagde] correct zou hebben gepresteerd, zouden [eisers] c.s. ook het nog openstaande gedeelte van de aanneemsom ten bedrage van € 6.905 hebben moeten betalen. Dit is meer dan € 2.169, ook als daar de gesteld misgelopen subsidie bij wordt opgeteld. Hieruit volgt dat in deze procedure niet is komen vast te staan dat [eisers] c.s schade hebben geleden als gevolg van de ontbinding. Daarom wijst de rechtbank vorderingen 3. en 4. af.
[gedaagde] moet de onverschuldigd door [eisers] c.s. betaalde btw terugbetalen
5.28. Ter zitting is door [naam 1] erkend dat [eisers] c.s. over de stuc- en sauswerkzaamheden teveel btw hebben betaald. Daarbij is de hoogte van het ter zake door [eisers] c.s. opgevoerde schadebedrag van € 1.806 niet betwist. Dit geldt ook voor de daarover gevorderde wettelijke rente. Vordering 5. zal dus als onweersproken worden toegewezen.
[gedaagde] is geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd
5.29. [eisers] c.s. maken aanspraak op een bedrag van € 1.220 aan buitengerechtelijke incassokosten, gebaseerd op het Besluit buitengerechtelijke incassokosten. Dit besluit is echter niet van toepassing op de in deze zaak gevorderde bedragen (schadevergoeding en terugbetaling na ontbinding), zodat de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn moet worden getoetst aan de eisen uit het Rapport BGK-integraal. Die eisen houden in dat [eisers] c.s. niet alleen moeten stellen en specificeren dat zij daadwerkelijk buitengerechtelijke incassokosten hebben gemaakt, maar ook dat die kosten andere werkzaamheden betreffen dan die waarop de proceskostenveroordeling ziet. [eisers] c.s. hebben hierover niets gesteld, zodat de rechtbank vordering 6. niet kan toewijzen. [gedaagde] moet wel de deskundigenkosten vergoeden
5.30.
Voor wat betreft de kosten voor het inschakelen van BergCab, Perfectkeur en DRO Renovaties geldt dat die kunnen worden beschouwd als kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b BW. [gedaagde] heeft zich tegen deze kosten verweerd met de stelling dat de deskundigen eenzijdig door [eisers] c.s. zijn ingesteld. Deze kosten waren voor [eisers] c.s. als leken echter redelijkerwijs noodzakelijk om te kunnen beoordelen of sprake was van gebreken in het door [gedaagde] uitgevoerde werk. De omvang van de gemaakte kosten is redelijk; dat heeft [gedaagde] ook niet betwist. De rechtbank zal vordering 7. (in totaal € 2.054,75) daarom toewijzen.
Proceskostenveroordeling
5.31. [gedaagde] zal als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, inclusief de deskundigenkosten, worden veroordeeld. De door de rechtbank benoemde deskundige heeft voor zijn werkzaamheden een bedrag van € 9.431,95 inclusief btw gefactureerd. Nu [eisers] c.s. 50% van dit bedrag als voorschot hebben betaald, moet [gedaagde] € 4.715,97 aan [eisers] c.s. vergoeden.
5.32.
Tijdens de regiezitting hebben partijen ervoor gekozen om het door [eisers] c.s. na het uitbrengen van de dagvaarding ingediende verzoek tot voorlopig deskundigenbericht om te zetten naar een deskundigenbericht in de bodemzaak. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de in het kader van de rekestprocedure gemaakte kosten te compenseren, in de zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.
5.33.
Ten slotte ziet de rechtbank in de schending van de substantiëringsplicht door [eisers] c.s. in de dagvaarding aanleiding om voor wat betreft de forfaitaire vergoeding voor advocaatkosten voor die dagvaarding een aftrek van 20% toe te passen. Een en ander maakt dat de kosten van [eisers] c.s. als volgt worden begroot:
- griffierecht (incl. beslagrekest) € 2.277,00- dagvaarding € 132,29- overige explootkosten (beslag) € 840,63- salaris advocaat € 5.220,20 (4,3 punten x tarief IV à € 1.214)- deskundigenkosten € 4.715,97 - nakosten € 178,00 (+ evt. in de beslissing genoemde verhoging)Totaal € 13.364,09
De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De rechtbank
6.1.
verklaart voor recht dat [eisers] c.s. de met [gedaagde] gesloten overeenkomst terecht buitengerechtelijk hebben ontbonden;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] c.s. van een bedrag van € 31.625 aan ongedaanmakingsverbintenissen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 februari 2023;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] c.s. van een bedrag van € 1.806 aan teveel betaalde btw, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 februari 2023;
6.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] c.s. van een bedrag van € 2.054,75 aan partijdeskundigenkosten;
6.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eisers] c.s. van € 13.971,09 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de vijftiende dat na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening van de proceskosten;
6.6.
