Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-18
ECLI:NL:RBDHA:2024:18980
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
717 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.6139 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant], opposant,
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier)
Procesverloop
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 januari 2023. Bij uitspraak van 27 mei 2024 heeft de rechtbank het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan. Daarbij heeft opposant gevraagd om te worden gehoord op het verzet.
De rechtbank heeft het verzet op 31 oktober 2024 op zitting behandeld. Opposant en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
Beoordeling
1. Op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Awb kan behalve het bestuursorgaan alleen een belanghebbende verzet doen bij de bestuursrechter tegen een uitspraak die de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft gedaan.
2. Bij brief van 20 september 2024 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan de rechtbank medegedeeld dat opposant met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op 4 oktober 2024 de gemachtigde van opposant verzocht om kenbaar te maken of zij nog recent contact heeft gehad met opposant en of zij op de hoogte is van zijn verblijfplaats. Bij bericht van 4 oktober 2024 heeft de gemachtigde van opposant medegedeeld dat zij ten tijde van het indienen van de zienswijze voor het laatst contact heeft gehad met opposant. De rechtbank stelt vast dat deze zienswijze is ingediend op 2 april 2023. Hieruit moet worden afgeleid dat er geen recent contact is. Dat de gemachtigde daarnaast stelt te weten waar opposant verblijft, kan gelet op het ontbreken van recent contact met opposant geen zelfstandige betekenis hebben.
3. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat opposant niet langer prijs stelt op de aanvankelijk in Nederland gezochte bescherming, zodat er geen belang meer is bij de verdere behandeling van het verzet.
4. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de uitspraak van 27 mei 2024 in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 18 november 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.