Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:21340
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
709 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50421
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
geboren op [geboortedatum],
van Iraakse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Bij brief van 9 december 2024 heeft eiser verzocht om herziening van de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 19 november 2024 in de zaak met zaaknummer NL24.41704.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:119, tweede lid, van de Awb, in samenhang met artikel 8:54 van de Awb, uitspraak zonder het houden van een zitting.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om de uitspraak van 19 november 2024 te herzien omdat het artikel (artikel 3.1, tweede lid, onder a, Vreemdelingenbesluit 2000) waarnaar de rechtbank in die uitspraak verwijst ziet op opvolgende aanvragen terwijl de aanvraag van eiser een eerste aanvraag betreft en de uitspraak daarmee evident onjuist is.
2. Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de bestuursrechter een uitspraak op verzoek van een partij herzien op grond van feiten of omstandigheden die (a) hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, die (b) bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn en, (c) waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3. De rechtbank ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb. Verzoeker beroept zich namelijk op feiten en omstandigheden die reeds voor de uitspraak bij hem bekend waren en waarvan het op de weg van verzoeker had gelegen om deze kenbaar te maken aan de rechtbank. Het verzoek is om die reden kennelijk ongegrond en kan niet tot herziening leiden.
Conclusie
4. De rechtbank wijst het verzoek om herziening af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.