Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:21463
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
757 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.35964
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. J. Singh)
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Bij besluit van 8 september 2023 heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Eiseres heeft een bezwaarschrift ingediend.
Verweerder heeft het bezwaarschrift bij besluit van 10 september 2024 kennelijk ongegrond verklaard. Eiseres heeft op 13 september 2024 beroep ingesteld tegen dit besluit.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet zeggen waarom hij of zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiseres op 18 september 2024 een bericht gestuurd waarin staat dat zij binnen vier weken moet aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit. Daarbij is medegedeeld dat, als eiseres niet binnen de genoemde termijn reageert, de rechtbank hieruit de gevolgtrekkingen zal maken die haar geraden voorkomen. Eiseres heeft niet op het bericht gereageerd. De rechtbank heeft eiseres daarom op 22 oktober 2024 opnieuw een bericht gestuurd waarin staat dat zij uiterlijk op 29 oktober 2024 moet aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit. Eiseres heeft niet op dit bericht gereageerd. Er zijn namens eiseres ook geen redenen genoemd waarom er geen beroepsgronden zijn ingediend.
4. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb) en zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
t