Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:23732
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,332 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/3217
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. M.B. Ullah),
en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: J.S. de Vreeze).
Inleiding
Het Uwv heeft met het besluit van 22 juni 2023 (primaire besluit) de aanvraag van eiser voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 maart 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv.
Beoordeling
1. De rechtbank is bij de beoordeling uitgegaan van de volgende feiten en omstandigheden.
2. Eiser is op [geboortedag] 1975 geboren in Iran. Samen met zijn moeder en zussen is eiser in november 1987 naar Nederland gevlucht. Zij kregen vrijwel meteen een verblijfsvergunning omdat zij uitgenodigde asielzoekers waren. Na ongeveer een jaar in Nederland te zijn verbleven, zijn zij in november 1988 naar Irak vertrokken, waar de vader van het gezin verbleef.
3. Vanwege het uitbreken van de Golfoorlog zijn de zussen van eiser begin 1991 naar Nederland gestuurd. Eiser is met zijn ouders in Irak gebleven. In de tijd dat hij in Irak woonde was hij actief lid van een verzetsbeweging.
4. Op 29 september 1994 is eiser uit Irak vertrokken naar Nederland, waar hij op 2 oktober 1994 aankwam. Sindsdien woont hij in Nederland.
5. Op 27 oktober 1994 meldde eiser zich bij een AZC en verklaarde de verzetsorganisatie te zijn ontvlucht. Op 8 maart 1995 is eiser toegelaten als vluchteling.
6. In 2008 deed eiser een aanvraag voor een uitkering op grond van de Wajong 2010. Met het besluit van 25 juni 2008 heeft het Uwv die aanvraag afgewezen, omdat eiser niet als jonggehandicapte in de zin van de Wajong 2010 werd beschouwd. Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend, zodat dit in rechte is komen vast te staan.
7. Op 9 juni 2023 heeft eiser met het formulier ‘Aanvraag Beoordeling arbeidsvermogen’ opnieuw een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering.
8. Het Uwv heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser op de dag dat hij 18 jaar oud werd niet woonachtig was in Nederland of een land van de EU, EER of Zwitserland.
Standpunten eiser in beroep
9. Eiser heeft naar voren gebracht dat hij ruim voor zijn achttiende al naar Nederland was verhuisd en alleen met zijn moeder en zussen in 1988 naar Irak verhuisde, omdat zijn moeder zich bij haar echtgenoot wilde voegen en op zoek was naar haar broer. Omdat eiser minderjarig was, had hij geen andere keuze dan meegaan. Ook voert hij aan dat dit als tijdelijk was bedoeld en de familie steeds voornemens was om terug te keren naar Nederland. Dit is volgens eiser op basis van jurisprudentie reden om aan te nemen dat eiser duurzame banden van persoonlijke aard met Nederland heeft onderhouden. Bovendien is hij voor zijn negentiende verjaardag terug naar Nederland verhuisd en heeft hij sindsdien onafgebroken in Nederland gewoond.
10. Ook stelt eiser dat het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat het onevenredig is als hij de rest van zijn leven wordt benadeeld door de keuze die zijn moeder destijds heeft gemaakt.
11. Tot slot doet eiser een beroep op strijdigheid met het motiveringsbeginsel, omdat het Uwv in het bestreden besluit niet heeft uitgelegd waarom het beroep op jurisprudentie niet slaagt.
Oordeel rechtbank
12. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong is een jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden op arbeidsparticipatie heeft.
13. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Wajong is een ingezetene in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen de natuurlijke persoon, die in Nederland woont.
14. Een van de voorwaarden voor het ontstaan van een recht op een Wajong-uitkering is dus ingezetenschap op de achttiende verjaardag.
15. Tussen partijen is in geschil of eiser op zijn achttiende verjaardag als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd.
16. Waar iemand woont, wordt naar alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval beoordeeld. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) komt het er bij de beoordeling naar de omstandigheden van ingezetenschap op aan of deze van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Die duurzame band hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemand maatschappelijke leven zich in Nederland bevindt.
17. Niet in geschil is dat eiser in 1994 naar Nederland is gekomen en dus op zijn achttiende verjaardag niet in Nederland woonachtig was. Uit de door eiser overgelegde stukken kan slechts worden afgeleid dat de band die eiser voorafgaande aan zijn achttiende verjaardag met Nederland had, eruit bestond dat hij van november 1987 tot november 1988 voor een jaar in Nederland verbleef, hij altijd voornemens was naar Nederland terug te keren en dat zijn zussen sinds 1991 in Nederland woonden. Een dergelijke band is evenwel niet te kwalificeren als een band van persoonlijke aard, noch als een duurzame band met Nederland. Het feit dat eiser al eerder in Nederland had gewoond en er sinds 1991 familieleden in Nederland woonden is volgens rechtspraak van de CRvB onvoldoende reden om aan te nemen dat sprake is van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
18. Ook de niet onderbouwde stelling van eiser dat hij altijd al de intentie heeft gehad om in weer Nederland te wonen, is volgens vaste rechtspraak onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een duurzame band van persoonlijke aard.
