Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-22
ECLI:NL:RBDHA:2024:23614
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,140 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.4852
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. N.A.P. Heesterbeek),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: M. Hamzaoui).
Inleiding
1. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 9 februari 2023 de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft ook geen reguliere vergunning voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek verleend aan eiser.
2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
3. De rechtbank heeft het beroep op 21 februari 2024 op zitting behandeld. Daaraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, zijn tolk (C.G.M. Lemmen) en tot slot de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
4. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.
Wat heeft eiser aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd (vrije relaas)?
6. Eiser stelt dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1985. Hij heeft op 30 november 2021 opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is en dat hij daardoor gevaar loopt in Nigeria. Hij kan de gevangenis ingaan of zelfs worden vermoord. Toen eiser vijftien jaar oud was, voelde hij zich voor het eerst aangetrokken tot een jongen. Hij heet [naam]. Eiser had gevoelens voor hem. Hij probeerde deze gevoelens weg te stoppen, omdat zijn cultuur homoseksualiteit beschouwt als kwaadaardig. Voorts is hij katholiek. Ook op de zondagschool, waar hij naartoe ging om de Bijbel te leren, werd gezegd dat homoseksualiteit iets negatiefs is. Toen hij zeventien jaar oud was, kwam hij naar Nederland. In Nederland ontmoette hij een meisje. Zij heet [naam]. Eiser kon zijn gevoelens voor haar niet waarmaken, omdat hij homoseksueel is. De vrienden van eiser waren mensen uit Afrika en mensen die hij kende vanuit de kerk. Hij begon te daten met verschillende vrouwen, maar echt samen was hij met [naam] Kimani. Zij kregen een relatie in 2011. [naam] kwam er uiteindelijk achter dat eiser gevoelens had voor andere mannen. Zij beëindigde hun relatie, liet eiser niet langer bij haar inwonen en zij meldde dit bij de staatssecretaris in 2014. In 2018 is hij [naam] tegengekomen. Zij raakte zwanger en beviel van een meisje in 2019. Zij heet [naam]. Eiser mag haar pas sinds kort zien. Eiser kwam uiteindelijk tot de conclusie dat hij hier zichzelf kan zijn en ging naar COC.
Welke relevante elementen heeft de staatssecretaris vastgesteld en getoetst?
7. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid heeft de staatssecretaris de volgende relevante elementen uit het asielrelaas van eiser vastgesteld en getoetst:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst (geloofwaardig);
2. De homoseksuele geaardheid (niet geloofwaardig).
Wat is het standpunt van eiser?
8. Eiser stelt dat de staatssecretaris geen, of in ieder geval onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn culturele achtergrond. Het is voor hem moeilijk om zijn gevoelens te uiten. Wat eiser is verteld op de zondagschool heeft geleid tot gevoelens van angst. Hij bedoelt met het onderdrukken van zijn gevoelens dat hij niet zichzelf kan zijn. Hij voert aan dat hij duidelijk heeft verklaard dat hij zijn gevoelens moest onderdrukken en dat de seksuele contacten die hij had met mannen in het geheim moesten gebeuren. Ondanks dat de staatssecretaris hem niet langer tegenwerpt dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de duur van de periode van de onderdrukking van zijn gevoelens, heeft hij daaraan ten onrechte geen consequenties verbonden. Ook stelt eiser dat hij zich meer relaxed voelt, omdat de contacten met COC hem het gevoel hebben gegeven dat zijn geaardheid oké is. Ten slotte stelt hij dat zijn uitzetting in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Hij heeft in augustus/september 2021 een relatie gehad met [naam] en daaruit is een dochter geboren. Zij heet [naam]. Hij bezoekt haar wekelijks en hij ondersteunt haar ook financieel. Hij heeft een verklaring van [naam] en de geboorteakte van [naam] overgelegd. Hij heeft ook een verklaring overgelegd van [naam], waarin zij aangeeft dat eiser [naam] vader is en betrokken is bij hen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
9. De rechtbank oordeelt als volgt.
De werkinstructie
10. De rechtbank overweegt dat in de werkinstructie 2019/17 (WI) wordt ingegaan op het onderzoek dat de staatssecretaris doet naar de geloofwaardigheid in zaken waarin
lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd. Daarin wordt tevens ingegaan op de thema’s die daarbij aan de orde komen. Uit deze WI volgt dat het aan de vreemdeling is om zijn
gestelde seksuele gerichtheid te onderbouwen. De staatssecretaris geeft de vreemdeling uitgebreid de gelegenheid om te verklaren over zijn seksuele gerichtheid. De staatssecretaris onderzoekt of de seksuele gerichtheid geloofwaardig is. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat het voor een vreemdeling niet mogelijk is om met sluitend bewijs aannemelijk te maken dat hij lhbti is, terwijl de loutere stelling van de vreemdeling dat hij lhbti is ook niet voldoende is. De staatssecretaris betrekt in elk geval de volgende thema’s bij het horen en de daaropvolgende beoordeling van de geloofwaardigheid: privéleven en omgeving, huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen, contact met lhbti’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie, en discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. De staatssecretaris is op zoek naar een authentiek verhaal van de betrokken vreemdeling.
