Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-20
ECLI:NL:RBDHA:2024:23121
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,302 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2226
Zaaknummer: C/09/663747
Datum beschikking: 20 juni 2024
Gezag, omgang en een informatieregeling
Beschikking op het op 26 maart 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.J. Zennipman te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. H. Dreesmann-Bruijntjes te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken, van de moeder, binnengekomen op
3 mei 2024;
het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, van de vader, binnengekomen op
13 mei 2024.
Op 16 mei 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de ouders, ieder bijgestaan door hun advocaat;
[naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2014 te
[geboorteplaats] .
De vader heeft [minderjarige] erkend.
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
[minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
te bepalen dat [minderjarige] als volgt bij hem zal verblijven:
gedurende de reguliere zorgregeling:
de eerste vier weken: om de week gedurende 3 uren;
de daaropvolgende vier weken: om de week een gehele dag van tenminste 8 uren op zaterdag of zondag;
vanaf de daaropvolgende vier weken: om de week, van zaterdag 12:00 uur tot zondag 18:00 uur;
gedurende de schoolvakanties:
zomervakantie: twee aaneengesloten weken;
kerstvakantie: op Tweede Kerstdag, met overnachting en om het jaar op Oud en Nieuw, met overnachting;
voorjaarsvakantie: twee dagen;
meivakantie: twee dagen;
herfstvakantie: twee dagen;
op Vaderdag;
een informatieregeling vast te stellen, zoals omschreven onder punt 8 van het verzoekschrift;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer. Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig:
te bepalen dat de moeder voortaan belast zal worden met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] ;
de vader het recht op omgang met [minderjarige] te ontzeggen voor de duur van een jaar;
voorwaardelijk: een onderzoek door de Raad te gelasten;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Eenhoofdig gezag en contact tussen [minderjarige] en de vader
Standpunten van de ouders
Gezien het verleden tussen de ouders kan en durft de moeder niet meer te overleggen met de vader. De relatie tussen [minderjarige] en de vader is ernstig verslechterd. De moeder stelt zich ten aanzien van het eenhoofdig gezag primair op het standpunt dat [minderjarige] klem en verloren dreigt te raken tussen de ouders. Subsidiair stelt de moeder dat het eenhoofdig gezag anderszins in het belang van [minderjarige] is. De communicatie tussen de ouders staat al jaren onder druk.
De vader wil niet met de moeder overleggen en is niet in staat om met haar afspraken te maken. Het lijkt voor de vader niet mogelijk om een beeld te vormen van de belangen van [minderjarige] , vermoedelijk door zijn niet aangeboren hersenletsel. De ouders hebben verschillende hulpverleningstrajecten doorlopen, maar gebleken is dat de vader niet leerbaar is, aldus de moeder. Daarnaast stelt de moeder dat de vader met een langdurige middelenverslaving kampt. Hierdoor is zijn gedrag grillig en onvoorspelbaar, wat de veiligheid van de moeder en [minderjarige] in gevaar brengt. Verder kampt de vader met depressies. De vader zoekt, voor zover de moeder weet, geen hulp voor deze problematiek. Ook leveren gezagsbeslissingen problemen op, zoals vakanties naar het buitenland. Zo heeft de vader in 2022 en 2023 pas enkele uren voor vertrek zijn toestemming gegeven voor een vakantie van [minderjarige] naar het buitenland met de moeder.
De moeder vindt het op dit moment niet in het belang van [minderjarige] om contact met de vader te hebben, nu dit volgens haar voor grote schade in haar ontwikkeling zal zorgen. Bovendien vertoont [minderjarige] zelf een grote weerstand in eventueel contact met de vader. Dit komt tot uiting bij haar huidige behandeling bij kindercoach [naam 2] . Namens de moeder is een brief overgelegd van [minderjarige] die zij bij haar kindercoach heeft geschreven, waaruit grote weerstand voor contact met de vader blijkt. Ook vertoont [minderjarige] klachten, omdat zij weet dat deze procedure aanhangig is. Zo geeft de moeder aan dat zij haar overal volgt uit angst dat haar vader haar komt ophalen en zal meenemen en zijn haar schoolprestaties achteruit gegaan. De moeder verzoekt daarom zelfstandig om de vader de omgang met [minderjarige] voor de duur van een jaar te ontzeggen. De moeder heeft subsidiair om een raadsonderzoek verzocht, maar vindt dit eigenlijk geen recht doen aan het belang van [minderjarige] . Dit zou namelijk betekenen dat [minderjarige] opnieuw met derden in gesprek moet over haar vader, wat voor haar zeer belastend is. [minderjarige] heeft volgens de moeder rust nodig. Deze rust kan worden bereikt door het primaire verzoek van de moeder toe te wijzen en de omgang tussen de vader en [minderjarige] voor de duur van een jaar te ontzeggen.
