Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:1887
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,940 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36637
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. M. Talsma).
Procesverloop
Bij besluit van 21 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 18 januari 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1997 en de Sri Lankaanse nationaliteit te hebben. Op 16 december 2021 heeft hij zijn eerste asielaanvraag ingediend in Nederland, welke niet heeft geleid tot de verlening van een verblijfsvergunning. In rechte staat vast dat niet geloofwaardig is dat eisers vader is vermoord door de Buda Bala Sana. Ook is niet aannemelijk dat eiser wegens zijn islamitische achtergrond te vrezen heeft bij terugkeer naar Sri Lanka.
2. Op 4 september 2023 heeft eiser de onderhavige asielaanvraag ingediend. Hij heeft daarbij aangegeven dat hij een opvolgende aanvraag wil indienen op dezelfde gronden als zijn eerdere aanvraag en daarbij negen documenten wil inbrengen om zijn relaas te onderbouwen, zijnde:
- Een originele verklaring van zijn moeder over de moord op haar man;
- Een originele overlijdensakte van zijn vader;
- Een originele verklaring van de familieadvocaat over de dood van zijn vader en de omstandigheden van de familie;
- Een originele aangifte van zijn moeder betreffende de dood van haar man met een vertaling;
- Een originele overlijdensakte van zijn vader met een vertaling;
- Een kopie van een verklaring van zijn broer;
- Een kopie van de identiteitskaart van zijn moeder en broer;
- Een kopie van een bewijs van zijn verblijf in een weeshuis;
- Een kopie van een bewijs van de studie van zijn broer.
3. Verweerder heeft de originele stukken laten onderzoeken door Bureau Documenten. Uit het onderzoek van 27 september 2023 blijkt dat de overlijdensakte van zijn vader hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. De verklaring van zijn moeder en de familieadvocaat zijn mogelijk niet bevoegd opgemaakt en afgegeven. De aangifte van zijn moeder is hoogstwaarschijnlijk niet echt. Verweerder heeft daarom overwogen dat de door eiser overgelegde documenten de kans op internationale bescherming niet vergroten en zijn aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
4. Eiser heeft in beroep voornamelijk de zienswijze herhaald. Hij is het, kort weergegeven, niet eens met het onderzoek van Bureau Documenten. Eiser is bezig met het opstarten van een contra-expertise. Eiser stelt verder dat ten onrechte is afgezien van een gehoor opvolgende asielaanvraag. Hij heeft niet kunnen reageren op de conclusie dat verschillende documenten hoogst waarschijnlijk zijn opgemaakt.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Procesbelang
5. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep.
6. Verweerder heeft op 3 januari 2024 meegedeeld dat eiser op 28 december 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft op 4 januari 2024 meegedeeld dat zij eiser op 21 december 2023 voor het laatst telefonisch heeft gesproken over het lopende beroep en heden nog contact heeft gehad via WhatsApp. Bij bericht van 16 januari 2024 heeft de gemachtigde van eiser nogmaals bevestigd nog in contact te zijn met eiser.
7. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat procesbelang in beginsel ontbreekt wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op het verzoek. Nu de gemachtigde van eiser recentelijk contact stelt te hebben gehad met eiser, ziet de rechtbank geen aanleiding om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. De beroepsgronden zullen daarom inhoudelijk worden beoordeeld.
Beoordeling
8. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw kan verweerder de opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaren wanneer door de vreemdeling geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag aan de aanvraag zijn gelegd of wanneer geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Uit het arrest L.H. tegen Nederland volgt dat de beoordeling of sprake is van nieuwe elementen of bevindingen plaatsvindt in twee fases. In de eerste fase wordt onderzocht of er nieuwe elementen of bevindingen zijn of door de vreemdeling zijn voorgelegd in verband met de behandeling van de vraag of hij in aanmerking kan komen voor internationale bescherming. In de tweede fase wordt onderzocht of de nieuwe elementen en bevindingen de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
Oordeel Bureau Documenten
9. Het uitgangspunt is dat verweerder uit mag gaan van het oordeel van Bureau Documenten. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd, aan de hand van de zienswijze, uiteengezet waarom de documenten niet bruikbaar zijn om te kunnen spreken van nieuwe elementen of bevindingen. Uit vaste jurisprudentie volgt dat het aanvechten van een door Bureau Documenten uitgebracht advies alleen kans van slagen heeft, indien daar een contra-expertise tegenover wordt gesteld. Eiser heeft voldoende gelegenheid gehad om dit in gang te zetten. Niet is gebleken dat een dergelijke contra-expertise is opgestart.
10. Verder is in de besluitvorming uiteengezet waarom van een gehoor is afgezien. Gelet op de uitslag van het onderzoek van Bureau Documenten was op voorhand duidelijk dat er geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag zijn gelegd aan de aanvraag, waardoor verweerder terecht geen aanleiding heeft gezien om eiser te horen.
Conclusie
11. Verweerder heeft de opvolgende asielaanvraag van eiser niet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478.