Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-25
ECLI:NL:RBDHA:2024:23579
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Mondelinge uitspraak
2,310 tokens
Inleiding
RECHTBANK Den Haag
Team handel
Zaaknummer: C/09/666017 / HA ZA 24-408
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 oktober 2024
in de zaak van
[persoon A]
, handelend onder de naam [handelsnaam] , te [plaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat: mr. N.G. Klaassen,
tegen
A.M.T.L. B.V. te Ter Aar,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. J. van de Graaf.
Partijen worden hierna [persoon A] en A.M.T.L. genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 maart 2024, met de producties 1 tot en met 14;
- het vonnis van de kantonrechter van 17 april 2024 waarin de procedure is verwezen naar de rechtbank, team handel;
- de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie, met de producties 1 tot en met 9;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijk reconventie, tevens wijziging eis;
- het tussenvonnis van 2 oktober 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte overlegging producties van A.M.T.L met producties 10 en 11;
- de akte overlegging producties van A.M.T.L met producties 12 en 13;- de mondelinge behandeling van 25 oktober 2024, waarbij zijn verschenen:
· [persoon A] , vergezeld door zijn vriendin mevr. [naam 1] en bijgestaan door de advocaat voornoemd;
· dhr. [naam 2] en mevr. [naam 3] namens A.M.T.L., bijgestaan door de advocaat voornoemd en mevr. M. van Duren (tolk).
1.2.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan op de voet van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2Korte weergave van de feiten en de vorderingen
2.1.
Het gaat in deze zaak om een door A.M.T.L. aan [persoon A] (feitelijk) geleverde auto, een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). De auto komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten van Amerika en is op enig moment in Nederland geïmporteerd. De auto heeft in de Verenigde Staten van Amerika aanzienlijke schade gehad en is daar total-loss verklaard geweest. Desalniettemin is de schade aan de auto op enig moment hersteld. A.M.T.L. heeft de auto in Nederland via een veiling gekocht en doorverkocht aan [persoon A] .
2.2.
[persoon A] en A.M.T.L. hebben omstreeks 1 juni 2023 ten aanzien van de auto een overeenkomst gesloten met Hiltermann Lease B.V. (hierna: Hiltermann Lease). In die overeenkomst (hierna: de Leaseovereenkomst) is, onder meer, opgenomen dat [persoon A] en A.M.T.L. hun overeenkomst ten aanzien van de auto wijzigen in een overeenkomst van huurkoop, op grond waarvan A.M.T.L. het eigendom van de auto behoudt – kort gezegd – totdat [persoon A] alle maandelijkse termijnen heeft betaald.
2.3.
In de Leaseovereenkomst is vervolgens bepaald dat A.M.T.L. bij die overeenkomst al haar rechten en verplichtingen uit de huurkoopovereenkomst door middel van contractsoverneming overdraagt aan Hiltermann Lease en dat ook het eigendom van de auto wordt overgedragen aan Hiltermann Lease (artikel 3.1 en 3.2 van de Leaseovereenkomst). In artikel 4.1 van de Leaseovereenkomst is bepaald dat partijen overeenkomen dat A.M.T.L. jegens [persoon A] aansprakelijk is voor de verplichtingen ter zake van aflevering van de auto en eventuele garantieverplichtingen voortvloeiend uit de huurkoopovereenkomst.
2.4.
[persoon A] vordert in deze procedure onder meer een verklaring voor recht dat hij de overeenkomst met A.M.T.L. buitengerechtelijk heeft ontbonden bij brief van 11 december 2023, dan wel dat de rechtbank die overeenkomst ontbindt of vernietigd op grond van non-conformiteit dan wel dwaling (ten aanzien van het schadeverleden van de auto).
2.5.
A.M.T.L. heeft een voorwaardelijke vordering in reconventie ingesteld.
Beoordeling
in conventie
3.1.
De vorderingen van [persoon A] zijn gegrond op de stelling dat de overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de auto op 11 december 2023 buitengerechtelijk is ontbonden, dan wel door de rechtbank zou moeten worden ontbonden of vernietigd.
3.2.
Het meest verstrekkende verweer van A.M.T.L. is dat ten aanzien van deze overeenkomst op (of omstreeks) 1 juni 2023 een contractsoverneming heeft plaatsgevonden tussen A.M.T.L., als overdragende partij, en Hiltermann Lease als overnemende partij. [persoon A] heeft die overeenkomst mede ondertekend ter instemming, aldus A.M.T.L.. Vanwege die contractsovername is A.M.T.L. niet langer de contractspartij, maar Hiltermann Lease. [persoon A] had dan ook Hiltermann Lease moeten aanspreken, en niet haar.
3.3.
[persoon A] heeft erkend dat partijen omstreeks 1 juni 2023 met ook Hiltermann Lease een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan, met zijn medewerking, een contractsovername heeft plaatsgevonden tussen A.M.T.L. en Hiltermann Lease. Gevolg daarvan is dat A.M.T.L. vanaf het moment van de contractsoverneming, omstreeks 1 juni 2023, geen contractspartij meer was, en dus ook niet is, van [persoon A] . A.M.T.L. kan dan ook niet langer uit hoofde van (huur)koop overeenkomst worden aangesproken.
3.4.
Daarop stuiten, behoudens het hierna te bespreken onderdeel van vordering vi., alle vorderingen van [persoon A] af. De rechtbank zal deze vorderingen dan ook afwijzen.
3.5.
Met vordering vi. vordert [persoon A] onder meer vergoeding van gemaakte reparatiekosten met betrekking tot de koplampen. De rechtbank laat in het midden of die vordering valt onder ‘garantieverplichtingen’ waarvoor A.M.T.L. op grond van artikel 4.1 van de Leaseovereenkomst (in beginsel) aansprakelijk is. A.M.T.L. heeft die schadepost immers betwist en in het licht daarvan heeft [persoon A] onvoldoende onderbouwd dat hij kosten heeft gemaakt voor vervanging/reparatie van de koplampen en dat die kosten het gevolg zijn van een aan A.M.T.L. toerekenbare tekortkoming c.q. non-conformiteit of dat op dit punt een garantie is gegeven. Ook deze vordering wordt dus afgewezen.
3.6.
[persoon A] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van A.M.T.L. B.V. worden begroot op:
- griffierecht
€
2.889,00
- salaris advocaat
€
1.572,00
(2 punten × € 786,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.639,00
in (voorwaardelijke) reconventie
3.7.
In reconventie verstaat de rechtbank dat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder deze is ingesteld nu de vorderingen van [persoon A] worden afgewezen. Aan de behandeling van de vordering in reconventie wordt dus niet toegekomen.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
wijst de vorderingen van [persoon A] af,
4.2.
veroordeelt [persoon A] in de proceskosten van € 4.639,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [persoon A] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
verstaat dat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door (dhr.) mr. S.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 25 oktober 2024.
WAARVAN PROCES-VERBAAL