Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-19
ECLI:NL:RBDHA:2024:23495
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,756 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/1367
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. R.A. Wassenburg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn subsidieaanvraag.
1.1.
Verweerder heeft dit besluit (het primaire besluit) op 19 december 2023 genomen. Met het bestreden besluit van 14 februari 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft op 17 november 2023 een subsidieaanvraag ingediend voor de demontage van zijn voertuig met kenteken [kenteken] . Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat het betreffende voertuig niet vóór 1 december 2021 op naam van eiser staat en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden voor de subsidieverlening.
Wat zijn de regels?
3. De relevante wet- en regelgeving zijn opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser kan zich niet verenigen met de afwijzing van zijn subsidieaanvraag. In zijn beroepschrift wijst eiser erop dat verweerder voorafgaand aan de afwijzing van de aanvraag heeft verzocht om een demontageverklaring. Daarmee heeft verweerder de indruk gewekt dat de subsidieaanvraag zou worden toegewezen. Eiser heeft op de zitting gesteld te erkennen dat hij zelf een vergissing heeft gemaakt door zich voorafgaand aan de aanvraag niet op de hoogte te stellen van de geldende voorwaarden voor de toekenning van de subsidie. Hij hoopt evenwel dat in dit geval een uitzondering kan worden gemaakt omdat hij nu achteraf bezien onnodige kosten heeft moeten maken voor het laten demonteren van zijn voertuig.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Door partijen wordt niet betwist dat niet is voldaan aan de voorwaarde van de Subsidieregeling dat het voertuig vóór 1 december 2021 in het kentekenregister van de RDW op naam van de aanvrager moet zijn gesteld. Op grond daarvan was verweerder verplicht de aanvraag van eiser af te wijzen.
6. Eiser heeft op de zitting gesteld dat zijn gronden niet zozeer moeten worden opgevat als een beroep op het vertrouwensbeginsel, als wel een beroep op de hardheidsclausule. Op grond van de hardheidsclausule kan verweerder in bijzondere gevallen van het bepaalde in de Subsidieregeling afwijken of bepalingen buiten toepassing laten, voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat eiser geen bijzondere feiten of omstandigheden heeft aangedragen die verweerder aanleiding hadden moeten geven om in dit geval de hardheidsclausule toe te passen. Eiser heeft op de zitting erkend dat hij in dit geval zelf een fout heeft gemaakt door voorafgaand aan de aanvraag de subsidievoorwaarden niet goed door te lezen en hiervoor als reden gegeven dat eerdere subsidieaanvragen van voorgaande jaren zonder problemen werden toegekend. De rechtbank overweegt dat eiser zelf verantwoordelijk is om zich op de hoogte te stellen van de geldende regelgeving. Hoewel de rechtbank begrijpt dat het vervelend is voor eiser dat hij door deze vergissing achteraf bezien onnodige kosten heeft gemaakt, kan deze omstandigheid dan ook niet worden aangemerkt als een onbillijkheid van overwegende aard.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2024.
De griffier is verhinderd te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
BIJLAGE
Subsidieregeling demontage dieselvoertuigen, bromfietsen en snorfietsen Den Haag 2023
(…)
Artikel 2:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de demontage van een blijkens de gegevens in het kentekenregister van het RDW, diesel aangedreven personenauto of bestelauto of voor de demontage van een bromfiets of snorfiets met een verbrandingsmotor
Het vervoersmiddel als bedoeld in het eerste lid moet, blijkens de gegevens in het kentekenregister van het RDW, sinds 1 december 2021 op naam van de aanvrager zijn gesteld.
Het vervoersmiddel als bedoeld in het eerste lid mag niet, blijkens de gegevens in het kentekenregister van het RDW, vóór de inwerkingtreding van onderhavige regeling zijn gedemonteerd.
(…)
Artikel 6:1 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in deze regeling afwijken of bepalingen buiten toepassing laten, voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Op grond van de Subsidieregeling demontage dieselvoertuigen, bromfietsen en snorfietsen Den Haag 2023 (hierna: de Subsidieregeling).
Op grond van artikel 2:2, tweede lid, van de Subsidieregeling.