Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-31
ECLI:NL:RBDHA:2024:23657
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,150 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4425
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , ( [postcode] ) [vestigingsplaats] (Finland), eiseres
(gemachtigde: mr. J.M.N. van Beers),
en
de directie van de RDW (de RDW), verweerder
(gemachtigde: mr. J. Choufoer- van der Wel).
Inleiding
1. Met het primaire besluit van 14 december 2022 heeft verweerder alle aan eiseres toegekende typegoedkeuringen voor mechanische koppelinrichtingen (hierna: typegoedkeuringen) ingetrokken, omdat niet alle resterende tekortkomingen binnen de gestelde termijn zijn opgelost.
1.1.
Met het bestreden besluit van 26 mei 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiseres voor wat betreft het niet tijdig indienen van aanvullende gegevens, gegrond verklaard. Het primaire besluit blijft echter in stand onder verbetering en aanvulling van de motivering.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 26 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en R. Berkhout als tolk. Ook zijn verschenen de gemachtigde van verweerder en W. de Kwant en R. van Wingerde als deskundigen namens verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Aan eiseres zijn typegoedkeuringen toegekend ten aanzien van mechanische koppelinrichtingen als bedoeld in artikel 21, tweede lid onder c van de Wegenverkeerswet 1994. Verweerder is bevoegd om deze typegoedkeuringen af te geven, toezicht te houden op de overeenstemming van de productie en adequate maatregelen te treffen om te zorgen dat de fabrikant zich aan de relevante voorschriften houdt. Aan het toezicht wordt onder meer invulling gegeven door het verzoek van verweerder om informatie te verschaffen (CoP informatie).
2.1.
Verweerder heeft aan eiseres op 25 augustus 2020 de start aangekondigd van een audit en verzocht om CoP informatie. Op 24 maart 2021 heeft de audit plaatsgevonden, tijdens deze audit is vastgesteld dat er op 12 onderdelen sprake was van een non-conformiteit. Na deze audit hebben de inspecteurs van verweerder nog zeven keer nieuwe informatie van eiseres beoordeeld. Waarna eiseres steeds een aangepast audit-rapport heeft ontvangen, waarin expliciet is opgenomen of de informatie voldoende was om de non-conformiteit op te lossen.
2.2.
Op 18 oktober 2022 heeft verweerder een waarschuwing aan eiseres verstuurd dat de typegoedkeuringen zouden worden ingetrokken als niet alsnog binnen acht weken zou worden voldaan aan de verplichtingen zoals vermeld in het auditrapport. Vervolgens heeft verweerder het primaire besluit genomen. Tijdens de hoorzitting in de bezwaarprocedure bleek dat eiseres op 12 december 2022 en derhalve voor 13 december 2022 informatie had verstrekt. Deze informatie is alsnog door verweerder beoordeeld en er is een nieuw auditrapport opgesteld. Uit dit auditrapport blijkt dat vijf punten nog niet zijn opgelost. Onder andere het proces voor het uitvoeren van CoP tests en rapporten waaruit blijkt dat de testen gerelateerd aan R55 worden uitgevoerd ontbreken. Hierop is het bestreden besluit genomen.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres voert – samengevat – het volgende aan. Volgens haar heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld. In het bestreden besluit staat dat er bijlagen niet duidelijk en niet goed leesbaar zijn en daardoor niet zijn beoordeeld. Het had volgens eiseres voor de hand gelegen als verweerder om nieuwe (leesbare) stukken en/of een nadere uitleg had verzocht. Eiseres is ook niet in de gelegenheid gesteld om, na het inbrengen van de aanvullende gronden, nogmaals te worden gehoord. Het bestreden besluit stond niet meer voor bezwaar open, omdat verweerder de nieuwe audit in de bezwaarprocedure heeft ingebracht. Verweerder heeft erkent dat de stukken wel tijdig zijn ontvangen, hierdoor ontbreekt volgens eiseres de grondslag voor het primaire besluit en is het onredelijk dat het bestreden besluit teruggrijpt op het primaire besluit.
3.1.
Eiseres stelt dat zij steeds de door verweerder vereiste CoP-procedures (volledig) heeft uitgevoerd. Zij heeft haar zaken in orde, maar weet dit met de schriftelijke reacties in antwoord op de auditrapporten onvoldoende kenbaar te maken en over te brengen. Er is sprake van miscommunicatie waarbij de taalbarrière een rol speelt. Verweerder heeft in de afgelopen jaren ook het vertrouwen gewekt dat haar CoP-procedure in orde was. Volgens verweerder is de door eiseres gegeven informatie onvoldoende om de aanwezige non-conformiteiten op te lossen. Eiseres wilt deze documenten daarom graag toe lichten.
3.2.
Eiseres is voorts van mening dat het besluit van verweerder een onredelijke en onbillijke uitwerking heeft. De beslissing heeft verstrekkende gevolgen voor de bedrijfsvoering van eiseres. De intrekking van de goedkeuringen heeft aanzienlijk en direct omzetverlies tot gevolg en er is sprake van reputatieschade. Naar schatting lijdt eiseres schade van € 500.000,-.Volgens eiseres is er geen sprake van een direct gevaar voor de algemene verkeersveiligheid. De producten die onder de type-goedkeuringen vallen zijn al meer dan tien jaar in de verkoop en er heeft zich nooit een kwaliteitsprobleem voorgedaan.
3.3.
