Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:23014
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
539 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.36325
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. G.W. Mettendaf),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).
Procesverloop
Bij besluit van 11 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.36324, op 13 november 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen O.M. Karim. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.36324, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C.W. Ris-van Huussen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 december 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.