Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-27
ECLI:NL:RBDHA:2024:19924
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
820 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.30145
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
mede namens haar minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 2], V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] en [V-nummer 3]
(gemachtigde: mr. J.C.E. Hoftijzer), en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Kowsari).
Procesverloop
Bij besluit van 25 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.30144, op 12 november 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen F. Kerekezi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Overwegingen
Bij tussenuitspraak van vandaag, NL24.30144, stelt de rechtbank de minister in de gelegenheid het in het bestreden besluit geconstateerde gebrek binnen twee weken te herstellen. Het ziet er dus naar uit dat het nog enige tijd zal duren tot er een einduitspraak is in verzoeksters beroep. In verzoeksters belang bij het kunnen afwachten van deze einduitspraak in Nederland, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om haar verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en te beslissen dat verzoekster (en haar kinderen) niet mogen worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoekster in verband met het verzoek om een voorlopige voorziening gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op €
1.750,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst de voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verzoekster en haar kinderen niet mogen worden uitgezet totdat is beslist op het beroep;
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 november 2024
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.