Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:20383
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,666 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-1574
Zaaknummer: C/09/643741
Datum beschikking: 15 februari 2024
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 23 februari 2023 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
advocaat: mr. M.D. van Velthoven te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
advocaat: mr. J.J.J.M.D. Maas te Woerden.
Procedure
Bij beschikking van 26 april 2023 van deze rechtbank is een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, het raadsonderzoek en de proceskosten aangehouden, in afwachting van het verloop van het door de ouders te volgen mediation traject en het verslag van de bijzondere curator. Daarnaast is in deze beschikking de zorgregeling tussen de vader en de kinderen voorlopig geschorst.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
het verslag van de bijzondere curator van 30 augustus 2023;
het F9-formulier van 20 september 2023 van de moeder;
het F9-formulier met bijlage van 22 september 2023 van de vader.
Op 18 januari 2024 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
de ouders, ieder bijgestaan door hun advocaat;
de bijzondere curator, mr. I.J. Pieters;
[naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Beoordeling
Bevindingen van de bijzondere curator
Uit de gesprekken tussen de bijzondere curator, [naam 2] en [naam 3] komt naar voren dat zij het gevoel hadden dat zij gedurende het contact met de vader niet echt welkom waren.
Zij vinden het lastig om hierover met de vader in gesprek te gaan.
Daarnaast gaven de kinderen aan dat zij gedurende de zomervakantie, waarbij zij 3 weken bij de moeder en 3 weken bij de vader verbleven, van de vader geen contact mochten hebben met de moeder. Zij misten de moeder en hebben toen stiekem met haar afgesproken. Andersom mochten de kinderen wel contact hebben met de vader toen zij bij de moeder waren. Verder geeft [naam 2] aan dat hij zich soms achtergesteld voelt door de vader. [naam 3] geeft juist aan dat zij het gevoel heeft dat zij werd voorgetrokken door de vader.
Ook vinden de kinderen het lastig dat de vader goed contact heeft met de broers van de moeder, ome [naam 6] en ome [naam 7] . Volgens de kinderen is ome [naam 7] gek en heeft ome [naam 6] in de gevangenis gezeten. De kinderen geven aan dat de vader meerdere gezichten heeft.
Hij zou doen alsof hij geïnteresseerd is, maar dat is hij eigenlijk niet.
De kinderen hebben aan de bijzondere curator gevraagd of hij namens hen aan de rechter wil vragen dat zij niet meer verplicht zijn om naar de vader te gaan. Beide kinderen geven aan geen behoefte te hebben aan contact met de vader en zus [naam 4] (die bij de vader woont). De vader heeft aan de bijzondere curator gevraagd of hij [naam 2] en [naam 3] een brief mocht sturen. De bijzondere curator wilde deze brieven aan de kinderen overhandigen en hierover met hen in gesprek. Beide kinderen stonden hier echter niet voor open.
De bijzondere curator heeft vervolgens aan de moeder gevraagd of zij de kinderen hiervoor kon motiveren. Dit is de moeder helaas niet gelukt.
De bijzondere curator geeft aan dat er sprake is van een uiterst gecompliceerde gezinssituatie. Er zijn twee compleet gescheiden gezinssystemen ontstaan. Vader en [naam 4] aan de ene kant, de moeder, haar partner [naam 5] , [naam 2] en [naam 3] aan de andere kant. De ouders staan zeer wantrouwend tegenover elkaar en verwijten elkaar veel. Ook heeft de bijzondere curator begrepen dat het mediation traject tussen de ouders bij [naam 8] vrij snel is beëindigd. Het betreurt de bijzondere curator dat hij geen wezenlijke vooruitgang in de situatie heeft kunnen boeken. Hij geeft aan dat de sleutel tot contactherstel ligt in de verbetering van de onderlinge relatie tussen de ouders en betreurt daarom dat het mediation traject vroegtijdig is beëindigd.
Standpunten van de ouders
De moeder geeft aan dat de vader en [naam 4] onjuiste feiten hebben gepresenteerd in hun gesprek met de bijzondere curator. Voor het overige kan zij zich vinden in het advies van de bijzondere curator. Zij stelt dat het nu beter met de kinderen gaat dan toen zij nog contact hadden met de vader. Volgens de moeder hebben de kinderen nu meer rust. Zij wil deze rust graag voor de kinderen behouden en persisteert daarom bij haar verzoek tot ontzegging van de omgang.
De vader geeft aan dat hij, toen de zorgregeling nog liep, nooit signalen heeft gekregen van de kinderen over de punten die zij aan de bijzondere curator hebben aangegeven.
