Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-26
ECLI:NL:RBDHA:2024:23302
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
955 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/5501
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
en
De minister van Buitenlandse Zaken, de minister
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het besluit van het Franse consulaat in Lagos van 1 december 2023.
2. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
3. Eiseres heeft ten behoeve van haar nichtje [A.] een visumaanvraag gedaan.
Op 1 december 2023 heeft het Franse consulaat in Lagos namens Nederland deze visumaanvraag afgewezen.
4. Eiseres heeft op 26 maart 2024 beroep ingesteld in Nederland omdat zij wil dat de rechtbank deze kwestie onderzoekt en omdat zij het niet eens is met het besluit van 1 december 2023.
5. De rechtbank overweegt dat de Visumcode de mogelijkheid biedt om de afgifte van visa onder volledige vertegenwoordigingsbevoegdheid over te dragen aan de vertegenwoordiging van een andere lidstaat. Tussen Frankrijk en Nederland is een bilaterale regeling getroffen op grond waarvan Frankrijk bevoegd is om namens Nederland visumaanvragen te verlenen en te weigeren. De bevoegdheid om op visumaanvragen te beslissen is door Nederland volledig overgedragen aan Frankrijk. Tegen de afwijzing van een visum kan dan ook alleen in Frankrijk beroep worden ingesteld.
6. De rechtbank is daarom onbevoegd om van het beroep van eiseres tegen het besluit van het Franse consulaat kennis te nemen. Eiseres kan hiertegen alleen in Frankrijk in beroep gaan. Uit de door eiseres overgelegde stukken blijkt ook dat eiseres beroep heeft ingesteld in Frankrijk. Dit beroep is gezien de brief van 5 januari 2024 van het ‘Ministere de l’interieur et des Outre-Mer’ ontvangen door de Franse autoriteiten. Dat eiseres na 18 januari 2024 niks meer zou hebben vernomen van de Franse autoriteiten is vervelend, maar zij dient dit in Frankrijk aan de orde te stellen. De Nederlandse rechter is niet bevoegd hierover te oordelen. Uit het voorgaande volgt immers dat eiseres de afwijzing van de visumaanvraag niet in Nederland kan aanvechten. Zij kan alleen rechtsmiddelen aanwenden in Frankrijk.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8, vierde lid, aanhef en onder d, en artikel 32, derde lid, van de Visumcode. Zie ook de uitspraak van 2 februari 2016 van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch (ECLI:NL:RBDHA:2016:1762) en de uitspraak van 14 januari 2020 van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht (ECLI:NL:RBDHA:2020:694).