Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-14
ECLI:NL:RBDHA:2024:2060
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
605 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38632
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. M.M. van Duren).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2024 op zitting behandeld. Eiser is, na voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Verweerder heeft de rechtbank op 7 februari 2024 schriftelijk bericht dat eiser op 2 februari 2024 de opvang heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens schriftelijk laten weten dat hij en eiser niet ter zitting verschijnen. Daarbij heeft de gemachtigde van eiser niet aangegeven of hij nog contact heeft met eiser of dat hij weet waar eiser momenteel verblijft.
2. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. De rechtbank vindt zich daarin gesteund door vaste jurisprudentie van de Afdeling. Eiser heeft daarom geen belang bij een beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2024 door mr. H. Remerie, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en zal geanonimiseerd worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.