Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:18638
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
709 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.37535
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoekster,
geboren op [geboortedatum] ,
van Afghaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 1] ,
(gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer),
mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam] ,
geboren op [geboortedatum] ,
van Afghaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 2]
En
[naam] ,
geboren op [geboortedatum] ,
van Afghaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 3] ,
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. K. Jansen).
Procesverloop
Bij besluit van 20 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL24.37534). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.37534, op 5 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar gemachtigde, de gemachtigde van de minister. Tevens was een tolk aanwezig.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.37534, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Gelet op de gelijktijdige behandeling ter zitting, worden de kosten voor het verschijnen ter zitting al vergoed in de beroepszaak.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.