Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-31
ECLI:NL:RBDHA:2024:18743
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,846 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.30139 (beroep) en NL24.30140 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres/verzoekster, (hierna eiseres)
V-nummer: [v-nummer 1] ,
en
haar minderjarige dochter
[naam 1]
, [datum 1] 2019
V-nummer: [v-nummer 3] ,
(gemachtigde: mr. H. Loth),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Erdal).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [datum 2] 1980. Zij heeft op 22 april 2022 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 29 juli 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Eiseres heeft verder de voorzieningenrechter gevraagd om als voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet mag worden uitgezet totdat op haar beroep is beslist.
1.2.
De rechtbank heeft deze zaken op 18 oktober 2024 samen op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, P. Oronsaye als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de kennelijk ongegrondverklaring van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. In 2005 is eiseres uit Nigeria gevlucht omdat zij gedwongen werd om lid te worden van de cult [naam 3] . Eiseres is twee keer verkracht in Nigeria en vaak lastig gevallen door leden van [naam 3] . Eiseres heeft op verschillende plekken in Nigeria gewoond maar telkens vonden de leden van [naam 3] eiseres. Eiseres heeft geweigerd een meisje te vermoorden. Vervolgens is ze zelf bedreigd door leden van de cult. Hiervan heeft eiseres aangifte gedaan bij de politie. Eiseres vreest dat door de invloed die [naam 3] heeft in Nigeria, de politie haar zal zien als dader en als ronselaar voor de cult. Eiseres besloot daarom Nigeria te verlaten. Iemand bood eiseres hulp aan bij het verlaten van Nigeria. Van deze persoon moest eiseres in de prostitutie werken in Libië. Vervolgens is ze naar Italië gebracht. Hier moest eiseres van [naam 2] werken in de prostitutie. Dit heeft eiseres gedaan van 2005 tot 2011. Eiseres is uiteindelijk naar Nederland gekomen maar vreest dat als zij terugkeert naar Nigeria, de connecties van [naam 2] eiseres zullen vinden. [naam 2] heeft al eerder haar connecties in Nigeria gebruikt om de familie van eiseres lastig te vallen. De moeder van eiseres is overleden aan de stress die dit veroorzaakte en de broer van eiseres is overleden ten gevolge van mishandelingen aangedaan door de connecties van [naam 2] . Eiseres vreest bij terugkeer ook dat zij zich niet kan onttrekken aan de besnijdenis van haar dochter.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen met de cults [naam 3] of [naam 3] ;
3. Problemen met [naam 2] ;
4. Besnijdenis dochter.
Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat enkel het eerste asielmotief geloofwaardig is. Verweerder acht asielmotieven 2, 3 en 4 ongeloofwaardig en concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.
Heeft verweerder het politierapport en de overlijdensakte voldoende bij de beoordeling betrokken?
6. Eiseres voert aan dat verweerder het politierapport en de overlijdensakte van haar broer onvoldoende bij de beoordeling heeft betrokken. Hierbij verwijst eiseres naar het arrest L.H. van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
6.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de documenten voldoende bij de beoordeling heeft betrokken. Uit het bestreden besluit volgt dat Bureau Documenten het politierapport heeft onderzocht en heeft geconcludeerd dat het waarschijnlijk niet echt is. Het origineel uit 2003 heeft eiseres niet overgelegd. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de informatie uit de aangifte niet overeen komt met de informatie uit de overlijdensakte. In de aangifte staat onder andere dat de schurken de broer van eiseres in coma sloegen en dat hij sindsdien werd behandeld in het University of Benin Teaching Hospital. De overlijdensakte is echter opgesteld door het Saving Grace Hospital. Pas bij de zienswijze heeft eiseres verklaard dat haar broer was overgeplaatst. Hiervan heeft zij echter geen documenten overgelegd. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres?
