Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-23
ECLI:NL:RBDHA:2024:23745
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,224 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.31048 (beroep) en NL24.31049 (voorlopige voorziening) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),
en
de minister van Asiel en Migratie
, verweerder
(gemachtigde: drs. M.F. Aly).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 14 juli 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft op het verweerschrift gereageerd.
2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder aan deelgenomen. Ook aanwezig waren de echtgenote van eiser en de tolk, de heer E.J. Nijembo Katumbwe.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
3. Eiser heeft de Tanzaniaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1999. Eiser heeft problemen ondervonden met zijn familie in Tanzania vanwege zijn seksuele gerichtheid. De problemen zijn ontstaan nadat eiser met een christelijke vrouw trouwde en er op de bruiloft een foto is gemaakt waarop eiser met een homoseksuele man is te zien. Toen eisers familie hierachter kwam, wisten zij dat hij biseksueel was en verweten ze hem dat hij homoseksuelen steunt. Nadat eiser in Nederland was aangekomen heeft zijn familie aangifte tegen hem gedaan. Bij terugkeer naar Tanzania vreest eiser voor de autoriteiten.
3.1.
Ter onderbouwing van het asielrelaas heeft eiser verschillende documenten overlegd, onder meer een bewijs van de aangifte van eiser tegen zijn familie en foto’s van verschillende personen.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst (eerste asielmotief); en
de problemen vanwege de seksuele gerichtheid (tweede asielmotief).
4.1.
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De problemen vanwege de seksuele gerichtheid zijn door verweerder niet geloofwaardig gevonden, onder meer omdat eiser zijn verklaringen op dit punt niet (volledig) met objectieve documenten onderbouwd, zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormenen omdat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig is te beschouwen. Dat eiser uit Tanzania komt is onvoldoende om aan te nemen dat eiser een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Tanzania een risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Volgens verweerder had eiser wel degelijk op de hoogte kunnen zijn van de valsheid van zijn Poolse werkvisum en gaf dit aanleiding de aanvraag af te doen als kennelijk ongegrond.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort gezegd – het volgende aan. Verweerder heeft onvoldoende gespecifieerd wat het referentiekader is waartegen eisers verklaringen tijdens het gehoor zijn afgezet. Verweerder heeft tijdens de gehoren ook onvoldoende rekening gehouden met eisers mentale gesteldheid. Mentale problemen waren namelijk van invloed op de verklaringen in het gehoor. Eiser heeft ook voldoende inzicht gegeven in de beleving van zijn gevoelens voor mannen en verwijst daarbij naar de verklaringen van Twahir en Iddy. Dat geldt ook voor zijn gevoelens voor vrouwen. Ook heeft eiser voldoende verklaard over zijn relatie met [naam] , gelet op de context van de relatie. Verder verwacht verweerder ten onrechte dat eiser zich meer had moeten verdiepen in de situatie van lhbti’ers in Europa en redeneert verweerder vanuit een Nederlands perspectief bij zijn oordeel over de stelling dat de familie op basis van de huwelijksfoto’s ervan uit gaat dat eiser biseksueel is. Ten aanzien van de verdenkingen van homoseksualiteit in Tanzania heeft verweerder de verklaringen van eiser onvoldoende tegen de achtergrond van de landeninformatie gehouden. Eiser stelt verder dat de reden van intrekking van zijn eerste asielverzoek zijn huidige asielaanvraag niet aantast. Tot slot heeft eiser verweerder niet willen misleiden met een vals Pools visum.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
7. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
Zorgvuldigheid besluitvorming
Referentiekader
8. Verweerder dient in zaken waar geaardheidskwesties spelen door te vragen op de antwoorden van de betrokken vreemdeling. Dit is van belang, omdat de mate waarin iemand zijn gerichtheid in woorden kan vatten per persoon zal verschillen. Niet iedere vreemdeling is namelijk gewend om over zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens te praten. Uit jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter – specifiek met betrekking tot de culturele achtergrond van een vreemdeling – volgt dat verweerder met zijn werkwijze in beginsel al voldoende rekening houdt met de culturele achtergrond van de vreemdeling. Als daar geen sprake van is, dan is dat aan de vreemdeling dit te motiveren. Ter zitting heeft eiser gesteld dat hij het lastig vindt te praten over zijn geaardheid vanwege zijn culturele achtergrond. Ook heeft eiser ter zitting gesteld dat omdat de relatie met [naam] niet was toegestaan, hij daar niet uitgebreid over kon verklaren. De rechtbank overweegt dat eiser hiermee nog steeds niet heeft gemotiveerd waarom verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader.
Mentale gesteldheid
8.1.
