Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-22
ECLI:NL:RBDHA:2024:2316
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
731 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/9352
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 februari 2024 in de zaak tussen
[naam] , verzoekster,
geboren op [geboortedatum] ,
van Gambiaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. S. de Vaal),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij het primaire besluit van 8 februari 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster van 21 oktober 2022 voor het wijzigen van het verblijfsdoel naar ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen.
In het besluit van 27 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard en heeft de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Bij beroepschrift van 22 augustus 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het bestreden besluit. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 23/9342. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening geldt nu als een verzoek om aan verweerder te verbieden dat hij verzoekster uitzet totdat op het beroep is beslist.
Bij uitspraak van heden is het connexe beroep gegrond verklaard en is het besluit van 27 juli 2023 vernietigd.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer Awb 23/9342, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat, ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 875,- en een wegingsfactor 1),
Dictum
De voorzieningenrechter:
-wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
-veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt op:
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.