Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-19
ECLI:NL:RBDHA:2024:21629
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
455 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.42451
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] en [naam 2], verzoekers,
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2],
(gemachtigde: mr. G.J. van Kammen),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. Bij besluiten van 23 oktober 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen om dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.42450 en NL24.46048, heeft de rechtbank de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.