Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:20725
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,213 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.13500 en NL24.13502
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiseres]
, V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. L. Leenders),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de oplegging van een terugkeerbesluit (hierna: het bestreden besluit) en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
1.1.
Verweerder heeft in het bestreden besluit van 26 maart 2024 aan eiseres de verplichting om terug te keren naar Venezuela opgelegd omdat eiseres de vrije termijn heeft overschreden.
Beoordeling
Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dit uit.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1998 en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Verweerder heeft aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd, omdat eiseres de vrije termijn heeft overschreden. Uit het proces-verbaal van uitreiking van het bestreden besluit blijkt dat dit volgt uit de in het paspoort aangebrachte Schengen-inreisstempel voor Madrid op 1 februari 2022.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Eiseres voert aan dat ze gehoor heeft gegeven aan het bestreden besluit en zelfstandig is vertrokken naar haar land van herkomst.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Eiseres heeft binnen de aan haar gestelde termijn voor vertrek de Europese Unie verlaten. Door te voldoen aan de verplichting tot terugkeer is het terugkeerbesluit van 26 maart 2024 uitgewerkt. De rechtbank beoordeelt eerst of eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep.
5.1.
Uit de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 23 augustus 2013 volgt dat het belang bij de beoordeling van een terugkeerbesluit gelegen kan zijn in de mogelijkheid dat het terugkeerbesluit in de toekomst ook ten grondslag zal worden gelegd aan een inreisverbod. Om deze reden heeft eiseres belang bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit.
6. In de zelfstandige terugkeer van eiseres naar haar land van herkomst vindt de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat het terugkeerbesluit niet juist is en daarom onterecht is opgelegd. Eiseres heeft geen verdere gronden aangevoerd. Voor zover eiseres in haar zienswijze en in het verzoek om een voorlopige voorziening heeft aangevoerd dat zij in afwachting is van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning in Portugal, is dit niet in de beroepsgronden onderbouwd.
Conclusie
7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
8. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
9. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Drageljević, griffier.
Dictum
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de
rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U
moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is
verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw
verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak
op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:909.
Op grond van artikel 6.5a, van het Vb.
Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.