Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-11
ECLI:NL:RBDHA:2024:22658
Strafrecht
Proces-verbaal
1,319 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: [nummer 2]
Registratienummer team straf: 11167323 MB VERZ 24-3435
Uitspraakdatum : 11 september 2024
Dictum
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: Fixiq Legal Bezwaartegenverkeersboetes.nl
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 september 2024. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
Overwegingen
Aan betrokkene wordt verweten dat hij op 28 augustus 2022 met het voertuig met kenteken [kenteken] op de Meester P. Droogleever Fortuynweg, ter hoogte van perceel [nummer 1] te ’s-Gravenhage, buiten een verplicht parkeervak heeft geparkeerd (borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I van het RVV1990), terwijl hij op dat moment de kentekenhouder van dit voertuig was.
Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 100,00, exclusief administratiekosten.
Betrokkene heeft beroep ingesteld en in het beroepschrift aangevoerd dat er geen bebording aanwezig was ter plaatse die de verweten gedraging ondersteunt. De verbalisant heeft de gedraging bekeurd onder feitcode R337j, zoals vermeld op de aankondiging van de beschikking. Echter, op de uiteindelijke beschikking is een andere feitcode vermeld, namelijk R397j. Betrokkene uit twijfels over de bekwaamheid van de verbalisant. Daarnaast heeft betrokkene aangevoerd dat op de bewuste dag veel auto’s foutgeparkeerd stonden, wat volgens hem regelmatig voorkomt op die locatie.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de boete gematigd moet worden, omdat sprake is van schending van de hoorplicht. Voor het overige is verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen.
Het beroep is tijdig ingediend en er is zekerheid gesteld voor de betaling van de boete, dus het beroep is ontvankelijk.
Gelet op de in het zaakoverzicht van het CJIB opgenomen gegevens en de verklaring van betrokkene waarin de gedraging wordt erkend, is naar het oordeel van de kantonrechter vast komen te staan dat de gedraging is verricht.
De wisseling van feitcodes op de aankondiging van de beschikking en de uiteindelijke beschikking duidt op een administratieve correctie, die op zichzelf niet voldoende is om de juistheid van de boete in twijfel te trekken. Het gaat hier om een administratieve fout die geen invloed heeft op de vaststelling van de gedraging zelf. Er is geen reden om te twijfelen aan de bekwaamheid van de verbalisant op basis van deze fout.
Wat betreft de afwezigheid van bebording en het feit dat andere voertuigen eveneens foutgeparkeerd stonden, overweegt de kantonrechter dat het de verantwoordelijkheid van iedere bestuurder is om te parkeren in overeenstemming met de geldende regels. Het feit dat anderen mogelijk ook fout hebben geparkeerd, doet niets af aan de overtreding van betrokkene. Er is bovendien niet aannemelijk geworden dat de bebording daadwerkelijk ontbrak.
De kantonrechter constateert dat sprake is van schending van de hoorplicht. Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene echter niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, aangezien niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de boete met 25% te matigen, wat resulteert in een vermindering tot € 75,00 exclusief administratiekosten (100 – 25% = 75). Het beroep zal dan ook gedeeltelijk gegrond worden verklaard.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 75,00 exclusief administratiekosten;
bepaalt dat hetgeen te veel door betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv aan zekerheid is gesteld door de officier van justitie wordt gerestitueerd;
verklaart het beroep voor het overige ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Diepenhorst, kantonrechter, bijgestaan door
R. Tugo, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.