Volgens de vader vroegen de kinderen juist regelmatig of ze een nachtje extra mochten blijven. Deze tegenstrijdigheid roept bij de vader de indruk op dat de geschiedenis achteraf wordt herschreven en dat er in de herinnering van de kinderen geen ruimte lijkt te zijn voor positieve herinneringen aan hun tijd met de vader. Ook is de vader opgevallen dat de moeder erg negatief is over [naam 4] . Hij geeft aan dat het tegendeel waar is. De vader is geschrokken van de onwrikbaar afwijzende houding van de kinderen. Daarnaast vindt de vader het spijtig dat [naam 2] en [naam 3] niet apart van elkaar door de bijzondere curator zijn gehoord. Volgens de vader wordt [naam 3] meegenomen in de weerstand van [naam 2] en is daardoor niet duidelijk geworden wat [naam 3] zelf van de situatie vindt.
De vader realiseert zich dat het weinig zin heeft om de kinderen te dwingen het contact met hem te hervatten. De onderliggende problematiek wordt daarmee niet opgelost. Gegeven de ernst van de situatie en de potentiële risico’s voor de kinderen hoopt de vader dat er buiten het vrijwillig kader in een vorm van toezicht kan worden voorzien waarbinnen de ontwikkeling van de kinderen wordt gemonitord, bijvoorbeeld in de vorm van een ondertoezichtstelling.
Advies van de Raad
De raadsmedewerker heeft op de zitting aangeven dat zij verwacht dat mediation een betere plek is om tot de oplossing van dit probleem te komen dan een jeugdbeschermer, nu de sleutel tot het oplossen van het probleem bij de ouders ligt. Volgens de raadsmedewerker is na het verslag van de bijzondere curator duidelijk geworden dat de kinderen op dit moment geen contact met de vader willen. Zij verwacht dat het niet in het belang van de kinderen is om hier harder aan te trekken en de kinderen tot contact met de vader te dwingen.
De raadsmedewerker geeft aan dat het over het algemeen in het belang van kinderen is dat zij contact met beide ouders hebben en hoopt dat [naam 2] en [naam 3] in de toekomst weer ruimte hebben voor contact met de vader. Om dit te stimuleren nodigt zij de vader uit om het contact met de kinderen open te houden en hen te laten weten dat hij aan ze denkt en dat zij nog steeds welkom bij hem zijn, bijvoorbeeld door af en toe een kaartje te sturen. Dit advies geldt ook voor de moeder, die momenteel geen contact heeft met [naam 4] .
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat zij graag gezien had dat [naam 2] en [naam 3] afzonderlijk met de bijzondere curator zouden hebben gesproken, maar zij begrijpt dat de bijzondere curator dit heeft geprobeerd en dat de kinderen dit echt niet wilden. Gedurende deze procedure is gebleken dat [naam 2] en [naam 3] een eenheid vormen. De bijzondere curator behartigt de belangen van beide kinderen. Gelet op de bevindingen van de bijzondere curator, verwacht de rechtbank ook niet dat [naam 3] in een één op één gesprek met de bijzondere curator (heel) andere uitspraken zou hebben gedaan dan de uitspraken die zij nu heeft gedaan.
De rechtbank ziet, mede in het licht van het raadsadvies op de zitting, geen meerwaarde in een beschermingsonderzoek door de Raad. Met de Raad verwacht de rechtbank niet dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer tot verandering van de huidige situatie zal leiden, omdat de sleutel tot de oplossing van het probleem in de onderlinge relatie van de ouders ligt. Bovendien is een beschermingsonderzoek erg belastend voor de kinderen, waardoor de rechtbank dit niet in hun belang acht.
Naar het oordeel van de rechtbank is er, door de verwijzing van de ouders naar een mediation traject (dat helaas zonder positief resultaat vroegtijdig is beëindigd) en de benoeming van een bijzondere curator, op dit moment al het nodige geprobeerd. Het is de rechtbank niet gebleken dat de moeder het contact tussen de vader en de kinderen blokkeert. De rechtbank ziet zich daarom genoodzaakt om het verzoek van de moeder tot ontzegging van de omgang toe te wijzen. De rechtbank vindt dit een trieste uitkomst, maar (gedwongen) contactherstel zal [naam 2] en [naam 3] op dit moment schaden. De rechtbank hoopt dat er in de toekomst ruimte bij de kinderen zal ontstaan om weer contact met de vader te zoeken.
Dictum
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 14 januari 2019 van de rechtbank Rotterdam en het daaraan gehechte en daarvan deel uitmakende convenant en ouderschapsplan –:
ontzegt de vader, [de vader] , geboren op [geboortedag 1] 1983 te [geboorteplaats 1] , het recht op omgang met:
[naam 2] (roepnaam: [naam 2] ), geboren op [geboortedag 2] 2009 te [geboorteplaats 2] ;
[naam 3] , geboren op [geboortedag 3] 2012 te [gemeente] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
ontslaat de bijzondere curator van zijn functie als bijzondere curator over voornoemde minderjarigen;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, (kinder)rechter, bijgestaan door
mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 februari 2024.