Ten aanzien van het verzoek tot eenhoofdig gezag van de moeder geeft de vader aan dat er geen wettelijke grondslag is om de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] . De vader heeft het vermoeden dat de houding van de moeder met zich meebrengt dat [minderjarige] zich tegen hem verzet. De vader stelt dat er na het uiteengaan van de ouders contact was tussen hem en [minderjarige] . De vader zag [minderjarige] om de week op de zaterdag of zondag, gedurende 3 tot 8 uur. De moeder was tijdens dit contact aanwezig. Ook is er twee keer begeleide omgang geweest door het [instelling] en is het Centrum voor Jeugd en Gezin betrokken geweest. Inmiddels is het 2,5 jaar geleden dat de vader [minderjarige] voor het laatst heeft gezien. De vader begrijpt dat een zorgregeling moet worden opgebouwd en heeft dit meegenomen in zijn verzoek. Ook staat hij in het begin van het contactherstel open voor begeleide omgang. Op de zitting is er namens de vader een raadsonderzoek verzocht om de mogelijkheden tot contactherstel tussen de vader en [minderjarige] te onderzoeken.
Standpunt van de Raad
De raadsmedewerker ter zitting heeft aangegeven dat zij in het licht van de standpunten van de ouders op dit moment geen concreet advies kan geven en heeft, gezien de complexe gezinssituatie, de rechtbank geadviseerd om een raadsonderzoek te gelasten.
Oordeel van de rechtbank
Tegen de door de ouders geschetste achtergrond en de door hen ingenomen standpunten is het voor de rechtbank op dit moment niet mogelijk om vast te stellen of herstel van het contact tussen de vader en [minderjarige] in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank acht voor deze belangenafweging meer informatie noodzakelijk en zal daarom een raadsonderzoek gelasten. Bij dit raadsonderzoek zal ook het verzoek van de moeder omtrent eenhoofdig gezag over [minderjarige] worden betrokken. Dit brengt mee dat aan de Raad de volgende onderzoeksvragen worden voorgelegd:
acht de Raad contact tussen de vader en [minderjarige] in het belang van [minderjarige] en zo ja, in welke vorm?
wat zijn de (on)mogelijkheden voor de vader en [minderjarige] in (eventueel) contactherstel?
bestaat in geval van handhaving van het gezamenlijk gezag van de ouders een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders, terwijl niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of is wijziging van het gezag anderszins in het belang van [minderjarige] ?
is (verdere) hulpverlening voor [minderjarige] en de ouders noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening?
acht de Raad andere zaken van belang voor de beslissing van de rechtbank?
Naast het voorgaande acht de rechtbank het van belang om meer zicht krijgen op de mening en beleving van [minderjarige] ten aanzien van eventueel contact(herstel) met de vader. Om dit in kaart te brengen zal de rechtbank een bijzondere curator benoemen. Op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.
De rechtbank kan dit doen als - in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige - de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve. De moeder stelt dat contactherstel tussen de vader en [minderjarige] niet in het belang van [minderjarige] is en geeft aan dat [minderjarige] hier weerstand tegen vertoont en dat [minderjarige] zelf geen contact met de vader wil. De vader verzoekt op zijn beurt vaststelling van een zorgregeling tussen hem en [minderjarige] . De rechtbank concludeert dan ook dat sprake is van conflicterende/strijdige belangen zoals bedoeld in artikel 1:250 BW. De rechtbank heeft mr. D.G.M. van den Hoogen bereid gevonden deze benoeming te aanvaarden.
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij in gesprek gaat met [minderjarige] om de visie van [minderjarige] ten aanzien van de (on)mogelijkheden tot contactherstel met de vader in kaart te brengen. Indien noodzakelijk wordt de bijzondere curator verzocht om, met inachtneming van het advies van de Raad, nadere aanbevelingen te doen aan de ouders voor henzelf en/of voor [minderjarige] .
Dictum
De rechtbank:
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot 15 december 2024 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank, met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze;
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2014 te ’ [geboorteplaats] :
mr. D.G.M. van den Hoogen [adres][e-mailadres][telefoonnummer]
bepaalt dat de bijzondere curator binnen vijf maanden schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank, aan de minderjarige en aan de ouders;
bepaalt dat de ouders binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de wederpartij te worden toegezonden;
*
bepaalt dat de moeder voorlopig met ingang van heden de vader schriftelijk zal informeren door hem eens per twee maanden een bericht te sturen met informatie over de school – en sportprestaties van [minderjarige] en belangrijke aangelegenheden betreffende [minderjarige] , met een goedgelijkende kleurenfoto van [minderjarige] ;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de zorg – c.q. omgangsregeling en de informatieregeling in afwachting van het voorgaande aan tot
15 december 2024 pro forma
;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 juni 2024.