verklaart het vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 6.2 t/m 6.5 uitvoerbaar bij voorraad;
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2024.
type: 1486
coll: 2565
Feiten
2e verdieping raamkozijn
• (…). De bovenaansluiting van het kozijn aan het overstek is niet dicht. Aan de binnenzijde moet de bovenzijde van de borstwering nog afgewerkt worden met een vensterbank (…). Er moet hier ook een ventilatierooster aangebracht worden, er zit nu een opening boven de beglazing. Ook zouden er voor de draaikiepramen nog horren geleverd moeten worden.
• Binnenzijde slaapkamer is het elektra niet afgemonteerd en vormt hierdoor een gevaarlijk situatie.
(…).
1e verdieping doucheruimte
• Het tegelwerk van alle gezaagde kanten zijn gerafeld (…). Alle gezaagde tegels moeten vervangen gaan worden om het resultaat aanvaardbaar te maken. Het tegelwerk van de ombouw van het inbouwtoilet zit niet waterpas en het Rondec tegelprofiel is niet netjes aangebracht en er zijn ook geen hoekstukjes gebruikt waardoor er een gevaarlijke scherpe hoek ontstaat. (…) Dit zal ook opnieuw uitgevoerd moeten worden. (…)
• Ook de zaagkanten van de inbouwopeningen zijn gerafeld en moet opnieuw gezaagd en getegeld worden. (…).
• De draingoot is nog niet gesteld. (…)
(…)
• De spiegel heeft met de rand op de vloer gestaan tijdens de werkzaamheden in de doucheruimte waardoor deze aan de omranding ook beschadigd is. De spiegel moet ook nog (…) aangesloten worden t.b.v. de verwarming en verlichting.
(…)
1e verdieping slaapkamer van [naam]
•Slaapkamer is het elektra niet afgemonteerd en vormt hierdoor een gevaarlijke situatie. (…).
•Internet aansluiting afmonteren en gebruiksklaar opleveren.
(…)
• Hardstenen vensterbanken nog te plaatsen
1e verdieping slaapkamer [naam]
• Slaapkamer is het elektra niet afgemonteerd en vormt hierdoor een gevaarlijke situatie. (…).
• Hardstenen vensterbanken nog te plaatsen
• Internet aansluiting afmonteren en gebruiksklaar opleveren
1e verdieping slaapkamer [naam]
• Slaapkamer is het elektra niet afgemonteerd en vormt hierdoor een gevaarlijke situatie. (…).
• Internet aansluiting afmonteren en gebruiksklaar opleveren
• Hardstenen vensterbanken nog te plaatsen.
1e verdieping Installatieruimte
• Boiler lekt nog steeds met spoed nazien. (…).
• Schakelaar afmonteren
(…)
• Bedrading CV aansluiten
•
Internet aansluitingen afmonteren en gebruiksklaar opleveren
(…)
Trap 1e en 2e verdieping
(…)
• Er zijn geen leuningen geplaatst waardoor een gevaarlijke situatie is ontstaan.
Begane grond Toilet
• Elektrain de juiste kleuren afmonteren
(…)
Begane grond Gang/entree
• Elektra in de juiste kleur afmonteren.
Woonkamer/keuken
(…)
• In de woonkamer is het elektra niet afgemonteerd en vormt hierdoor een gevaarlijke situatie. (…).
(…)
Er is u (…) meerdere keren om gegevens gevraagd zodat SDE subsidie aangevraagd zou kunnen worden (…).
Er zijn na de start van de voorbereiding van de werkzaamheden inmiddels zeven maanden verstreken en nog is de woning niet leefbaar, gebruiksklaar en veilig. Men is met de directe werkzaamheden in de woning begin mei gestart en zou na drie maanden opgeleverd zijn.
(…)
Wat ons ook ten zeerste bevreemd is dat u er na zeven maanden pas achter komt dat de deuren niet leverbaar zouden zijn terwijl de deuren volgens de gegevens van Skantrae (de leverancier, toevoeging rechtbank) wel leverbaar zijn.
Alle bovengenoemde werkzaamheden welke niet en niet goed uitgevoerd zijn leiden er toe dat normale bewoning van het pand eigenlijk onmogelijk is.”
3.15.