Verweerder heeft mogen vinden dat eiser onvoldoende heeft toegelicht op welk moment er onvoldoende rekening is gehouden met eisers psychische gesteldheid en hoe dit van invloed heeft kunnen zijn op eisers verklaring omtrent de gestelde homoseksualiteit. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat tijdens het nader gehoor is gevraagd naar eisers gezondheid en medische klachten. Eiser heeft verklaard dat het goed met hem gaat en dat hij alleen last heeft van een beetje slapeloosheid. Uit het MediFirst rapport is niet gebleken dat er sprake is van beperkingen waar tijdens het horen rekening mee moet worden gehouden. Ook tijdens het gehoor is niet gebleken dat er sprake is geweest van klachten die van invloed kunnen zijn geweest op de afgelegde verklaringen van eiser. Verweerder heeft mogen vinden dat eisers mentale gesteldheid niet dusdanig kwetsbaar is dat al op voorhand de conclusie moest worden getrokken dat eiser niet adequaat zou kunnen verklaren. Voor zover eiser met het in beroep overlegde medisch rapport – waaruit het letsel van eiser ten gevolge van de mishandeling door zijn familie zou volgen – heeft willen betogen dat er belemmeringen waren voor de afname van het gehoor, overweegt de rechtbank dat deze conclusie niet uit het rapport is af te leiden.
8.2.
Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit voldoende zorgvuldig is voorbereid.
Geloofwaardigheid problemen vanwege biseksuele gerichtheid
9. In artikel 31, zesde lid, van de Vw is ter implementatie van artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn bepaald dat indien de vreemdeling zijn verklaringen of een deel van zijn verklaringen niet met documenten kan onderbouwen, deze verklaringen geloofwaardig worden geacht en de vreemdeling het voordeel van de twijfel wordt gegund, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de vreemdeling heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven;
b. alle relevante elementen waarover de vreemdeling beschikt, zijn overgelegd, en er is een bevredigende verklaring gegeven omtrent het ontbreken van andere relevante elementen;
c. de verklaringen van de vreemdeling zijn samenhangend en aannemelijk bevonden en zijn niet in strijd met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn aanvraag;
d. de vreemdeling heeft zijn aanvraag zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten; en
e.
Conclusie
11. Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
13. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als verweerder.
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw.
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c van de Vw.
Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 2 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1982.
Uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:341.
Verslag nader gehoor, pagina 6.
Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming.
WI 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd.
WI 2014/10 Integrale geloofwaardigheidstoets; inhoudelijke beoordeling (asiel).
Verslag nader gehoor, pagina 13.
Verslag nader gehoor, pagina 14.
Verslag nader gehoor, pagina 18.
Beoordeling
vast is komen te staan dat de vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.
9.1.
Bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van specifiek eisers biseksuele gerichtheid dient verweerder ook de werkinstructie 2019/17 als uitgangspunt te nemen. Volgens deze werkinstructie moet verweerder bij de beoordeling rekening houden met de omstandigheid dat het voor een vreemdeling niet mogelijk is om met sluitend bewijs aannemelijk te maken dat hij een lhbti’er is. De enkele stelling van de vreemdeling dat hij een lhbti’er is, is niet voldoende. Verweerder moet een individuele afweging maken waarbij alle relevante omstandigheden van het geval worden betrokken en in onderlinge samenhang worden gewogen. Het is aan de vreemdeling om de gestelde seksuele gerichtheid tegenover verweerder aannemelijk te maken. Het bepalen van welk gewicht toekomt aan de antwoorden op de vragen die zijn gesteld over iemands seksuele gerichtheid, is sterk afhankelijk van de individuele zaak. Verweerder moet hierbij, net als tijdens het gehoor, rekening houden met het referentiekader van de vreemdeling. Bij de beoordeling moet worden betrokken of de verklaringen consistent zijn en overeenkomen met hetgeen bekend is over de algemene situatie (ten aanzien van lhbti’ers in het land van herkomst). Het zwaartepunt ligt bij het persoonlijke, authentieke verhaal dat een vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaringen. Als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar lhbti-gerichtheid niet wordt geaccepteerd en misschien zelfs strafbaar is, mag van een vreemdeling worden verwacht dat hij inzicht kan geven in het denkproces over wat het betekent om anders te zijn dan de maatschappij of wet verlangt en hoe hij daar invulling aan geeft.
9.2.
Verweerder moet de gestelde seksuele gerichtheid in ieder geval aan de hand van de volgende vier thema’s beoordelen:
privéleven;
huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen;
contact met lhbti’ers in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie; en
discriminatie, repressie en vervolging in land van herkomst.
9.3.
In het voornemen heeft verweerder artikel 31, zesde lid, onder a, b, c en e, van de Vw aan eiser tegengeworpen. In beroep heeft eiser diverse (originele) documenten overgelegd. De echtheid van deze documenten kon niet worden vastgesteld, waardoor de documenten volgens verweerder geen objectieve bewijswaarde hebben maar wel betrokken kunnen worden bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Uit het bestreden besluit en de toelichting van de gemachtigde van verweerder ter zitting, leidt de rechtbank af dat verweerder in beroep voornamelijk artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw aan eiser tegenwerpt. Volgens verweerder is het relaas van eiser niet samenhangend en aannemelijk en is eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig te beschouwen.
9.4.
