Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-11
ECLI:NL:RBDHA:2024:20946
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
814 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29342
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft op 15 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf bij Bereket Zeru Weldesalassie.
Bij besluit van 17 januari 2024 heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen. Bij besluit van 2 september 2024 heeft verweerder het hiertegen gerichte bewaar gegrond verklaard en de aanvraag alsnog ingewilligd.
Eiseres is verzocht te reageren op het alsnog genomen besluit van verweerder. Eiseres heeft niet binnen de daarvoor gestelde termijn op dat verzoek gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 2 december 2022. Verweerder had op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen beslissen. Onder verwijzing naar de laatste volzin van dit artikellid heeft verweerder de beslistermijn verlengd met drie maanden. Verweerder had dus uiterlijk op 2 juni 2023 een besluit moeten nemen. Eiseres heeft verweerder op 22 mei 2023 in gebreke gesteld, terwijl op dat moment de beslistermijn nog niet was verstreken. Nu de ingebrekestelling niet rechtsgeldig is, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Er bestaat geen aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van de procedure.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht