Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:23486
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,804 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6288
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] (Polen), eiseres
en
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
(gemachtigde: mr. J.I.J. Langenberg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de oplegging van een boete wegens overtreding van het Arbeidstijdenbesluit vervoer (hierna: Atbv).
1.1.
Verweerder heeft dit besluit (het primaire besluit) op 26 juli 2022 genomen. Met het bestreden besluit van 22 augustus 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.
1.2.
Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen en heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2024 met behulp van een videoverbinding behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Op 22 december 2021 heeft een inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport de vrachtauto met kenteken [kenteken 1] , met oplegger met het kenteken [kenteken 2] , gecontroleerd op naleving van de Arbeidstijdenwet (hierna: Atw) en het Atbv. Hiervan is een boeterapport gedateerd 28 januari 2022 opgemaakt. Volgens de inspecteur waren er meerdere indicaties die aanleiding gaven een nader onderzoek in te stellen. Bij dit onderzoek van het voertuig bij een erkende werkplaats is een voorziening in het voertuig aangetroffen die kan worden aangewend voor manipulatie van de tachograaf. Zo is de bewegingssensor gemanipuleerd en is er een USB-poort op de tachograaf aangebracht. Verweerder heeft daarom vastgesteld dat eiseres artikel 2.4:13, tweede lid, van het Atbv, gelezen in samenhang met artikel 32, derde lid, van Verordening (EG) nr. 165/2014 heeft overtreden en een boete van € 10.375,- opgelegd.
Wat zijn de regels?
3. De relevante wet- en regelgeving zijn opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.
Wat vindt eiseres?
4. Eiseres kan zich niet verenigen met het opleggen van de boete. Zo is het volgens haar onvoldoende duidelijk dat de in het voertuig aangetroffen voorzieningen kunnen worden aangewend voor manipulatie van de rijtijden. Verweerder heeft geen video gemaakt van de werking van deze voorzieningen en de chauffeur was niet bij het onderzoek op de werkplaats aanwezig om dit te controleren. Bovendien is de chauffeur ten onrechte niet verhoord met behulp van een beëdigde tolk. Verder is de werkplaats waar het onderzoek heeft plaatsgevonden geen overheidsinstelling. Ook is ten onrechte niet onderzocht of mogelijk sprake is geweest van een storing van de tachograaf. Eiseres stelt voorts dat zij en de chauffeur niet op de hoogte waren van een eventuele manipulatie van de tachograaf. In dat kader stelt zij dat de vrachtwagen pas sinds 2020 in haar bezit is en het dus goed mogelijk is dat een van de vorige eigenaren wellicht meer weet van de aangetroffen apparatuur, maar dat daar geen navraag naar is gedaan. De tachograaf wordt bovendien regelmatig gekalibreerd en daarbij is de manipulatie nooit aangetroffen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. In het boeterapport is voldoende uiteengezet dat de tachograaf van het voertuig is gemanipuleerd. Zo staat in het boeterapport dat vlak voor de controle een rijtijd van vijf minuten was geregistreerd, terwijl de inspecteur het voertuig eerder al heeft zien rijden en er dus een langere rijtijd geregistreerd had moeten zijn. In het rapport staat verder dat de door eiseres gestelde rit volgens Google Maps een afstand van 95 km is, terwijl maar een afstand van 62,1 km is geregistreerd in de tachograaf. Ook laat de tachograaf op het moment dat de rijtijd werd geregistreerd een snelheidspiek van 0 naar 63 km per uur in één seconde zien. Verweerder heeft erop gewezen dat dit vaak gebeurt op het moment dat de tachograaf op ‘rijden’ wordt geschakeld, terwijl in werkelijkheid al gereden wordt. Onder meer op grond van deze vaststellingen was sprake van een concreet vermoeden van fraude zodat er nader onderzoek is ingesteld naar de vrachtwagen. Bij dit onderzoek door een erkende werkplaats is vastgesteld dat er een aftakking op de canbusbedrading van de tachograaf aanwezig is en dat de bewegingssensor niet tot de originele inbouw van DAF behoort. Er zijn een USB-poort en een USB-stick in de vrachtwagen ingebouwd. De monteur heeft vastgesteld dat de tachograafinstallatie kon worden gemanipuleerd.
5.1.
Hiermee staat vast dat eiseres in strijd heeft gehandeld met de hiervoor genoemde bepalingen. Verweerder heeft erop gewezen dat het voertuig is onderzocht door een gecertificeerde tachograaftechnicus in een erkende werkplaats en dat Verordening 165/2014 daar strenge eisen aan stelt. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de tachograaftechnicus niet deskundig is. Er bestond dan ook geen aanleiding om nogmaals onderzoek te laten doen door een andere tachograafdeskundige naar de mogelijkheid van een storing van de tachograaf. Uit het boeterapport blijkt dat de chauffeur na afloop van het onderzoek de USB-poort, de USB-stick en de bewegingssensor van de monteur heeft teruggekregen. Eiseres is daarmee voldoende in de gelegenheid gesteld om een contra-expertise te verrichten. Dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om contra-expertise te verrichten dient dan ook voor haar eigen rekening en risico te komen.
5.2.
