Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:23570
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,683 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19090
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres,
(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. A.N. Lammers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 1 mei 2024 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
1.1
De rechtbank heeft het beroep op 20 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, M. Cheiboukh als tolk,
[naam] van Stichting LGBT Asylum Support en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. De rechtbank merkt allereerst op dat eiseres ter zitting heeft aangegeven dat zij de voorkeur heeft om als vrouw te worden aangesproken. De rechtbank is ter zitting aan die wens tegemoetgekomen en zal eiseres ook in de uitspraak zo aanduiden.
3. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Kroatië een verzoek om terugname gedaan. Kroatië heeft dit verzoek aanvaard.
Het standpunt van eiseres
6. Eiseres voert aan dat zij geen asielverzoek in Kroatië heeft ingediend. De Kroatische autoriteiten hebben haar vingerafdrukken afgenomen zonder daarbij duidelijk te maken dat zij een asielaanvraag zou indienen. Er was geen tolk aanwezig. Omdat eiseres documenten heeft ondertekend zonder dat ze op de hoogte was van de inhoud, heeft ze geen (bewuste) asielaanvraag gedaan.
Eiseres voert verder aan dat de staatsecretaris gebruik had moeten maken van artikel 17, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening. Zo is in Kroatië volgens eiseres sprake van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Eiseres wijst op haar persoonlijke ervaringen in Kroatië. Nadat de Kroatische politie haar uit de vrachtwagen heeft gehaald waarmee zij Kroatië was binnengereisd, is eiseres vanwege haar geaardheid en genderidentiteit door de Kroatische politie afgezonderd, geïntimideerd, beledigd, uitgescholden, geslagen, betast, in haar maag geschopt en heeft één van de politieagenten op haar hoofd gestaan. Eiseres wijst verder op de brandbrief van Stichting LGBT Asylum Support van 26 maart 2024 waaruit volgt dat vergelijkbare situaties zich voordoen richting vreemdelingen met een LHBTI-achtergrond. Eiseres wijst ook op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 5 april 2024 en merkt op dat niet van haar kan worden verlangd dat zij zich bij dezelfde autoriteiten meldt om te klagen of te vragen op bescherming. Daarnaast maakt Kroatië zich volgens haar schuldig aan mensenrechtenschendingen en pushbacks, waarbij er aanwijzingen zijn dat pushbacks ook plaatsvinden bij Dublinclaimanten omdat er ook voorvallen zijn in het grensgebied en het binnenland. Verder zijn de opvangvoorzieningen overvol en voldoen deze niet aan de voorwaarden. Ook voert eiseres aan dat zij vanwege haar geaardheid en genderidentiteit bijzonder kwetsbaar is in de zin van het Tarakhel-arrest. Eiseres heeft sinds twee maanden gesprekken bij een psycholoog van GZA. De staatssecretaris dient te waarborgen dat eiseres in Kroatië de benodigde zorg- en opvangvoorzieningen zal verkrijgen. Uit informatie van de Swiss Refugee Council van 2021 volgt dat opvangcentra in Kroatië geen onderscheid maken tussen gewone en bijzonder kwetsbare vreemdelingen en er blijkt een gebrek aan psychologische hulp. Uit het AIDA-rapport update 2022 volgt dat Medicins du Monde (die medische en psychische zorg in opvangcentra in Kroatië verleent) tijdelijk de activiteiten in de opvangcentra heeft moeten stopzetten vanwege een gebrek aan financiering. Zonder nader onderzoek naar de systematische tekortkomingen kan de staatssecretaris niet stellen dat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Eiseres vreest bij een overdracht voor indirect refoulement.
Daarnaast is volgens eiseres sprake van bijzondere, individuele omstandigheden waardoor een overdracht leidt tot onevenredige hardheid. Eiseres is in Kroatië onrechtmatig behandeld en gediscrimineerd door de Kroatische politie vanwege haar geaardheid en genderidentiteit. De gebeurtenissen in Kroatië hebben geleid tot psychische problemen waardoor niet van eiseres kan worden verlangd dat zij terugkeert naar Kroatië, aldus eiseres.
De asielaanvraag in Kroatië
7. De rechtbank stelt vast dat uit (het referentienummer bij) de Eurodac-registratie volgt dat eiseres op 20 december 2023 in Kroatië een asielaanvraag heeft ingediend. Dit volgt ook uit het claimakkoord van de Kroatische autoriteiten. De rechtbank ziet in de enkele stelling van eiseres dat zij niet op de hoogte was van de strekking van de door haar ondertekende documenten en zij bewust is misleid, onvoldoende grond voor het oordeel dat aldaar geen rechtsgeldige asielaanvraag is gedaan. Daar komt bij dat niet in geschil is dat eiseres kort daarvoor op illegale wijze Kroatië is binnengereisd, zodat ook op grond daarvan Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel
8.1
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat de staatssecretaris ten opzichte van Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit beginsel betekent dat lidstaten erop mogen vertrouwen dat de andere lidstaten de vreemdeling in overeenstemming met het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht zullen behandelen. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken indien eiseres aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Kroatië dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het EU-Handvest.
8.2
De Afdeling heeft in de uitspraak van 13 september 2023 geoordeeld dat de staatssecretaris ten aanzien van Kroatië voor Dublinclaimanten van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dat heeft de Afdeling recent herhaald in onder meer de uitspraak van 19 juni 2024.
8.3
Naar het oordeel van de rechtbank stelt de staatssecretaris zich terecht op het standpunt dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd, geen aanleiding vormt om van het oordeel van de Afdeling van 13 september 2023 af te wijken. Eiseres heeft wat betreft het functioneren van het asiel- en opvangsysteem in Kroatië als geheel, geen informatie uit openbare bronnen aangevoerd, waaruit volgt dat dit systeem inmiddels niet meer aan de daaraan te stellen eisen zou voldoen. Voor zover eiseres in algemene zin heeft verwezen naar pushback-praktijken, is dit reeds betrokken in voormelde rechtspraak van de Afdeling. Bovendien zal eiseres bij een overdracht aan Kroatië in het kader van de Dublinverordening gereguleerd aan de autoriteiten worden overgedragen, waardoor ook daarom niet aannemelijk is dat zij te maken zal krijgen met pushbacks.
8.4
De gestelde persoonlijke ervaringen van eiseres in Kroatië leiden niet tot een ander oordeel ten aanzien van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank stelt vast dat eiseres in het aanmeldgehoor op de vraag of zij persoonlijke problemen in Kroatië heeft ondervonden, uitsluitend heeft verklaard dat zij werd gediscrimineerd door de politie en dat toen de politie zag dat zij homo was, zij werd geslagen en afgezonderd. Eerst een dag voor de zitting in beroep heeft zij gesteld te zijn behandeld zoals onder rechtsoverweging 6 is weergegeven. Deze verklaringen over die behandeling heeft eiseres niet op enigerlei wijze onderbouwd. Evenmin heeft zij hierover beklag gedaan bij de Kroatische autoriteiten.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.L.M. Celie, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000
ECLI:NL:RBDHA:2024:4834
ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712
Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:3411
ECLI:NL:RVS:2024:2484
ECLI:EU:C:2023:934