De gronden van eiser met betrekking tot de geloofwaardigheid van de lhbti-gerichtheid richten zich – zoals ter zitting is gebleken – op de tegenwerpingen van verweerder in het kader van de openheid over de gevoelens voor mannen en vrouwen, openheid over de relatie met [naam] en de foto met de homoseksuele man. Eiser heeft bij zijn gronden ook nog een tegen hem gericht arrestatiebevel uit zijn land van herkomst overgelegd, een bewijs dat eiser zelf aangifte heeft gedaan tegen zijn familie en een medisch rapport waaruit zou volgen het letsel van eiser ten gevolge van de mishandeling door zijn familie. De rechtbank beoordeeld de overwegingen van verweerder aan de hand van deze gronden en de door eiser (in beroep) ingebrachte documenten.
Openheid over gevoelens voor zowel vrouwen als mannen
9.5.
Anders dan eiser heeft aangevoerd, heeft verweerder mogen betrekken dat eiser summier en algemeen heeft verklaard over hoe hij gevoelens heeft gekregen voor vrouwen. Eiser heeft hierover verklaard dat hij meer van zijn vrouw is gaan houden dan voorheen – voordat zij wist dat hij ook op mannen viel – omdat zijn vrouw hem hielp en steunde. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat daarmee onduidelijk is gebleven hoe dit ervoor heeft gezorgd dat eiser gevoelens kreeg voor vrouwen in het algemeen. Tijdens het nader gehoor is meermaals gevraagd naar eisers gevoelens voor vrouwen. Eiser heeft een afwijkend antwoord gegeven over dat hij zijn vrouw aantrekkelijk vond, omdat zij niets geheim hield en dingen online plaatst. Ook heeft eiser niet kunnen toelichten in hoeverre de gevoelens die hij heeft voor vrouwen verschillen ten opzichte van zijn gevoelens voor mannen. Verweerder heeft van eiser mogen verwachten dat hij inzicht kan geven in zijn denkproces toen hij zich realiseerde dat hij ook gevoelens voor vrouwen kan hebben.
9.6.
Voor zover eiser ter zitting heeft willen betogen dat hij niet bi- maar homoseksueel is en alleen gevoelens heeft voor mannen, overweegt de rechtbank dat verweerder niet ten onrechte heeft gevonden dat eisers verklaringen ook onvoldoende inzicht hebben gegeven in zijn denkproces toen hij zich realiseerde dat hij (ook) op mannen viel, nu eiser daar in de gehoren oppervlakkig over is gebleven. Van eiser mag verwacht worden dat hij daar uitgebreider over kan verklaren en dat hij – ondanks dat dat moeilijk kan zijn – inzicht kan geven over wat het voor hem betekent om anders te zijn dan de maatschappij of wet verlangt en hoe hij daar invulling aan geeft. Verweerder heeft in het nadeel van eiser mogen meewegen dat hij, hoewel hij heeft verklaard dat hij bang was en zich anders voelde, verder niet heeft kunnen toelichten wat deze emoties met hem deden en hoe hij deze emoties heeft ervaren. Verweerder heeft de verklaringen van derden tot slot niet doorslaggevend mogen vinden, nu dit geen objectieve verklaringen zijn.
Openheid over relatie met [naam]
9.7.
Verweerder heeft verder eisers verklaringen over zijn relatie met [naam] als oppervlakkig en summier kunnen aanmerken. Weliswaar zagen eiser en [naam] elkaar niet meer dan 2 à 3 keer per maand en was eiser gedurende de relatie minderjarig, waardoor de beleving van de relatie anders kan zijn dat de wijze waarop meerderjarigen die samenwonen hun relatie beleven. Echter, eiser heeft verklaard dat hij van 2013 tot 2018 een relatie met [naam] had. Zij hebben elkaar dus jarenlang gezien zodat verweerder heeft mogen verwachten dat eiser uitgebreider kon verklaren over de gevoelens die eiser voor [naam] had.
Foto met homoseksuele man
9.8.
Verweerder heeft de verklaringen van eiser over de foto waarop hij is te zien met een homoseksuele man vaag en ongerijmd mogen vinden en heeft aan de overlegde foto niet de waarde hoeven toekennen die eiser daaraan toekent. De rechtbank volgt verweerder in haar stelling dat alleen op basis van de foto niet is te herleiden dat de man die erop staat homoseksueel is. Voor zover de man in kwestie op de foto is getagd en men via deze tag op een account van de man komt waarop hij in vrouwenkleding is te zien, heeft verweerder dit onvoldoende mogen vinden om te concluderen dat eiser daardoor bi- of homoseksualiteit wordt toegedicht en hij daardoor een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat de foto is genomen op de bruiloft van eiser met zijn vrouw. Eisers stelling dat verweerder het landenbeleid of het door eiser overlegde artikel van 16 april 2020 onvoldoende heeft betrokken, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft deze informatie in het verweerschrift betrokken en zich op het standpunt gesteld dat, tegen de achtergrond dat de seksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig is gevonden, onvoldoende is toegelicht waarom het nieuwbericht op hem van toepassing is.