Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-23
ECLI:NL:RBDHA:2024:23538
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,649 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/4518
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
(gemachtigde: mr. I.S. IJserinkhuijzen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de weigering van verweerder om hem een laissez-passer te verstrekken.
1.1.
Verweerder heeft het verzoek van eiser om hem een laissez-passer te verstrekken met het primaire besluit van 11 december 2023 buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 13 februari 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2024 op zitting behandeld. De gemachtigde van verweerder heeft hieraan deelgenomen.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft op 10 oktober 2023 een laissez-passer aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Beiroet. Verweerder heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het toekennen van een laissez-passer.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Hij beschikte in het verleden al over een verblijfsrecht in Nederland, echter is hij deze door onvoorziene omstandigheden verloren. Zo vond tijdens een bezoek aan zijn familie in Libanon de explosie in de haven van Beiroet plaats, waarna hij is teruggegaan naar zijn geboorteland Syrië. Daar is hij vervolgens gedetineerd omdat hij schuldig werd bevonden aan een drugsdelict. Toen hij voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld, ontdekte hij dat zijn Nederlandse verblijfsrecht inmiddels was verlopen. Het lukte eiser vanwege COVID-gerelateerde omstandigheden echter niet om de Nederlandse ambassade in Beiroet te bereiken om dit probleem op te lossen. Ook in de periode daarna lukte het hem niet een nieuw verblijfsrecht in Nederland te bemachtigen.
Op dit moment begeeft eiser zich in een grensgebied tussen Libanon en Syrië. Het is op dit moment onmogelijk om een leven in Libanon op te bouwen omdat de Libanese autoriteiten hem willen terugsturen naar Syrië. Daar bestaat echter het risico op detentie omdat de eerdergenoemde strafzaak tegen hem inmiddels is heropend. Eiser wil daarom graag terugkeren naar Nederland.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank stelt voorop dat om in aanmerking te komen voor een laissez-passer moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
- er dient een recht te bestaan op een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen;
- op het moment van vertrek blijkt men niet in het bezit te zijn van een geldig of voor de reis bruikbaar reisdocument;
- er dient aangetoond te worden dat er een zwaarwegend belang is bij de reis.
5. Tussen partijen is niet in geschil dat aan eiser bij besluit van 10 juni 2016 met ingang van 23 oktober 2015 tot 23 oktober 2020 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. Eiser werd vervolgens op 12 november 2019 na een ingesteld adresonderzoek uitgeschreven uit de gemeente Sittard-Geleen. Eiser heeft na het verlopen van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning niet verzocht om verlenging hiervan of een aanvraag ingediend voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft daarom op 17 januari 2023 besloten de internationale beschermingsstatus van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te beëindigen. Dat betekent dat eiser geen verblijfsrecht meer heeft in Nederland. Verweerder heeft afdoende toegelicht dat eiser om die reden niet in aanmerking komt voor een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen en dat daarom aan de eerste voorwaarde voor het verstrekken van een laissez-passer niet wordt voldaan. Verweerder mocht de aanvraag van eiser om een laissez-passer dan ook buiten behandeling stellen.
Dat eiser momenteel gevaar loopt, maakt dit oordeel niet anders. Verweerder heeft namelijk terecht gesteld dat de toepasselijke wetgeving in de Paspoortwet dwingendrechtelijk van aard is en daarom geen mogelijkheid bestaat om hiervan af te wijken. Op de zitting heeft verweerder gewezen op de mogelijkheid dat eiser een nieuwe asielaanvraag kan indienen als hij naar Nederland komt.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiser om een laissez-passer buiten behandeling mocht stellen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Paspoortwet
Artikel 16, eerste lid, van de Paspoortwet
Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
Gelet op de artikelen 11 tot en met 15 van de Paspoortwet.