19. De overige door eiser geschetste omstandigheden, dat hij tot zijn achttiende minderjarig was en zijn moeder, dan wel de verzetsbeweging, voor hem besloot dat hij in Irak moest blijven, dat hij voor zijn negentiende verjaardag in Nederland aankwam en dat hij sinds dat moment in Nederland verblijft, leiden niet tot een ander oordeel. Deze omstandigheden maken namelijk niet dat er tussen eiser en Nederland op zijn achttiende verjaardag een duurzame band van persoonlijke aard bestond.
20. Dit leidt ertoe dat het Uwv terecht heeft geconcludeerd dat eiser op zijn achttiende verjaardag geen ingezetene van Nederland was. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft geweigerd eiser een uitkering op grond van de Wajong toe te kennen.
Evenredigheidsbeginsel
21. Het door eiser ingenomen standpunt dat het onevenredig is als hij de rest van zijn leven wordt benadeeld door de keuze die zijn moeder destijds heeft gemaakt, slaagt niet. De rechtbank legt dit uit.
22. Alleen bij hoge uitzondering kunnen bijzondere omstandigheden die niet zijn meegenomen in de afweging van de wetgever aanleiding geven tot een andere uitkomst dan waartoe strikte toepassing van de wet leidt. Dit is bijvoorbeeld zo als niet meegewogen omstandigheden die toepassing zozeer in strijd doen zijn met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht, dat die toepassing achterwege moet blijven. In dit geval doen zich zulke omstandigheden niet voor. Het is overeenkomstig de bedoeling van de wetgever om de kring van uitkeringsgerechtigden te beperken tot personen die op hun achttiende verjaardag te beschouwen zijn als ingezetenen van Nederland (en ook voor het overige voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering). Daarom moet worden aangenomen dat de wetgever de gevolgen van de toepassing van een dergelijke bepaling, namelijk dat het zo kan zijn dat iemand (door bepaalde keuzes van diens ouders) vóór zijn achttiende verjaardag geen ingezetene meer is en pas na zijn achttiende, maar nog vóór zijn negentiende verjaardag weer ingezetene van Nederland wordt en dus niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering, heeft bedoeld en voorzien.
23. Dat eiser in 1988 volledig afhankelijk zou zijn van zijn moeder en hij zelf niet de beslissing kon nemen om in Nederland te blijven of naar Nederland terug te keren, is dus geen bijzondere omstandigheid waarvan gezegd kan worden dat de wetgever daar geen rekening mee heeft gehouden. Er zijn verder door eiser ook geen omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.
Motivering
24. Hoewel de conclusie van het Uwv in het bestreden besluit terecht is, berust het bestreden besluit echter op een marginale motivering. Eiser heeft in bezwaar, onderbouwd met jurisprudentie, aangevoerd waarom er sprake zou zijn van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv in het bestreden besluit daarom niet kon volstaan met de enkele conclusie dat eiser op de dag waarop hij 18 jaar werd niet woonachtig was in Nederland en daarom geen ingezetene is in de zin van de Wajong. Ook de zin “Uw beroep op jurisprudentie slaagt niet.” is naar het oordeel van de rechtbank te kort door de bocht. Gezien hetgeen eiser in bezwaar heeft aangevoerd, had het Uwv haar beslissing in het bestreden besluit beter moeten motiveren. In ieder geval door te motiveren om welke redenen er volgens het Uwv in het geval van eiser geen sprake was van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
25. Dit betekent dat het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel is opgesteld en wegens strijd met artikel 7:12 Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit kunnen echter op basis van hetgeen hiervoor is overwogen in stand blijven.
Conclusie
26. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 Awb onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.
27. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het griffierecht aan eiser vergoeden. Ook veroordeelt de rechtbank het Uwv in de door eiser gemaakte proceskosten Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 51 aan eiser te vergoeden;
veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.T.H. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Al-Qaq, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2024.
De griffier is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
CRvB 17 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5908.
CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1119.
CRvB 18 november 2021 ECLI:NL:CRVB:2021:2901.
CRvB 18 november 2021 ECLI:NL:CRVB:2021:2901.