Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:20839
Civiel recht
Beschikking
1,569 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Toezicht
Locatie 's-Gravenhage
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000382166:B001
CBM-nummer
:
BM30827
beschikkingsnummer
:
001
datum
:
12 december 2024
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
handelend onder de naam [naam] ,[adres 1] , [postcode 1] [plaats 1] ,Kamer van Koophandel-nummer [nummer] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,wonende te [adres 2] , [postcode 2] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 13 november 2024,
- de nadere informatie, ontvangen op 10 december 2024,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
Verzoeker vraagt de kantonrechter om de door betrokkene aan hem afgegeven machtiging om schuldhulpverlening voor hem te regelen te bekrachtigen. De gemeente heeft daarom gevraagd.
Uit de aanbevelingen meerderjarigenbewind volgt dat het aanvragen van een machtiging van de kantonrechter niet noodzakelijk wordt geacht. Echter, in de praktijk stuit de bewindvoerder op de volgende problemen:
(1) stagnatie vanuit de gemeente:
Zonder een door de rechtbank goedgekeurde machtiging weigert de gemeente verdere stappen te zetten in het schuldsaneringstraject van cliënten van verzoeker. Hierdoor dreigen cliënten vast te lopen in een onnodig langdurig proces, wat hun financiële situatie verder kan verslechteren.
(2) administratieve belasting voor cliënten:
Veel van de cliënten van verzoeker bevinden zich in een kwetsbare positie en ervaren aanzienlijke stress bij het zelfstandig ondertekenen van documenten voor de schuldsanering. Dit proces kan hen onnodig belasten en daarmee het doel van bewindvoering ondermijnen.
(3) efficiëntie van het proces:
Het hanteren van een machtiging vanuit de bewindvoerder heeft in het verleden bewezen het proces aanzienlijk te vereenvoudigen. Het intrekken van deze mogelijkheid leidt tot meer werkdruk voor zowel de cliënten als voor betrokken instanties, waaronder de gemeente.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Bij beschikking van 4 november 2024 zijn de goederen van betrokkene onder bewind gesteld vanwege verkwisting of het hebben van problematische schulden, met aanstelling van verzoeker tot bewindvoerder.
Verzoeker heeft betrokkene de volgende machtiging laten ondertekenen:
“MACHTIGING
Hierbij machtig ik [verzoeker] , [naam] om namens mij te tekenen voor de volgende documenten.
1. Verzoek tot schuldhulpverlening indienen
2. Aanvraagformulier financiële hulpverlening
3. Plan van Aanpak (PvA)
4. Schuldenoverzicht
5. Overeenkomsten
6. Saneringskrediet overeenkomst
7. Dwangakkoord/WSNP verzoek
8. Machtiging BRP
Plaats: [plaats 2]
Datum: [datum]
Naam: [betrokkene]
Handtekening:”
Voor zover de kantonrechter uit het dossier kan opmaken is betrokkene in staat om beschikkingshandelingen te verrichten en om de rekening en verantwoording te begrijpen en beoordelen. Dit blijkt ook uit het feit dat hij een machtiging heeft ondertekend voor verzoeker. Verder bevindt zich in het dossier geen medische informatie.
In het algemeen geldt dat voor een beheershandeling geen machtiging van de kantonrechter nodig is en dat voor beschikkingshandelingen waarover de wilsbekwame betrokkene en de bewindvoerder het eens zijn evenmin een machtiging van de kantonrechter noodzakelijk is. Reeds hierom dient het verzoek te worden afgewezen.
Voor zover het verzoek toch inhoudelijk beoordeeld zou moeten worden, wordt het volgende overwogen.
In het kader van een schuldsaneringstraject zal betrokkene waarschijnlijk gevraagd worden om zich maximaal in te spannen om inkomen te generen of, indien betrokkene daartoe niet in staat is, zich te onderwerpen aan een medische keuring om de mate van arbeids(on)geschiktheid vast te stellen. Deze inspanningsverplichting kan niet door de bewindvoerder worden overgenomen. De gemeente vindt daarom waarschijnlijk dat betrokkene bij het schuldhulpverleningstraject direct betrokken dient te worden en zijn verplichtingen daarom niet met een machtiging aan verzoeker kan overdragen. Dit kan ook niet met een machtiging van de kantonrechter, inhoudende de bekrachtiging van de door betrokkene getekende machtiging, gebeuren. Ook inhoudelijk dient het verzoek daarom te worden afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.