Bij brief van 24 augustus 2022 heeft BergCab een exemplaar van haar rapport naar [gedaagde] gezonden. In de brief stond onder meer het volgende: “(…) eigenaren van het pand gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (…) hebben ons gevraagd een opname te doen van voornoemd pand en vast te leggen wat er nog uitgevoerd dient te worden om het pand gebruiksklaar, veilig en bewoonbaar te maken. BergCab BV, heeft (…) de nalatigheden, onvolkomenheden en slechte staat van afwerkingen opgenomen en vastgelegd in een rapport. (…). Vanuit de rapportage zal blijken dat de uitvoering in het geheel niet in orde is, de werkzaamheden niet af zijn, de woning niet normaal bewoonbaar is en dat de woning zelfs op sommige onderdelen zeer onveilig is. Naar aanleiding van het niet nakomen van afspraken zoals vastgelegd in de aannemingsovereenkomst (…) kunnen wij alleen maar vast stellen dat [gedaagde] in gebreke is gebleven. Wij verzoeken u (…) hier actie in te ondernemen en alsnog binnen drie weken na de datum van deze brief de met u gemaakte afspraken na te komen. Wij verzoeken u om binnen vijf dagen een sluitende planning te overhandigen. Mocht binnen drie weken onverhoopt blijkend dat de aannemer geen gestalten heeft gemaakt een aanvang te doen met de werkzaamheden behoudt opdrachtgever zich het recht voor de werkzaamheden door derden uit te laten voeren waarbij de kosten op [gedaagde] verhaalt zullen worden.”.
3.16.
[eisers] c.s. hebben [gedaagde] naar aanleiding van het rapport van BergCab ook zelf via WhatsApp benaderd en verzocht om op een neutrale locatie daarover met elkaar in gesprek te gaan. Hieraan is geen gevolg gegeven, omdat [gedaagde] het gesprek (uitsluitend) in de woning wilde aangaan. 3.17. Bij brief van 30 augustus 2022 heeft de advocaat van [gedaagde] gereageerd op voornoemde brief en het rapport van BergCab. In die brief schreef zij onder meer:
“De tot op heden verrichte werkzaamheden zijn deugdelijk verricht, alleen nog niet gereed. Oorzaak daarvan is dat uw opdrachtgever cliënte geen toegang meer verstrekt tot het pand, in ieder geval niet om elkaar daar ter plekke te treffen ten behoeve van afstemming en planning. (…). Anders dan uw opdrachtgever stelt, is er geen tekortkoming aan de zijde van cliënte, nu hij nog steeds bereid is om de betreffende werkzaamheden uit te voeren. Echter, zij wil daarbij niet gehinderd worden (…). Wanneer uw opdrachtgever cliënte de toegang tot het pand blijft ontzeggen en niet transparant is over de werkzaamheden die door derden dan wel door hemzelf in het pand worden uitgevoerd, behoudt cliënte zich het recht voor om de overeengekomen werkzaamheden tot nader order op te schorten. (…). Uiterlijk deze week wil cliënte met uw opdrachtgever in het pand het gesprek aangaan en daarbij de planning voor de komende periode bespreken. (…). Tot slot merk ik het volgende op. In overleg met uw opdrachtgever heeft cliënte spuitwerk met een korrel op de muren aangebracht. Uw opdrachtgever wenst dit alsnog glad afgewerkt te hebben. Om misverstanden ten aanzien hiervan te voorkomen, benadruk ik hierbij namens cliënte dat deze werkzaamheden als meerwerk zullen worden doorberekend aan uw opdrachtgever.
Beoordeling
Ook uit het verslag van de deskundige van het gesprek tijdens de opname blijkt dat [gedaagde] zich op het standpunt stelde dat het aanbrengen van spack een wijziging van het werk betrof die met [eisers] c.s. was afgesproken. De advocaat van [gedaagde] vermeldde dit ook met zoveel woorden in haar brief van 15 december 2022 (zie 3.26) waar staat: “Op de offerte van cliënte staat inderdaad geen spack spuitwerk geoffreerd. Echter (…) gevraagd om een alternatief. (…) u (…) gekozen heeft voor het spuiten van spack”. Op de door [gedaagde] overgelegde heimelijke opname die [naam 1] van het gesprek van partijen op 8 september 2022 heeft gemaakt, is overigens ook te horen dat [naam 1] dit zegt; daarbij valt op dat hij de bij het gesprek aanwezige deskundige niet tegenspreekt wanneer die zegt dat glad spuitwerk was overeengekomen.
5.11.