7. Eiseres voert aan dat verweerder niet kenbaar heeft gemaakt welk referentiekader is gehanteerd tijdens de beoordeling van haar asielrelaas. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met haar opleidingsniveau en culturele achtergrond. Verweerder lijkt enkel rekening te houden met de leeftijd van eiseres.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Zo blijkt uit het voornemen dat eiseres na ontsnapping omstreeks 2010/2011 nog tot 2019 in Italië verbleef, en daar geen aangifte heeft gedaan. Verweerder acht dit gelet op de aangegeven problemen opmerkelijk. Desondanks volgt verweerder eiseres dat zij in Italië, waar de [naam 2] zou verblijven, geen aangifte durfde te doen. Ook volgt verweerder het standpunt van eiseres dat sprake was een cult die zichzelf zowel [naam 3] als [naam 3] / [naam 3] noemt. Ten slotte werpt verweerder eiseres niet tegen dat zij tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard dat haar broer in 2021 is overleden, dit niet in de correcties en aanvullingen is gecorrigeerd, maar uit de overgelegde stukken blijk dat hij in 2022 is overleden. De rechtbank kan verweerder volgen in zijn standpunt dat van eiseres verwacht mag worden dat zij over de kern van haar asielrelaas coherent kan verklaren. De stelling van eiseres dat zij vanwege haar opleidingsniveau en culturele achtergrond de bedreiging door een cult wezenlijk anders zou inschatten dan een volwassenen heeft eiseres niet onderbouwd. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder de problemen met de [naam 3] cult ongeloofwaardig kunnen achten?
8. Eiseres voert aan dat het feit dat zij drie jaar ongestoord heeft kunnen leven en geen verklaring heeft voor de lange zoektocht naar haar door [naam 3] , niet aan haar toe te rekenen is. Dat verweerder dit tegenwerpt, getuigt van subjectieve invulling door verweerder. Het zegt niets over de modus operandi van de cult. Het gaat om een zeer gewelddadige cult die langdurig achter haar leden aangaat. Eiseres weet ook niet waarom [naam 3] haar zo lang achterna heeft gezeten maar haar tegelijkertijd met rust gelaten hebben. Dat zij drie jaar rust heeft gehad in Nigeria, is daarom geen garantie op rust en veiligheid als eiseres terug moet keren. De dreiging blijft bestaan. Het is daarom ook onterecht tegengeworpen dat eiseres nog drie jaar in Nigeria is gebleven nadat de problemen met [naam 3] begonnen.
8.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de problemen met de cult ongeloofwaardig heeft kunnen achten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de cult nog steeds naar haar op zoek is. Eiseres is hierin niet geslaagd. Verweerder heeft het ongeloofwaardig kunnen vinden dat een cult eiseres wenst te vermoorden vanwege het weigeren van opdrachten terwijl eiseres na weigering meer dan een jaar op dezelfde plek kan wonen zonder dat de cult concreet iets onderneemt. Eiseres heeft immers verklaard dat de leden van de cult overal aanwezig zijn. Na de gestelde problemen met de cult is eiseres nog drie jaar in Nigeria gebleven zonder dat de cult iets heeft ondernomen tegen eiseres. De rechtbank kan verweerder volgen in zijn stelling dat eiseres hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat de cult nog steeds naar haar op zoek is. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder de problemen met [naam 2] ongeloofwaardig kunnen achten?
9. Eiseres voert aan dat zij slachtoffer is geweest van mensenhandel en prostitutie. Dat zij hiervan aanvankelijk geen aangifte heeft gedaan, betekent niet dat het ongeloofwaardig is. Verder volgt uit het Algemeen Ambtsbericht Nigeria 2023 dat eiseres als slachtoffer van mensenhandel het risico loopt op represailles als ze terugkeert naar Nigeria.
9.1
De rechtbank stelt vast dat eiseres meer dan tien jaar heeft gewacht om aangifte te doen van de mensenhandel. De rechtbank is het met verweerder eens dat dit afbreuk doet aan de aannemelijkheid van haar vrees voor de mensenhandelaren. Eiseres heeft niet coherent verklaard over de gestelde mishandeling en het overlijden van haar broer.
Conclusie
12. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van verweerder in stand blijft en eiseres geen verblijfsvergunning krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
13. Omdat op het beroep is beslist bestaat er geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Broekhof, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478.