Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-20
ECLI:NL:RBDHA:2024:22136
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,746 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.45550
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. E. Maalsen),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. A.N. Lammers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 18 november 2024 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2024, samen met de zaak NL24.45551, op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om terugname gedaan. De Franse autoriteiten hebben niet binnen twee weken op dit verzoek gereageerd. Daarmee staat de verantwoordelijkheid van Frankrijk sinds 26 juli 2024 vast. Ook hebben de autoriteiten van Frankrijk op 26 juli 2024 een claimakkoord gestuurd.
Zijn het voornemen en het bestreden besluit zorgvuldig tot stand gekomen?
5. Eiser betoogt dat het voornemen onzorgvuldig tot stand is gekomen. Volgens eiser gaat de minister in het voornemen onvoldoende gemotiveerd in op de verklaringen van eiser en waarom die verklaringen geen reden zijn om toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. In het voornemen heeft de minister gebruik gemaakt van een standaard tekstblok. Volgens eiser dient een voornemen echter toegespitst te zijn op concrete feiten en omstandigheden die eiser voorafgaand aan het voornemen heeft aangedragen. Anders is het bieden van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen in feite zinledig. In dit geval heeft eiser gedetailleerde verklaringen afgelegd over het feit dat hij slachtoffer is geweest van mensenhandel en over zijn werkzaamheden met betrekking tot het vervoeren van drugs. Van deze mensenhandel heeft eiser in Nederland aangifte gedaan, alleen is zijn zaak geseponeerd. Volgens eiser is het aan de minister om in het voornemen te motiveren dat overdracht van eiser niet van onevenredige hardheid getuigt en kan daarbij niet worden volstaan met een standaard tekstblok.
Daarnaast gaat de minister ook in het bestreden besluit niet in op het – in de zienswijze aangevoerde – standpunt van eiser dat de minister het voornemen onvoldoende heeft gemotiveerd. Volgens eiser is hierdoor ook het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat het voornemen een voorbereidingshandeling is waaraan geen rechtsgevolgen verbonden zijn. In het voornemen heeft de minister voldoende duidelijk uiteengezet dat, en op grond van welke redenen, Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Daarin staat ook dat het aan eiser is om bijzondere individuele omstandigheden naar voren te brengen waaruit blijkt dat overdracht van eiser leidt tot onevenredige hardheid en dat dit in geval van eiser niet is gebleken. Hoewel de verklaringen van eiser niet kenbaar zijn betrokken in het voornemen, heeft eiser in de zienswijzemogelijkheid wel de kans gekregen om te reageren op het voornemen en naar voren te brengen waarom zijn persoonlijke omstandigheden maken dat er van een overdracht moet worden afgezien. Het betoog van eiser op zitting dat hij niet goed weet waarop hij in de zienswijze moet reageren als er geen inhoudelijk standpunt van de minister bekend is, maakt dit niet anders. Het is in beginsel namelijk aan hem om deze bijzondere individuele omstandigheden naar voren te brengen. Daarom is het gebruik van een standaardtekst in het voornemen geen zorgvuldigheidsgebrek.
Het betoog van eiser dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, slaagt niet. Niet is gebleken dat de minister in het bestreden besluit niet ingaat op de standpunten die eiser in de zienswijze aanvoert.
Is het claimverzoek van de minister aan Frankrijk onvolledig?
6. Eiser betoogt dat het claimverzoek van de minister onvolledig is. Uit het claimverzoek volgt namelijk niet dat eiser ook naar Spanje, Oostenrijk en Finland is gereisd. Ook blijkt niet uit het claimverzoek dat eiser naast Italië ook in 2017 in Oostenrijk asiel heeft aangevraagd. Dit gebeurde allemaal voordat eiser naar Frankrijk is gereisd en hierover heeft eiser verklaard bij het Aanmeldgehoor Dublin Tot slot staat niet in het claimverzoek dat de asielaanvraag van eiser in Italië is ingewilligd, terwijl dat volgens eiser wel is gebeurd.
6.1.
Op grond van het beginsel van loyale samenwerking dient een lidstaat die een terugnameverzoek indient bij een andere lidstaat alle relevante informatie te verstrekken die voor de ontvangende lidstaat van belang is voor het vaststellen van diens verantwoordelijkheid. Artikel 23, vierde lid, van de Dublinverordening, luidt dan ook: ‘Een verzoek tot terugname wordt ingediend met behulp van een standaardformulier en gestaafd met bewijsmiddelen of indirecte bewijzen (…) op grond waarvan de autoriteiten van de aangezochte lidstaat kunnen nagaan of deze lidstaat op grond van de criteria van deze verordening verantwoordelijk is.’ Wanneer een claimverzoek niet volgens de criteria van dit artikellid is opgesteld kan worden geoordeeld dat het claimverzoek onvolledig is.
6.2.
De door eiser bedoelde informatie dat hij ook naar Spanje, Oostenrijk en Finland is gereisd, is naar oordeel van de rechtbank geen informatie die van belang is om de verantwoordelijkheid van Frankrijk vast te stellen. Daar komt bij dat Frankrijk het claimverzoek heeft aanvaard en niet is gebleken dat er voor de Franse autoriteiten informatie ontbreekt. Verder staat op het Eurodac-resultaat – dat met het claimverzoek is meegestuurd – dat eiser asielaanvragen in Oostenrijk en Italië heeft gedaan. Het betoog van eiser dat Italië zijn asielaanvraag heeft ingewilligd maakt dit niet anders. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij in Italië een verblijfsvergunning had. De informatie die eiser dus aanhaalt, valt daarom naar het oordeel van de rechtbank niet onder artikel 23, vierde lid, van de Dublinverordening. De beroepsgrond slaagt niet.
Kan de minister voor Frankrijk uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
7. Eiser betoogt dat de opvangomstandigheden in Frankrijk van invloed zijn op de individuele omstandigheden van eiser. In Frankrijk is een gebrek aan opvangplekken en als gevolg hiervan loopt eiser een groter risico slachtoffer te worden van de mensenhandelaar die hem eerder ook heeft gedwongen tot het verkopen van drugs en het hebben van seks met mannen. Volgens eiser blijkt uit het AIDA-rapport dat migranten, waaronder ook Dublin-terugkeerders, in Lyon vaak op straat leven. Uit het claimakkoord blijkt dat eiser zou vliegen naar Lyon. Verder bevestigt het AIDA-rapport wat eiser over de opvangomstandigheden heeft verklaard. Daarbij twijfelt de minister ook niet aan de verklaringen van eiser over zijn situatie toen hij in Frankrijk verbleef.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat voor Frankijk in het algemeen kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat er sprake is van aan het systeem gerelateerd tekortkomingen in de opvangvoorzieningen zodat niet langer mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser is hier niet in geslaagd.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling is genomen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 18, eerste lid, onder b van de Dublinverordening.
Artikel 25, tweede lid, van de Dublinverordening.
Artikel 18, eerste lid, onder d van de Dublinverordening.
Zie ook ABRvS 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348, r.o. 2.1.
AIDA Country Report: France (2023 Update).
Dit volgt uit ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:715, ABRvS 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1318, ABRvS 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3737, ABRvS 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863, ABRvS 10 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2362, ABRvS 27 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2625 en ABRvS 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552.
ABRvS 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3737.
ABRvS 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552.
AIDA Country Report: France (2023 Update).
ABRvS 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4852 en ECLI:NL:RVS:2024:4853.