Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-29
ECLI:NL:RBDHA:2024:20010
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
955 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.34689
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 2 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf, voor verblijf bij [referent] (referent).
Bij besluit van 26 januari 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Ondanks dat verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten, deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen is ingewilligd en verweerder geheel aan het beroep van verzoekster is tegemoetgekomen, ziet de rechtbank aanleiding het verzoek niet toe te wijzen, als kennelijk niet-ontvankelijk.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Verweerder heeft aan verzoekster tegengeworpen dat zij heeft nagelaten verweerder in gebreke te stellen, alvorens beroep in te stellen.
4. Verzoekster heeft een ingebrekestelling, gedateerd 3 oktober 2023, als bijlage bij de gronden van het beroepschrift niet tijdig beslissen ingebracht, maar heeft verzuimd – nu zich in het dossier evenmin een ontvangstbevestiging van verweerder van deze ingebrekestelling bevindt – om aan te tonen dat de ingebrekestelling ook daadwerkelijk is verzonden. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige ingebrekestelling en zou daarmee het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard.
5. Er bestaat derhalve geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 29 november 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit proceskosten bestuursrecht.