Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:19463
Civiel recht, Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,240 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/674869 / FA RK 24-7755
Datum beschikking: 4 november 2024
Afwijzing verzoek machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking naar aanleiding van het op 30 oktober 2024 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] in [plaatsnaam] ,
advocaat: mr. H.C. Uittenbogaart te Alphen aan den Rijn.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Katwijk van 29 oktober 2024 tot inbewaringstelling;
- de op 29 oktober 2024 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, M.L.M. Michiels, die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek (zitting) heeft plaatsgevonden op 4 november 2024. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door mr. M.J. de Jongh, waarnemend voor de advocaat;
- de arts W. Swagerman.
Standpunten ter zitting
Cliënt heeft op de zitting kenbaar gemaakt dat zij heel tevreden is over de haar bij [accommodatie] geboden zorg. Ze wil er heel graag blijven. De advocaat zich heeft namens cliënt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De arts heeft verklaard dat cliënt verpleeghuiszorg nodig heeft, met name gelet op de ontremming en het overzichtsverlies die bij haar worden gezien. Cliënt toonde aan het begin van de opname wisselend verzet. Zij stemde niet met de opname en reageerde afwijzend bij het aanbieden van zorg. Het verzet lijkt nu echter verbleekt. Cliënt toont geen gedragsmatig verzet tegen de opname, accepteert probleemloos alle haar geboden zorg en zegt nu op de zitting zelf ook dat ze in de accommodatie wil blijven. De arts sluit niet uit dat het verzet opnieuw aanwakkert, maar het lijkt er op dat cliënt zich in de opname kan vinden.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een vasculaire ziekte, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Cliënt is in toenemende mate verward en heeft ook waanideeën. Zij is ’s nachts erg onrustig waardoor zij uitgeput raakt. Zij maakt ’s nachts ook veelvuldig gebruik van de telefoon. Toen haar dochter daarop trachtte in te grijpen, is zij door cliënt gestompt. Cliënt is steeds minder goed in staat om initiatief te nemen. Zo moet zij worden aangespoord om te eten en te drinken. De dochter van cliënt raakt uitgeput.
Op de zitting is gebleken dat cliënt zich niet langer verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Uit de toelichting van de arts blijkt dat cliënt niet op zoek gaat naar een uitgang of probeert om weg te lopen. Ook is er de afgelopen dagen geen sprake meer geweest van verbaal verzet, maar geeft cliënt in plaats daarvan aan dat zij graag in de instelling wil blijven. Dit betekent dat niet is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.E. Schotte, rechter, bijgestaan door B.M. Muller - Santana de Andrade als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 november 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.