Tijdens de mondelinge behandeling stelden [naam 1] en de advocaat zich echter nadrukkelijk op het standpunt dat partijen nooit glad stucwerk waren overeengekomen. Dit standpunt verhoudt zich niet met het voorgaande. Deze tegenstrijdigheid in de stellingen van [gedaagde] over het stucwerk maken dat de rechtbank niet meer gelooft wat [gedaagde] daarover zegt.
De rechtbank hecht daarom ook geen waarde aan de bij de conclusie van antwoord als productie 4 overgelegde gezamenlijke verklaring van de stukadoors. Deze verklaring is getypt – één verklaring voor beide getuigen – en is opgesteld in (erg) formele taal; alleen de twee handtekeningen zijn met pen gezet. Het heeft er daarom alle schijn van dat deze verklaring vooraf is opgesteld vanwege [naam 1] en door de twee getuigen alleen nog is ondertekend.
De rechtbank gaat op het punt van het stucwerk daarom uit van de juistheid van de stelling van [eisers] c.s., namelijk dat glad spuitwerk was overeengekomen en dat daarover geen afwijkende afspraken zijn gemaakt.
5.12.
[gedaagde] stelt nog dat [eisers] c.s. niet hebben voldaan aan de klachtplicht, omdat zij pas acht dagen na het aanbrengen van het spack bij [gedaagde] hebben geklaagd. De rechtbank gaat daarin niet mee, omdat [eisers] c.s. daags na het aanbrengen van het spack moesten verhuizen en een klachttermijn van acht dagen mede tegen die achtergrond niet onredelijk lang is. Ook is niet gebleken dat [gedaagde] in haar verweer is geschaad doordat [eisers] c.s. niet (nog) eerder hebben geklaagd.
5.13.
Ervan uitgaande dat glad stucwerk was overeengekomen en [eisers] c.s. hebben voldaan aan de klachtplicht, is [gedaagde] in verzuim komen te verkeren doordat zij in haar brief van 15 december 2022 heeft laten weten alleen tegen betaling bereid te zijn alsnog glad stucwerk op te leveren. Uit deze mededeling mochten [eisers] c.s. opmaken dat [gedaagde] op dit punt in de nakoming van haar verplichtingen onder de aannemingsovereenkomst tekort zou schieten.
5.14.
De post stucwerk is een zodanig omvangrijk deel van het overeengekomen werk dat het gebrek op dit punt de ontbinding van de aannemingsovereenkomst al rechtvaardigt.5.15. Daarnaast is [gedaagde] ook in verzuim komen te verkeren doordat zij diverse andere gebreken niet binnen de in de diverse door [eisers] c.s. verzonden ingebrekestellingen heeft verholpen. Dit oordeel licht de rechtbank hierna toe.
5.15.1.
Het stucwerk was niet het enige punt waarop de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden aperte gebreken vertoonden. De deskundige heeft – net als de deskundigen van BergCab en Perfectkeur – gerapporteerd dat diverse onderdelen van het overeengekomen werk niet, niet volledig of niet deugdelijk (als conform de offerte) zijn uitgevoerd. Ten aanzien van de volgende punten is dit door [gedaagde] in de conclusie na deskundigenbericht erkend of onvoldoende onderbouwd weersproken:
- de plaatsing van de schuifpui op zolder;
- de vensterbanken;- de elektra;- de aansluiting van de elektrische cv-ketel;
- de aansluiting van de boiler.
Geen van deze gebreken is alleen te wijten aan het feit dat de werkzaamheden nog niet waren voltooid.
5.15.2.
[eisers] c.s hebben deze gebreken meermaals bij [gedaagde] onder de aandacht gebracht. Zo worden ze in ieder geval genoemd in het rapport van BergCab, tijdens het door [naam 1] opgenomen gesprek van 9 september 2022, en in de e-mailwisseling van partijen tussen 10 en 15 oktober 2022. De elektra, cv-ketel en boiler worden ook genoemd in de e-mailwisseling van 7 november 2022. Over de schuifpui, de elektra, cv-ketel, boiler en de vensterbanken schrijft de advocaat van [gedaagde] in haar brief van 15 december 2022 ook dat die punten “reeds bij partijen bekend” waren.
5.15.3.
[gedaagde] kan over deze punten daarom niet zeggen dat het haar ten tijde van de ingebrekestelling niet duidelijk was welke tekortkomingen [eisers] c.s. haar verweten.
5.15.4.