Het referentiekader
11. Uit de WI volgt dat de staatssecretaris open vragen stelt om een beeld te krijgen van de situatie van de vreemdeling. Het is belangrijk om het authentieke, individuele verhaal in het gehoor boven tafel te krijgen. Het gaat om persoonlijke ervaringen en gevoelens en de manier waarop de omgeving daarop reageerde. Uit de WI volgt dat de staatssecretaris daarbij vanzelfsprekend rekening houdt met het referentiekader van de vreemdeling (opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur, afkomst, etc.).
11.1.
In tegenstelling tot eiser is de rechtbank met de staatssecretaris van oordeel dat de staatssecretaris voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Daarover overweegt de rechtbank dat de staatssecretaris op bladzijden 3 en 4 van het voornemen uitgebreid het referentiekader van eiser heeft uiteengezet. De staatssecretaris heeft onder andere overwogen dat eiser 37 jaar oud is en dat hij in Nigeria naar de basisschool en de middelbare school is gegaan. De middelbare school heeft eiser echter niet afgerond. De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat gelet op het genoten onderwijs in alle redelijkheid van eiser mag worden verwacht dat hij zijn persoonlijke ervaringen inzichtelijk kan maken en kan concretiseren. Het gaat namelijk om gevoelens en gedachten die hij zelf heeft ervaren. Dat geldt met name omdat eiser zich op zijn vijftiende realiseerde dat hij homoseksuele gevoelens heeft en hij deze tot 2021 heeft onderdrukt. Ook blijkt uit de verklaringen van eiser dat zijn religie een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld. Hij is in Nigeria en Nederland regelmatig naar de kerk gegaan en hij is zelfs voorganger in de kerk in Nederland geweest. Hij heeft ook gewerkt in de kerk. De staatssecretaris heeft terecht overwogen dat rekening houdende daarmee in alle redelijkheid van eiser mag worden verwacht dat hij inzichtelijk kan maken hoe zijn religie zich verhoudt tot zijn homoseksuele geaardheid. In het bestreden besluit heeft de staatssecretaris onderkend dat eiser afkomstig is uit een cultuur waar het niet gebruikelijk is om te praten over dit soort gevoelens. De staatssecretaris heeft terecht overwogen dat dit niet wegneemt dat het aan eiser is om met zijn verklaringen zijn gestelde homoseksuele geaardheid aannemelijk te maken.
De geloofwaardigheidsbeoordeling
12. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de homoseksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig is.
Conclusie
15. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit standhoudt.
16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks - Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.M.J. Caris, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 maart 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Beoordeling
Daarover overweegt de rechtbank dat de staatssecretaris niet ten onrechte heeft overwogen dat eiser zijn gevoelens en zijn gedachten niet inzichtelijk heeft gemaakt en niet heeft geconcretiseerd. Omdat eiser zich op zijn vijftiende zou hebben gerealiseerd dat hij homoseksuele gevoelens heeft en hij deze gevoelens tot 2021 zou hebben onderdrukt, mag van eiser worden verwacht dat hij inzichtelijk kan maken hoe dit voor hem was en dat hij daarbij concrete voorbeelden kan geven. Het gaat namelijk om een zeer lange periode. Daarbij heeft hij ook niet ten onrechte meegewogen dat eiser meerdere relaties met vrouwen heeft gehad en dat hij tijdens deze relaties zijn homoseksuele gevoelens ook heeft moeten onderdrukken. Tijdens het aanvullend gehoor is aan eiser gevraagd hoe hij tijdens deze relaties omging met zijn homoseksuele gevoelens. Daarop heeft eiser geantwoord: “Het is moeilijk. Telkens wanneer ik een man zie kon ik mijn gevoelens niet uiten. Ik moest mijn gevoelens onderdrukken. Ik had een relatie met een vrouw en die relatie moest ik redden. Ook vanwege de gemeenschap en de kerk moest ik mijn gevoelens onderdrukken.” Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt wat het met hem deed dat hij op geen enkele wijze het leven kon leiden dat hij graag wilde leiden. Verder is in beroep gebleken dat hij in 2021 nog een relatie met een andere vrouw, [naam], heeft gehad, over welke relatie eiser niet heeft verklaard tijdens de gehoren bij de staatssecretaris. De gemachtigde van de staatssecretaris heeft zich tijdens de zitting niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat dit (verder) afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser. De staatssecretaris heeft eiser ook niet ten onrechte tegengeworpen dat hij geen concrete voorbeelden heeft gegeven van de manier waarop hij zijn gevoelens verborgen kon houden en hoe dit hem al dan niet is gelukt. De enkele stelling van eiser dat de seksuele contacten die hij had met mannen in het geheim moesten gebeuren, is onvoldoende gedetailleerd.
