Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-25
ECLI:NL:RBDHA:2024:19486
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
563 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.31476 en NL24.31478
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster 1,
V-nummer: [v-nummer],
[naam], verzoekster 2,
V-nummer: [v-nummer]
[naam] verzoeker 1,
V-nummer: [v-nummer],
[naam], verzoeker 2,
V-nummer: [v-nummer],
hierna tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Inleiding
1. Bij besluiten van 8 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
1.1.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 7 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.31475 en NL24.31477, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.