[gedaagde] is ook meermaals in de gelegenheid gesteld deze gebreken op te lossen, onder meer bij brief van 15 oktober 2022. In deze brief is [gedaagde] een (nadere) termijn gegeven van zes weken (tot 30 november 2022 00:00 uur) om een en ander te herstellen. Omdat [eisers] c.s. haar daarvoor al meermalen over die gebreken hadden aangemaand, was die termijn niet onredelijk kort. De brief van 15 oktober 2022 was dus een geldige ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW, zodat [gedaagde] na het verstrijken van de daarin gestelde termijn in verzuim is geraakt.
5.16.
[gedaagde] heeft daarover gesteld dat [eisers] c.s. haar de mogelijkheid niet hebben gegeven om deze gebreken te herstellen, maar deze stelling heeft zij alleen onderbouwd met het voorbeeld dat [eisers] c.s. hebben voorgesteld om het rapport van BergCab op neutraal terrein te bespreken. Zonder een nadere toelichting, die [gedaagde] niet heeft gegeven, valt echter niet in te zien hoe uit dit voorstel kon worden afgeleid dat [eisers] c.s. [gedaagde] de toegang tot de woning ontzegden. Andere feiten die erop wijzen dat [eisers] c.s. haar de toegang tot de woning hebben ontzegd, heeft [gedaagde] niet aangevoerd. Toen [eisers] c.s. ter zitting vertelden dat de mensen van [gedaagde] altijd mochten komen en dat ze dit voordien ook vrijelijk deden, heeft [gedaagde] dit niet tegengesproken.
5.17.
Voor zover [gedaagde] heeft bedoeld aan te voeren dat ontbinding niet was toegestaan omdat [eisers] c.s. als schuldeisers een redelijk alternatief ten dienste stond – namelijk [gedaagde] toestaan de gebreken alsnog te verhelpen – slaagt ook dit verweer niet. In het uitgevoerde werk zaten meerdere gebreken die het niveau van beperkte opleverpunten overstegen en waarvan enkele zelfs gevaarlijk waren. Daar komt bij dat [gedaagde] ook erkende gebreken in januari 2023 – dus ruim na de in de ingebrekestelling van 15 oktober 2022 gestelde termijn van 30 november 2022 – nog steeds niet had verholpen. Van [eisers] c.s. kon onder die omstandigheden niet meer worden verwacht dat zij hun vertrouwen weer in [gedaagde] zouden stellen.
Feiten
Uw opdrachtgever heeft cliënte immers nadrukkelijk opdracht gegeven om van het geoffreerde type spuitwerk af te wijken.”
3.18.
[eisers] c.s. hebben de volgende dag (31 augustus 2022) bij brief gereageerd. Zij ontkenden [gedaagde] de toegang tot de woning te hebben ontzegd. Ook hebben zij gereageerd op de stelling van [gedaagde] dat geen sprake zou zijn van tekortkomingen, en hebben zij verzocht om diezelfde week een planning aan te leveren aan de hand van het rapport van BergCab. [gedaagde] heeft daarop geantwoord dat zij pas na opneming van de situatie ter plaatse een planning kon maken. Partijen hebben toen afgesproken dat er in aanwezigheid van BergCab een gesprek in de woning zou plaatsvinden. Dit gesprek heeft op 8 september 2022 plaatsgevonden; [naam 1] heeft van dit gesprek (heimelijk) een geluidsopname gemaakt.
Tijdens het gesprek, en ook in de daaropvolgende dagen, heeft [gedaagde] [eisers] c.s. geen planning verstrekt. Wel is er op 4, 5 en 6 oktober 2022 door [gedaagde] in de woning gewerkt aan enkele punten uit het rapport van BergCab.
3.19.
Bij e-mail van 13 oktober 2022 hebben [eisers] c.s. weer bij [gedaagde] geklaagd over de voortgang van de werkzaamheden. In deze klachtbrief hebben [eisers] c.s. [naam 1] erop gewezen dat [gedaagde] al vanaf mei 2022 met de verbouwing bezig was, dat de woning nog steeds niet bewoonbaar was en nog steeds geen planning was overgelegd, terwijl [naam 1] zou hebben aangegeven de klus binnen drie maanden te zullen klaren. Verder wezen zij [gedaagde] nogmaals op de bevindingen van BergCab, meer in het bijzonder op de geconstateerde gebreken met betrekking tot het stuc- en spuitwerk, de drain, de boiler, de cv-ketel en de meterkast.
[eisers] c.s. hebben [gedaagde] gesommeerd om de werkzaamheden binnen een maand af te ronden, en hebben [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor alle (gevolg)schade.
3.20.
