Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-06
ECLI:NL:RBDHA:2024:23543
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,489 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6546
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. H. Kreemers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser om een bewonersparkeervergunning.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit (het primaire besluit) van 7 juni 2022 afgewezen. Met het besluit van 17 augustus 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 2 augustus 2023 (SGR 22/6069) heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen toepassing is gegeven aan de hardheidsclausule. Bij besluit (het bestreden besluit) van 5 september 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiser opnieuw ongegrond verklaard.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [naam] en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een bewonersparkeervergunning. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser al beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein (POET) in de vorm van een garagebox.
Wat vindt eiser in beroep?
3 Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij kan geen gebruik maken van zijn garagebox omdat de afmetingen te smal zijn voor zijn auto. Ook is er geen sprake van een te hoge parkeerdruk. In het weekend geldt er zelfs geen betaald parkeren. Tot slot doet eiser een beroep op de hardheidsclausule.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank merkt op dat de uitspraak van 2 augustus 2023 in rechte vaststaat. Vast staat dat eiser over een POET beschikt. In deze zaak staat alleen ter beoordeling of verweerder na toepassing van de hardheidsclausule mocht blijven bij de afwijzing van de aanvraag om een bewonersparkeervergunning.
5. Verweerder is op grond van de hardheidsclausule bevoegd van zijn beleid af te wijken indien toepassing van het beleid in het concrete geval tot bijzondere hardheid leidt. Het beleid van de gemeente is erop gericht de parkeerdruk in de stad te reguleren. De regeling moet daarom strikt worden toegepast en alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan in afwijking van de Regeling een parkeervergunning worden verleend.
6. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een zeer uitzonderlijk geval waardoor in afwijking van de Regeling een parkeervergunning had moeten worden verleend. Verweerder heeft in aanwezigheid van eiser een vaktechnisch onderzoek laten uitvoeren voor de afmetingen van de garagebox. Daaruit bleek dat de doorgang van de garagebox 2,13 meter is, de breedte van de box 2,75 meter en de diepte 5 meter is. Eiser heeft in zijn bezwaarschrift van 22 juni 2022 verklaard dat hij bij het passeren van de doorgang van de box met ingeklapte zijspiegels slechts 11 centimeter aan beide kanten van de auto overhoudt. Daarmee heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn auto niet in de garagebox past. Het is niet gebleken dat eiser, onder andere met behulp van de censoren en/of camera(‘s) van zijn auto, niet de garagebox in of uit kan rijden. Eiser heeft zijn stelling dat het verboden is om met ingeklapte zijspiegels de auto in zijn garagebox in of uit te rijden niet onderbouwd.
7. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een hoge parkeerdruk in de wijk. Zo heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat de [straat] bekend staat om enorme parkeerdrukte. Daarnaast heeft de gemeente Den Haag vaak meldingen ontvangen over de immense parkeerdrukte in deze straat en de omgeving. De stelling van eiser dat er op 2 februari 2022 toen hij de auto kocht nog geen betaald parkeerbeleid gold op de [straat] en zijn auto vrij kon parkeren op straat, maakt het voorgaande ook niet anders. Verweerder heeft hierbij kunnen betrekken dat het beleid voor alle burgers geldt en dat er geen onderscheid is gemaakt eiser en de andere bewoners en dat het beleid kan wijzingen binnen een gemeente afhankelijk van vele factoren waaronder de parkeerdrukte.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.