Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:22311
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
535 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.45397
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster]
, V-nummer: [V nummer] , verzoekster, (gemachtigde: mr. D. van Elp),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
Bij besluit van 18 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.45396, op
3 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, G. Ogbamichael als tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.45396, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 december 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.