Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-06
ECLI:NL:RBDHA:2024:20419
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,079 tokens
Inleiding
uitspraak verzet
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.35966 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van [opposant], opposant1,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
Procesverloop
Bij uitspraak van 2 oktober 20242 heeft de rechtbank het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.3
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Opposant heeft niet verzocht om op zitting te worden gehoord. De rechtbank doet op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposant tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat de beslistermijn gelet op de WBV 2023/34 nog niet was verstreken. Dit betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend, wat heeft geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.
In verzet kan alleen worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot zijn kennelijke oordeel is gekomen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een behandeling op zitting in beroep ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de kennelijke uitkomst.
3. Opposant voert het volgende aan. Er is sprake van divergentie binnen de rechtspraak over de rechtsgeldigheid van de verlenging van beslistermijn in asielzaken, waardoor deze zaak zich niet leent voor afdoening buiten zitting. Ter onderbouwing verwijst opposant naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam,5 waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn met WBV 2023/3 onrechtmatig is. Ook
1. Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
2 ECLI:NL:RBDHA:2024:16101.
3 Algemene wet bestuursrecht.
4 Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235; in werking getreden op 26 januari 2023.
5 Zie de uitspraak van 13 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3346.
verwijst opposant naar de uitspraak van de Afdeling6 waarin prejudiciële vragen zijn gesteld.7
4. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding voor het oordeel dat niet tot een kennelijk oordeel kon worden gekomen. In verzet zijn immers geen argumenten naar voren gebracht die in het geval van een normale behandeling (ter zitting) hadden kunnen worden aangevoerd en waardoor twijfel zou zijn ontstaan over de uitkomst van het beroep.8 In de aangevallen uitspraak is verwezen naar de uitspraken van deze zittingsplaats van
19 april 2024.9 In deze uitspraken heeft de rechtbank overwogen dat de beantwoording van de aanhangige prejudiciële vragen niet kan worden afgewacht. Dat sprake is van divergerende rechtspraak staat naar het oordeel van de rechtbank als zodanig niet in de weg aan vereenvoudigde afdoening van de zaken.
5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 6 december 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
6 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7 Zie de uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125.
8 Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2177.
9 ECLI:NL:RBDHA:2024:5735 en ECLI:NL:RBDHA:2024:5737.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.