Voor zover eiseres heeft gesteld dat verweerder de werking van de aangetroffen manipulatie niet heeft uitgelegd en ook de chauffeur niet bij het nadere onderzoek aanwezig is geweest om dit te controleren, overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder is niet gehouden om videobeelden van het nadere onderzoek te maken of eiseres anderszins nadere uitleg te verschaffen over de werking van de aangetroffen manipulatie, meer dan in het boeterapport is toegelicht. Daarbij mag verweerder uitgaan van een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt rapport tenzij grond bestaat voor twijfel aan de bevindingen in dat rapport. De enkele stelling van eiseres dat er geen videobewijs is gemaakt is daarvoor onvoldoende. Verder blijkt uit het boeterapport dat de bestuurder de vrachtwagen zelf naar de erkende werkplaats heeft gereden en daarbij geldt dat er geen verplichting is voor de aanwezigheid van de chauffeur bij het onderzoek. De rechtbank ziet verder ook geen grond voor het oordeel dat verweerder gehouden was om zelf stukken op te vragen van eerdere kalibraties. Eiseres had zelf deze stukken kunnen opvragen en inbrengen als zij dit noodzakelijk zou vinden.
6. De rechtbank overweegt tot slot dat de overtreding ook aan eiseres kan worden toegerekend. Eiseres is immers de eigenaar van het vervoersbedrijf en is daarmee zelf verantwoordelijk om het voertuig te controleren op de aanwezigheid van voorzieningen die manipulatie van de tachograaf mogelijk maken. De aangetroffen voorziening behoort niet tot de standaarduitrusting van een voertuig en eiseres had dit dus kunnen en moeten weten.
Van een omstandigheid op grond waarvan eiseres de overtreding niet of in verminderde mate kan worden toegerekend is niet gebleken. Verweerder kon in dit geval dan ook uitgaan van normale verwijtbaarheid en overeenkomstig het boetebedrag van € 10.375,-.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
BIJLAGE
Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer
Artikel 32
(…)
3. Het is verboden gegevens op het registratieblad, op de tachograaf of op de bestuurderskaart opgeslagen gegevens, of afdrukken van de tachograaf te vervalsen, te verbergen, uit te wissen of te vernietigen. Manipulatie van de tachograaf, het registratieblad of de bestuurderskaart die kan leiden tot het vervalsen, uitwissen of vernietigen van de gegevens en/of afgedrukte informatie is verboden. In het voertuig mag geen voorziening aanwezig zijn die met dit doel kan worden gebruikt.
Artikel 38
(…)
2. Indien controleambtenaren na het uitvoeren van een controle voldoende bewijs hebben gevonden voor een gegrond vermoeden van fraude, zijn zij bevoegd om het voertuig door te verwijzen naar een erkende werkplaats om aanvullende tests te verrichten en met name om na te gaan dat de tachograaf:
a. a) correct werkt;
b) correct gegevens registreert en opslaat, en dat de ijkparameters correct zijn.
3. Controleambtenaren krijgen de bevoegdheid om erkende werkplaatsen te verzoeken de in lid 2 bedoelde testen en specifieke testen uit te voeren om na te gaan of er manipulatie- instrumenten aanwezig zijn. Indien manipulatie-instrumenten worden ontdekt, kunnen de apparatuur, inclusief het instrument zelf, de voertuigunit of de onderdelen daarvan en de bestuurderskaart, uit het voertuig worden verwijderd en als bewijsmateriaal worden gebruikt overeenkomstig de nationale regelgeving betreffende procedures voor het behandelen van dergelijk bewijsmateriaal.
Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv)
Artikel 2.3:1
Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen van toepassing op iedere verplaatsing, die geheel of gedeeltelijk over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen plaats vindt in lege of beladen toestand, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, van:
a. een vrachtauto waarvan het kentekenbewijs een laadvermogen van meer dan 500 kilogram vermeldt, alsmede een losse trekker;
(…).
Artikel 2.4:13
(…)
2. Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, eerste lid, tweede alinea, 3, eerste lid, 27, 29, tweede lid, 32, eerste tot en met vierde lid, 33, eerste en tweede lid, 34, behoudens het derde lid, onder b, tweede alinea, 35, 36, eerste en tweede lid, 37, eerste lid, eerste volzin en tweede lid van verordening (EU) nr. 165/2014.
Artikel 8:1
1. Het niet naleven van de artikelen (…), 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, (…), levert een overtreding op.
Arbeidstijdenwet
Artikel 10:7
1. De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
(…)
6. Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. Voor overtredingen begaan door personen, bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, stellen Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister tezamen beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor die overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens de wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd.
Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022 (Beleidsregel)
Artikel 2
1. Deze beleidsregel is van toepassing op alle overtredingen die als zodanig bij of krachtens de Arbeidstijdenwet zijn aangemerkt en die betrekking hebben op arbeid verricht door personen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet en arbeid in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op arbeid verricht in of op motorrijtuigen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet.
Artikel 3
1. Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 10:5 van de Arbeidstijdenwet wordt voor alle overtredingen als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die gelden voor de onderscheiden onderwerpen in de Tarieflijst normbedragen bestuurlijke boete wegvervoer die als bijlage 1 bij deze beleidsregel is gevoegd. Deze normbedragen zijn van toepassing indien sprake is van normale verwijtbaarheid.
Bijlage 1. Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete wegvervoer (boetecatalogus) als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2019
Onder hoofdstuk 4, B2.4:5 (40) staat vermeld dat voor overtreding van art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 32, derde lid, Vo 165/2014, in verband met het in het voertuig een voorziening aanwezig hebben die gebruikt kan worden om de in de tachograaf, het registratieblad, of de op de bestuurderskaart opgeslagen gegeven en/of afdrukken kan vervalsen, uitwissen of vernietigen, een boete van € 10.375,- wordt opgelegd.
Op grond van artikel 3 jo. Bijlage 1 van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022.