Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:20153
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
708 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.38616 en NL24.38618
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiser, en
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer 2] , eiseres
(gemachtigde: mr. H.J. Janse),
en
de Minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).
Procesverloop
1. Bij besluiten van 3 oktober 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL24.38615 en NL24.38617, op 28 november 2024 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.38615 en NL24.38617, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de rechtsgevolgen van de vernietigde bestreden besluiten in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaken veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Gezien de gelijktijdige behandeling ter zitting, worden de kosten voor het verschijnen ter zitting al vergoed in de beroepszaak.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
NL24.38615 en NL24.38617