Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-19
ECLI:NL:RBDHA:2024:19047
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
985 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21684
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
v-nummer: [nummer],
[naam],
v-nummer: [nummer],
[naam],
v-nummer: [nummer],
[naam],
v-nummer: [nummer],
[naam],
v-nummer: [nummer],
[naam],
v-nummer: [nummer],
gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. F. van Dijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Overwegingen
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordelingen in de vergoeding van de proceskosten. Het verzoek is ingediend nadat verzoekers hun beroep tegen het niet tijdig beslissen hebben ingetrokken. De minister heeft op 17 oktober 2024 op de aanvraag van verzoekers beslist.
2. Omdat het verzoek als kennelijk ongegrond wordt afgewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. Verzoekers hebben eerder, in 2023, beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag van 9 augustus 2022. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van 15 maart 2024 dat beroep gegrond verklaard en een beslistermijn van acht weken opgelegd. Wanneer de minister hier niet aan voldeed verbeurde hij een dwangsom van € 100,- per dag, met een maximum van € 7.500,-.
5. De rechtbank overweegt dat volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020 een opvolgend beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk wordt verklaard als het is ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen. Verzoekers hebben het tweede (onderhavige) beroep tegen het niet tijdig beslissen ingediend op 21 mei 2024. Dat betekent dat de maximale dwangsom nog niet was volgelopen.
Conclusie
6. Nu er geen sprake was van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekend gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/beleidslijn-beroepen-niet-tijdig-vr.pdf.