Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:20867
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
856 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34114, NL24.34115
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam]
V-nummer: [nummer],
[naam]
V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
mede namens de (minderjarige) kinderen:
[naam]
V-nummer: [nummer],
[naam]
V-nummer: [nummer],
[naam]
V-nummer: [nummer],
[naam]
V-nummer: [nummer],
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Overwegingen
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op de beroepen van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 19 januari 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
3. Eisers hebben op 29 augustus 2024 een eerste beroep (NL24.34045) tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Op 30 augustus 2024 zijn nogmaals beroepen (NL24.34114 en NL24.34115) tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Op 30 september 2024 is door deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, uitspraak gedaan in het beroep van 29 augustus 2024.
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun opvolgende beroepen. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank immers al beslist op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers, zoals blijkt uit de in het dossier geüploade uitspraak van 30 september 2024. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, hebben eisers geen belang bij hun opvolgende beroepen.
5. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eisers in de stukken geen nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel een relevante wijziging van recht aan dit beroep ten grondslag hebben gelegd.
Conclusie
6. De beroepen van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit zijn kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
8. De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van I. Nauta, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.