Bij aangetekende brief van 15 oktober 2022 met de aanhef: “ingebrekestelling”, hebben [eisers] c.s. [gedaagde] een nadere termijn tot 30 november 2022 00:00 uur gegeven om haar verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomst alsnog na te komen. Daarbij schreven [eisers] c.s. dat als [gedaagde] ook na die termijn in gebreke zou blijven, zij in verzuim zou zijn en dat de gevolgen hiervan volledig voor haar rekening zouden komen.
3.21.
[gedaagde] heeft hierop bij e-mail van 20 oktober 2022 gereageerd. Zij gaf aan de indruk te hebben dat [eisers] c.s. er niet op uit waren om het project gezamenlijk netjes af te ronden. [gedaagde] schreef dat als [eisers] c.s. niet snel de bereidheid zouden tonen om op een normale manier te communiceren over de vervolgstappen van de verbouwing, [gedaagde] genoodzaakt was het project op te schorten. Tot slot schreef [gedaagde] dat zij nog steeds van plan was om de laatste punten fatsoenlijk af te ronden.
3.22.
Op 3 november 2022 hebben [eisers] c.s. een lijst met nog uit te voeren werkzaamheden aan [gedaagde] verstrekt. Per e-mail van 24 november 2022 hebben [eisers] c.s. aan [gedaagde] bericht dat zij na afloop van de uiterste termijn, op 1 december 2022, een bouwtechnische keuring door Perfectkeur B.V. zouden laten uitvoeren.
3.23.
Bij brief van 25 november 2022 antwoordde de advocaat van [gedaagde] dat [gedaagde] zich inspande om het overeengekomen werk zo spoedig mogelijk deugdelijk op te leveren, maar dat [eisers] c.s. haar daarbij hinderden. Ook betwistte zij dat ingebrekestelling noodzakelijk was en ook dat sprake was van verzuim. Verder stelde zij dat [eisers] c.s. geen rechten aan de voorgenomen bouwtechnische keuring kon ontlenen, omdat het een eenzijdig, subjectief en niet onafhankelijk onderzoek was.
3.24.
Op 1 december 2022 heeft een deskundige van Perfectkeur (hierna: Perfectkeur) 49 onderdelen van het door [gedaagde] uitgevoerde werk bouwkundig geïnspecteerd. Perfectkeur heeft op 9 december 2022 rapport uitgebracht. De deskundige heeft gebreken geconstateerd aan onder meer:- de schuifpui op de tweede verdieping,- ontbrekende ventilatieroosters en horren bij diverse ramen,- de binnendeuren,- de afwerking van de binnenmuren; niet glad gespoten maar voorzien van spack spuitwerk,- de badkamer; het tegelwerk, de wastafel, de drain,- de wastafel in de badkamer,- de drain in de badkamer,- de spiegel van de badkamer,- het toilet; het tegelwerk, de toiletpot en het fonteintje,- de elektra; de aansluiting van de cv en de boiler, en een ontbrekende groepenkaart,- de trap,- de vensterbanken.
3.25.
Bij brief van 10 december 2022 hebben [eisers] c.s. een exemplaar van het rapport van Perfectkeur aan [gedaagde] toegezonden. Daarbij hebben zij [gedaagde] gesommeerd om alle in de brief en in het rapport van Perfectkeur genoemde gebreken binnen drie weken te herstellen dan wel af te ronden en hun dit uiterlijk 15 december 2022 te bevestigen.
3.26.
Daarop is door de advocaat van [gedaagde] gereageerd bij brief van 15 december 2022. Daarin schreef zij onder meer het volgende:
“Zoals uiteengezet in mijn brief van 25 november 2022 had cliënte bezwaar tegen het moment waarop het onderzoek van Perfectkeur B.V. door u is geïnitieerd. Cliënte was, zoals u bekend, nog bezig met de afronding van de overeengekomen werkzaamheden. Cliënte wordt dan ook, zoals zij zelf reeds had verwacht, door u geconfronteerd met een rapportage waaruit vrijwel uitsluitend volgt dat nog niet alle werkzaamheden zijn afgerond. Dit komt de relatie van partijen en het vertrouwen over en weer niet ten goede. Uit het rapport van Perfectkeur B.V. volgt overigens ook niet dat de werkzaamheden reeds afgerond hadden moeten zijn.”
Vervolgens is de advocaat ingegaan op elk van de 49 punten uit het rapport van Perfectkeur. Met betrekking tot de afwerking van de binnenmuren heeft [gedaagde] opgemerkt:“Op de offerte van cliënte staat inderdaad geen spack spuitwerk geoffreerd. Echter, op dag dat de muren glad gespoten zouden worden heeft de spuiter aangegeven tijd kwijt te zijn aan het bestaande stucwerk alvorens hij kon overgaan tot spuiten. De werkzaamheden zouden hierdoor uitlopen. U heeft toen bij cliënte hierover geklaagd en gevraagd om een alternatief. De spuiter vertelde toen aan u dat er wel direct gespoten kon worden (dus zonder tijdsuitloop) als dit met een korrel zou gebeuren. Van cliënte heb ik begrepen dat u, omdat u geen tijdsuitloop wilde, gekozen heeft voor het spuiten van spack. Cliënte is wel bereid om u tegemoet te komen en is bereid desgewenst het stucwerk te schuren, opnieuw te spuiten en te sausen (zodat deze strak is) tegen kostprijs. Mocht u van dit aanbod gebruik willen maken dan verneemt cliënte dat graag uiterlijk 21 december a.s.”De brief is afgesloten met de opmerking dat, zodra overeenstemming is bereikt over de onderliggende klachten en de afwikkeling daarvan, de werkzaamheden door [gedaagde] zullen worden hervat.
3.27.
Er is geen overeenstemming bereikt en [gedaagde] is niet tot herstel en afronding van het werk overgegaan.
3.28.
In opdracht van [eisers] c.s. heeft een aannemer van DRO Renovaties het werk van [gedaagde] gewaardeerd en de herstelkosten in kaart gebracht. Op 13 januari 2023 heeft Dro Renovaties een offerte uitgebracht ten bedrage van € 88.451 incl. btw. De waarde van het door [gedaagde] uitgevoerde werk is door DRO Renovaties begroot op € 6.215,41.
3.29.
Op 30 januari 2023 hebben [eisers] c.s. [gedaagde] aangeschreven. In die brief laten zij weten de aannemingsovereenkomst te ontbinden tegen een bedrag van € 143.987,48.
3.30.
[gedaagde] heeft hierop bij brief van 1 februari 2023 gereageerd. Zij verweet [eisers] c.s.
Feiten
dat zij de uitvoering van de werkzaamheden hebben gefrustreerd, niet hebben gereageerd op verzoeken/voorstellen van [gedaagde] en geen toegang tot de woning hebben verschaft, terwijl [gedaagde] te allen tijde bereidheid toonde om het werk naar behoren op te leveren. Betwist wordt dat [gedaagde] in verzuim is komen te verkeren bij gebreke van een deugdelijke ingebrekestelling en een redelijke termijn tot nakoming. Ook wordt betwist dat de aannemingsovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden en gesteld dat [eisers] c.s. daardoor zelf in verzuim zijn geraakt.
3.31.
[eisers] c.s. hebben [gedaagde] meermaals gevraagd om de documentatie aan te leveren die hun in staat stelt om ISDE-subsidie aan te vragen. De termijn voor het aanvragen van deze subsidie is inmiddels verlopen.
3.32.
Op basis van een op 25 januari 2023 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank verleend verlof hebben [eisers] c.s. op 26 en 31 januari 2023 ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag gelegd onder de ABN AMRO Bank.
3.33.
In maart 2023 hebben de twee spuiters van de binnenmuren de volgende schriftelijke verklaring afgelegd:
“Op 29 juli 2023 zijn wij bij de familie [eisers] in [woonplaats] begonnen met de werkzaamheden. Aangezien wij constateerden dat wij nog herstelwerkzaamheden moesten verrichten aan het stucadoorswerk alvorens wij de wanden zouden spuiten liepen wij wat vertraging op. [eisers] vroeg ons om alternatieven zodat wij niet ui de planning zouden lopen. Hierop hebben wij geantwoord dat dit absoluut nodig is om het beste resultaat te krijgen. De enige andere optie was het spuiten met een korrel, in dit geval zijn de herstelwerkzaamheden niet nodig. De Familie [eisers] vond dit een goed plan en hebben ter plekke akkoord gegeven op het spuiten met een korrel. Wij hebben ook pas 8 augustus 2022, ruim een week na werkzaamheden, (terwijl de familie er vrijwel alke dag was om te kijken) voor het eerst een klacht ontvangen. ”
3.34.
Op 23 februari 2024 heeft de deskundige in het bijzijn van partijen en hun advocaten een onderzoek uitgevoerd naar de deugdelijkheid van 16 onderdelen van het door [gedaagde] uitgevoerde werk. De deskundige heeft op 10 april 2024 rapport uitgebracht (hierna: het deskundigenrapport). De deskundige heeft geconcludeerd:
“1.
Het raamkozijn boven het keukenraam
(…) is niet deugdelijk uitgevoerd. (…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden doen uitvoeren c.q. herstellen, worden geraamd op ca. € 750,- inclusief BTW.