Eiseres merkt nog op dat het daarnaast niet redelijk is om de typegoedkeuringen per 14 december 2022 (de datum van het primaire besluit) in te trekken. Zij heeft tijd nodig haar productieproces aan te passen. Het primaire besluit was gebaseerd op het niet aanleveren van gegevens, terwijl zij die gegevens wel had verstrekt. Eiseres hoefde er daarom ook niet vanuit te gaan dat het primaire besluit per die datum stand hield.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Ten aanzien van het procesbelang
4. Op zitting heeft verweerder de vraag opgeworpen of eiseres nog procesbelang heeft, omdat de producten zijn geproduceerd en op de markt zijn gebracht. Hoewel de schade die eiseres stelt te lijden niet is onderbouwd en daardoor nog niet duidelijk is wat de omvang van de schade is, is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat zij reputatieschade zou kunnen hebben door het intrekken van de typegoedkeuringen. De rechtbank ziet daardoor aanleiding procesbelang aan te nemen en zal het beroep inhoudelijk beoordelen.
Beoordeling
5. Op zitting is gebleken dat eiseres inmiddels via een andere autoriteit, uit het Verenigd Koninkrijk, weer typegoedkeuringen voor dezelfde mechanische koppelinrichtingen heeft aangevraagd en gekregen. Zij lijkt zich hiermee bij de intrekking te hebben neergelegd. Verweerder maakte op de zitting kenbaar het te bevreemden dat een andere autoriteit een nieuwe typegoedkeuring afgeeft , terwijl de vorige typegoedkeuring door de bevoegde instantie is ingetrokken omdat de houder een aantal daaraan verbonden regels niet naleeft.
6. Volgens eiseres is sprake van een onzorgvuldig onderzoek. Zij verwijst hiervoor naar het bestreden besluit waarin verweerder stelt dat een aantal documenten niet goed leesbaar is en daardoor niet kan worden beoordeeld. Op zitting heeft verweerder toegelicht dat de informatie die eiseres had verstrekt de non-conformiteit niet kon oplossen. Uit de documenten die eiseres had verstrekt bleek namelijk niet dat eiseres fysieke testen heeft uitgevoerd. Het bestreden besluit is dan ook niet alleen gebaseerd op het niet duidelijk leesbare document. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld.
7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres geen fysieke testen heeft uitgevoerd. Eiseres heeft echter op zitting toegelicht dat zij niet wist dat dit nodig was en dat zij dit niet eerder heeft hoeven doen. Het was onduidelijk wat van haar werd verwacht. De rechtbank verwijst naar de e-mails tussen partijen van 4 juli, 5 juli en 22 juli 2022 waarin eiseres verweerder vraagt waarom zij fysieke tests moet uitvoeren en de toelichting van verweerder hierop. Het standpunt van eiseres dat zij niet wist dat zij fysieke testen moest (laten) uitvoeren kan de rechtbank dan ook niet volgen. Het had daarnaast ook op de weg van eiseres gelegen om, indien nog steeds onduidelijk was wat van haar werd verwacht, om verduidelijking te vragen. De rechtbank overweegt dat niet aannemelijk is dat een taalbarrière tot misverstanden heeft geleid, nu de correspondentie door beide partijen in de Engelse taal is gevoerd en eiseres haar nieuwe aanvraag om typegoedkeuring in het Verenigd Koninkrijk heeft ingediend.
8. De rechtbank is van oordeel dat de intrekking van de typegoedkeuringen niet onredelijk is. Zoals verweerder stelt hebben de administratieve procedurevereisten die worden gesteld aan fabrikanten van mechanische koppelinrichtingen met typegoedkeuringen expliciet als doel de veiligheid van weggebruikers zoveel als mogelijk te waarborgen door middel van toezicht. Verweerder kon niet voldoende controleren of het product overeenkomt met de afgegeven typegoedkeuring en kan daarom niet instaan voor de veiligheid van het product. Naar het oordeel van de rechtbank moet een zwaarder gewicht worden toegekend aan de veiligheid van de mechanische koppelingen, dan aan financiële belangen van eiseres, wat zij ook niet nader heeft onderbouwd. Anders dan eiseres betoogt ziet de rechtbank geen reden dat verweerder de datum van de beslissing op bezwaar als intrekkingsdatum had moeten hanteren. Ook indien de door eiseres ingediende stukken direct waren beoordeeld, had dit niet tot een andere uitkomst geleidt. Ter zitting heeft verweerder opgemerkt dat eiseres ten aanzien van de conformiteitseisen kennelijk nooit volledig heeft voldaan aan voorschriften waaronder de typegoedkeuring is verleend.
9. De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar stelling dat verweerder haar actief nog een extra hoorzitting had moeten aanbieden. Verweerder heeft uitdrukkelijk aangegeven dat indien eiseres behoefte heeft aan een hoorzitting, die gepland kan worden. Eiseres heeft daar niet om verzocht en zelfs gevaagd wanneer zij de beslissing kon verwachten. Dat zij na het ontvangen van het bestreden besluit toch graag een en ander had willen toelichten, kan niet aan verweerder worden tegengeworpen.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de intrekking van de typegoedkeuringen in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr.S. Hoeijmans, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
De goedkeuring kan zijn verleend als VN/ECE-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglementen als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. Zie ook de artikelen 22 tot en met 26 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994).
Conformity of Production.
Reglement 55 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE R55).
Zie producties 41, 42 en 43 van verweerder.