Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2024:23527
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,901 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/4914
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. M.H.F. Bucx).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het op zijn kosten wegslepen van zijn auto.
1.1.
Met het besluit van 25 september 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten om de auto van eiser weg te slepen en de kosten daarvan op hem te verhalen. Met het besluit van 3 april 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Op 20 september 2023 rond 12:40 uur is de auto van eiser met kenteken [kenteken] door toezichthouders aangetroffen op een parkeergelegenheid in de [adres] , in Den Haag. Hier gold op dat moment wegens werkzaamheden een parkeerverbod op 18, 20 en 21 september 2023 (07:00-17:00). Deze zaak gaat over de vraag of de auto van eiser daar in strijd met het verbod stond geparkeerd en of verweerder de auto op zijn kosten op zijn kosten mocht wegslepen.
Wat zijn de regels?
3. De toepasselijke wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser heeft op de zitting naar voren gebracht dat hij met zijn beroep betwist dat het noodzakelijk was om zijn auto weg te slepen. Verweerder heeft niet aangetoond dat eisers voertuig de werkzaamheden daadwerkelijk (ver)hinderde. Verder was het primaire besluit aanvankelijk niet compleet omdat het rapport van overbrenging ontbrak. Het primaire besluit is ook niet op de juiste wijze aan eiser bekendgemaakt. Eiser kreeg het primaire besluit namelijk pas bij het ophalen van zijn weggesleepte voertuig en hij moest hiervoor ook nog betalen. Tot slot verzoekt eiser om een schadevergoeding omdat zijn auto bij het wegslepen een deuk heeft opgelopen en hij reparatiekosten heeft moeten maken.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Volledigheid en bekendmaking primaire besluit
5. Uit de stukken blijkt dat op 25 september 2023 een beschikking wegslepen en in bewaring stellen is opgemaakt. Als bijlage bij dit document is een rapport van overbrenging gevoegd met daarin meer specifieke informatie over het wegslepen. Hoewel het volgens verweerder mogelijk is dat het rapport van overbrenging bij het ophalen van zijn auto per ongeluk niet aan eiser is verstrekt, is deze op 1 november 2023 alsnog tezamen met alle overige op de zaak betrekking hebbende stukken aan eiser verstuurd. Dit wordt door eiser niet betwist. Ook als vast zou komen te staan dat het primaire besluit aanvankelijk niet volledig zou zijn geweest, is het daarom niet aannemelijk dat eiser hierdoor in zijn belangen is geschaad. Alleen al om die reden slaagt dit betoog van eiser niet.
Het betoog van eiser dat het primaire besluit niet op de juiste wijze is bekendgemaakt, slaagt ook niet. Een beschikking wegslepen en in bewaring stellen wordt namelijk bekendgemaakt aan een rechthebbende die het voertuig afhaalt. Verweerder was dan ook niet gehouden om eiser voorafgaand aan het wegslepen van zijn auto hierover te informeren.
Mocht de auto worden weggesleept?
6. Partijen zijn het erover eens dat eiser zijn auto heeft geparkeerd op een plek waar op dat moment een parkeerverbod gold. Dat betekent dat eiser een overtreding heeft begaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de auto van eiser daarom mocht wegslepen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
6.1.
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
6.2.
In het geval van de auto van eiser zijn er geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken die maken dat verweerder moest afzien van het wegslepen van de auto. De rechtbank volgt eiser daarbij niet in zijn betoog dat het niet noodzakelijk was om zijn auto weg te slepen. In het brondocument is een proces-verbaal opgenomen met daarin een verklaring van de op dat moment dienstdoende verbalisant. Uit het proces-verbaal volgt onder meer dat de verbalisant van werklieden hoorde dat het voertuig van eiser in de weg stond voor de werkzaamheden in verband met bekabeling die in de weg aangebracht moest worden. De verbalisant heeft het voertuig toen laten wegslepen omdat anders de werkzaamheden niet konden worden uitgevoerd.
De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen reden om aan de juistheid van de waarneming van de verbalisant op dit onderdeel te twijfelen. De enkele stelling dat verweerder niet aan de hand van een tekening precies heeft kunnen aantonen dat zijn auto in de weg stond, is daarvoor onvoldoende.
6.3.
Eiser heeft verder geen bijzondere feiten of omstandigheden aangedragen die maken dat verweerder de wegsleepkosten redelijkerwijs niet voor rekening van eiser mocht laten komen.
Schadevergoeding
7. Gelet op het voorgaande mocht verweerder de auto van eiser wegslepen en de kosten daarvan voor zijn rekening laten komen. Van een onrechtmatig besluit is dan ook geen sprake. Alleen al om die reden komt eiser niet in aanmerking voor een schadevergoeding vanwege de kosten die hij heeft moeten maken voor de deuk in zijn auto. Los daarvan heeft verweerder er in het bestreden besluit terecht op gewezen dat eiser buiten deze procedure om een melding kan doen van zijn schade op de website www.denhaag.nl/meldingen op de pagina ‘Vergoeding materiële en/of letselschade aanvragen’.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het voertuig van eiser mocht wegslepen en de kosten hiervan voor zijn rekening mocht laten komen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
BIJLAGE
Gemeentewet
(….)
Artikel 125
1. Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
Wegenverkeerswet 1994
(….)
Artikel 170
1. Tot de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, behoort de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig, indien met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met
a. het belang van de veiligheid op de weg, of
b. het belang van de vrijheid van het verkeer, of
c. het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.
(….)
Artikel 173
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden:
a. de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen;
(….)
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
(….)
Artikel 24
1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
(….)
d. op een parkeergelegenheid:
(….)
3°. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;
Wegsleepverordening Gemeente Den Haag
(….)
Artikel 2
Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voorover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.
(….)
Besluit wegslepen van voertuigen
(….)
Artikel 2
De soorten van weggedeelten en wegen, bedoeld in artikel 173, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zijn:
(….)
c. parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage 1 bij het RVV 1990, waarbij ofwel op een onderbord wordt aangegeven:
(….)
3°. de dagen of uren waarop het parkeren is verboden.
(….)
Op grond van artikel 171, eerste lid en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994).
Eiser heeft gehandeld in strijd met artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de WVW 1994 en artikel 24 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1372.
Op grond van artikel 8:88, eerste lid en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).