12.1.
Voorts blijkt uit de verklaringen van eiser dat zijn religie een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld. De staatssecretaris heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt wat het met hem deed dat de religie – die zo de overhand had in zijn leven – zijn homoseksuele gevoelens afkeurde en hoe hij daarmee is omgegaan. Zo heeft eiser tijdens het aanvullend gehoor verklaard dat hij veel vragen voor de priester en pastoor van zijn kerk had en dat hij veel vragen heeft gesteld. De hoormedewerker heeft eiser daarna gevraagd om haar mee te nemen in de vragen die eiser had en die hij heeft gesteld. Daarop heeft eiser geantwoord: “De vragen die ik had voor priesters was dat ik in de Bijbel las dat homoseksualiteit slechts was. Ik las dat God homoseksualiteit haatte. Homoseksualiteit is slecht. Mijn vraag was: “Als ik dood ga, ga ik dan naar de hemel of naar de hel?” Zulke vragen had ik.” Hoewel hij dus blijkbaar veel vragen had, heeft hij maar verklaard over één vraag. De staatssecretaris heeft daarover niet ten onrechte opgemerkt dat van eiser mag worden verwacht dat hij deze (vele) vragen kenbaar maakt, aangeeft wat de antwoorden van de priester daarop waren en wat voor invloed deze antwoorden hadden op zijn innerlijke belevingswereld, emoties en proces.
12.2.
Daar komt nog bij dat de staatssecretaris terecht heeft opgemerkt dat eiser wisselend heeft verklaard over wanneer hij tegen Johnson zou hebben gezegd dat hij homoseksueel is. Zo heeft hij tijdens het nader gehoor verklaard dat hij dit op de avond van hun ontmoeting heeft verteld en tijdens het aanvullend gehoor heeft hij verklaard dat hij dit ongeveer anderhalve week na hun ontmoeting heeft verteld.
12.3.
Ook heeft de staatssecretaris niet ten onrechte overwogen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij pas in augustus/september 2021 onderzoek is gaan doen naar de positie van lhbti’s in Nederland. Eiser was toen namelijk al twintig jaar in Nederland en al die jaren op de hoogte van zijn homoseksuele geaardheid.
13. Ten slotte overweegt de rechtbank dat de staatssecretaris in het bestreden besluit heeft overwogen dat eiser in de zienswijze heeft aangevoerd dat hij geen (toerekenbare) tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de duur van de periode van de onderdrukking van zijn gevoelens en dat eiser daarin wordt gevolgd. De staatssecretaris heeft niet ten onrechte overwogen dat dit niet leidt tot aanpassing van het voorgenomen besluit, omdat de overige overwegingen uit het voornemen standhouden en deze - in samenhang bezien – maken dat de gestelde geaardheid van eiser niet aannemelijk wordt geacht.
Artikel 8 EVRM
14. De rechtbank is tevens van oordeel dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van familie- of gezinsleven. Daarover overweegt de rechtbank het volgende.
14.1.
De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser de gestelde familierechtelijke met zijn gestelde dochters niet (met documenten) heeft onderbouwd, waardoor niet kan worden vastgesteld of eiser de biologische vader is. Uit de geboorteakte van [naam] die eiser in beroep heeft overgelegd, blijkt ook niet dat eiser de vader van haar is; slechts de aangever.
14.2.
Bovendien heeft hij zich terecht op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiser niet is gebleken dat er sprake is van familie- of gezinsleven met zijn gestelde dochter [naam]. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiser verklaard dat hij niet weet wat de achternaam van zijn gestelde dochter is en dat hij niet weet of zij in Nederland verblijft of niet. Tijdens het aanvullend gehoor heeft eiser ook verklaard dat hij enkel telefonisch contact heeft met de moeder van zijn gestelde dochter. Ook heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard dat hij geen relatie met de moeder van zijn gestelde dochter heeft gehad.