(…)
2.
De twee ramen op zolder aan de noordkant
(…). Er is sprake van ondeugdelijk en niet volledig geleverd werk. (…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden doen uitvoeren c.q. herstellen, worden geraamd op ca. € 1500,- inclusief BTW.
(…)
4.
De schuifpui op zolder
(…) is voor wat betreft enkele onderdelen niet deugdelijk, respectievelijk niet volledig, geplaatst. (…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden doen uitvoeren c.q. herstellen, worden geraamd op ca. 2710,- inclusief BTW.
(…)
5.
Vensterbanken
(…) zijn niet deugdelijk afgekit (…) ontbreekt (…) gedeeltelijk (…) is (…) beschadigd. (…) De kosten welke gepaard gaan met het door derden uitvoeren c.q. herstellen, worden geraamd op ca. € 1400,- inclusief BTW.
(…)
6.
De (wijze van afhangen van de) binnendeuren
(…) schiet op meerdere onderdelen tekort. Het is geen deugdelijk werk. (…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden uitvoeren c.q. herstellen, worden geraamd op ca. € 1750,- inclusief BTW.
(…)
7.
De stopcontacten en de lichtschakelaars
(…). Er is (…) sprake van een ontoelaatbare gevaarlijke situatie. (…). Kosten voor herstel door derden: zie punt 11
(…)
8.
Het stucwerk inclusief latex spuitwerk
(…). Het stucwerk op de wanden en plafonds is afgewerkt met spack spuitwerk, hetgeen een korrelachtige structuur heeft. De offerte (aannemingsovereenkomst) is gebaseerd op het afwerken met glad latex spuitwerk. De stelling van [naam 1] dat dit een wijziging betreft die in het werk met [eisers] is afgesproken worde door [eisers] tegengesproken en is voor de deskundige niet te controleren. Derhalve wordt er in dit deskundigenbericht uitgegaan van een gebrek.
(…). Verder is er in diverse vertrekken (…) sprake van een slordige uitvoering van het stucwerk. (…).
B. Wijze van herstel;
a. Indien spack spuitwerk als eind afwerking gehandhaafd blijft;
(…)
b. Indien alle wanden en plafonds glad afgewerkt moeten zijn met latex spuitwerk;
(…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden uitvoeren c.q. herstellen worden als volgt geraamd op:
a. indien gekozen wordt voor de herstelwerkzaamheden genoemd onder B.a. totaal € 4500,-
inclusief BTW.
b. Indien gekozen wordt voor herstelwerkzaamheden genoemd onder B.b. totaal € 21500,-
inclusief BTW.
(…)
10.
Renovatie van de trappen
(…). De trapleuningen dienen nog te worden geleverd en aangebracht. (…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden uitvoeren c.q. herstellen, worden geraamd op ca. € 400,- inclusief BTW.
(…)
11.
De aangelegde elektra, waaronder de aansluitingen in en naar de meterkast
(…). De elektrische installatie voldoet op diverse punten niet aan de geldende voorschriften (NEN 1010), zie ook de punten 7, 13 en 14. (…). Er is (…) sprake van een gevaarlijke installatie. (…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden uitvoeren c.q. herstellen van alle genoemde elektrotechnische gebreken worden geraamd op (…) Totaal inclusief BTW € 5439,-
(…)
13.
De aansluiting van de elektrische c.v. ketel
(…) is niet correct uitgevoerd. (…). Kosten voor herstel door derden: zie punt 11
(…)
14.
De boiler
(…) is niet correct (…) aangesloten. (…). Kosten voor herstel door derden: zie punt 11
(…)
15.
De aan- en afvoerleidingen in de woning en de kruipruimte, inclusief de afwatering naar de douchegoot
(…) zijn gebreken in het door [naam 1] uitgevoerde werk. (…). De kosten welke gepaard gaan met het door derden uitvoeren c.q. herstellen, worden geraamd op € 2000 inclusief BTW.
(…)
16.
Sanitair (badkamer, toilet en het bad op zolder)
(…)
- De toiletpot is te hoog gemonteerd. (…).
- De spiegel in de badkamer hangt niet correct (…).
- de aansluiting van het bad lekt.
- Na te leveren sanitair moet nog gemonteerd worden.
(….)
De kosten welke gepaard gaan met het door derden doen uitvoeren c.q. herstellen van de onder A genoemde (herstel)werkzaamheden worden inclusief BTW geraamd op (…) € 1750,-
(…)
Recapitulatie:
De kosten welke gepaard gaan met het alsnog door een derde doen uitvoeren c.q.