Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-02
ECLI:NL:RBDHA:2024:22258
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
801 tokens
Inleiding
Uitspraak buiten zitting
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/11631
uitspraak van de enkelvoudige kamer van woensdag 2 oktober 2024 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster
(gemachtigde: R.A. Eekhuis), en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en
Veiligheid, verweerder
Overwegingen
l. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2
3. Verzoekster heeft op 28 september 2023 beroep ingesteld, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een visum kort verblijf. Bij besluit van 8 december 2023 heeft verweerder alsnog een beschikking kenbaar gemaakt aan verzoekster. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Ats het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Oat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
zaaknummer: AWB 23/ 11631 2
5. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen warden vergoed. Omdat verzoekster geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er oak geen kosten die vergoed kunnen warden. De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten daarom af.
6. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grand van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van€ 184,- te vergoeden.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.
Dictum
Afschrift aan partijen verzonden op:
1 0 OKT 2024
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.