Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:18380
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,868 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.31454
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: mr. E.H.J.M. de Bonth).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1994. Hij heeft op 21 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, nadat hij vanwege de oorlog moest vluchten uit Oekraïne. Eiser was dus als derdelander in Oekraïne, waardoor hij in eerste instantie tijdelijke bescherming heeft gekregen in Nederland tot 4 september 2023. Na deze periode is met het besluit van 6 september 2023 de tijdelijk bescherming van eiser in Nederland verlengd.
1.1.
In de periode dat eiser tijdelijke bescherming in Nederland had, heeft hij zijn asielprocedure in Nederland verder voortgezet. De minister heeft echter de asielaanvraag van eiser afgewezen met het besluit van 7 augustus 2024 (het bestreden besluit). Eiser is het niet eens met deze afwijzing en heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J. Singh als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Eiser heeft op 21 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. Aan deze asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat zijn vader spiritueel leider was en is overleden toen eiser drie jaar was. De familie van eisers vader wil dat eiser de rol als spiritueel leider binnen de gemeenschap opvolgt. Dat wil eiser niet. Toen eiser 27 jaar was begonnen daarom voor hem de problemen, eiser is ontvoerd geweest en vastgehouden voor twee weken op een onbekende plek. Eiser is vervolgens wakker geworden in het ziekenhuis. Na deze
1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
gebeurtenissen heeft eiser besloten een studievisum aan te vragen voor Oekraïne en is hij vertrokken uit Nigeria. Bij terugkeer naar Nigeria vreest eiser dat hij eenmaal aangekomen op het vliegveld direct meegenomen zal worden, om alsnog de positie van zijn vader als spiritueel leider over te nemen.
3. De minister heeft de asielaanvraag van eiser met het bestreden besluit afgewezen als ongegrond. Aan het asielrelaas van eiser liggen volgens de minister de volgende asielmotieven ten grondslag:
1. De identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. De problemen van eiser omdat hij de positie van zijn vader moet overnemen.
4. De minister acht het eerste asielmotief geloofwaardig. Het tweede asielmotief wordt echter door de minister ongeloofwaardig geacht. Eiser heeft namelijk volgens de minister vaag, summier en tegenstrijdig verklaard over de problemen die hij zou hebben gehad, omdat hij de positie van zijn vader zou moeten overnemen.
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en heeft tegen de overwegingen van de minister beroepsgronden ingediend. De rechtbank bespreekt de beroepsgronden hieronder.
Documenten
6. Eiser stelt dat het van hem niet verwacht mag worden dat hij ervan op de hoogte is dat hij zijn asielaanvraag moet onderbouwen met relevante documenten. Eiser komt uit Nigeria en is daardoor niet bekend met de Nederlandse asielprocedure.
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister mocht tegenwerpen dat eiser zijn asielaanvraag niet heeft onderbouwd met relevante documenten. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij wel documenten heeft, maar deze in Oekraïne heeft achtergelaten. Bij zijn vertrek uit Nigeria, wist eiser dus wel dat het belangrijk was om documenten mee te nemen. Dat eiser deze documenten niet mee heeft genomen naar Nederland, kan daarom aan eiser worden tegengeworpen. Daarbij komt dat eiser op dit moment al meer dan twee jaar in Nederland verblijft en op geen enkele wijze heeft geprobeerd om aan documenten te komen om zijn asielrelaas te onderbouwen. Ook dit mag eiser tegengeworpen worden. De beroepsgrond slaagt niet.
Overname van het leiderschap
Wie moet eiser overnemen?
8. Eiser stelt dat er sprake is van een motiveringsgebrek. De minister is in het bestreden besluit niet ingegaan op hetgeen eiser in zijn zienswijze heeft verklaard over wie hij moet overnemen als spiritueel leider. De enkele verwijzing van de minister naar het voornemen is onvoldoende, omdat dat geen reactie is op de zienswijze.
9. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een motiveringsgebrek. In het voornemen heeft de minister gemotiveerd dat eiser wisselend heeft verklaard over wie eiser moet overnemen als spiritueel leider. In eerste instantie heeft eiser in het combigehoor van 30 juli 2024 verklaard dat nadat zijn vader is overleden een andere persoon het
leiderschap heeft overgenomen en dat eiser daarna het leiderschap moet overnemen. 2 Later in hetzelfde gehoor heeft eiser verklaard dat hij zijn vader moet opvolgen.3 Deze verklaringen heeft de minister als wisselend kunnen aanmerken. Daarbij komt dat de minister in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiser in zijn zienswijze ten aanzien van het overnemen van de rol en het voortzetten van het gedachtegoed afwijken van hetgeen eiser tijdens het gehoor heeft verklaard. De minister heeft daarom voldoende gemotiveerd waarom eiser wisselend heeft verklaard. De beroepsgrond slaagt niet.
Hoe lang spelen de problemen al?
10. Eiser stelt dat hij duidelijk heeft verklaard wanneer de problemen zijn begonnen en hoe lang de problemen al spelen. Eiser verwijst daarbij naar zijn verklaringen in het combigehoor.4 Het is eiser onduidelijk op welke andere wijze van hem verwacht wordt dat hij zijn asielrelaas aannemelijk maakt. Eisers moeder heeft hem jaren beschermd door hem ver van de familie van zijn vader te houden en zij wilde ook niet dat eiser op de hoogte raakte van het feit dat zijn leven gevaar liep. Nadat eiser is ontvoerd heeft zijn moeder pas alles verteld.
10. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser wisselend heeft verklaard over hoe lang de problemen al spelen. Eiser heeft in het combigehoor eerst verklaard dat eiser toen hij 27 jaar was te horen kreeg dat de problemen al een jaar speelden.5 Later in het combigehoor verklaart eiser dat de problemen al heel lang speelden en dat zijn moeder aangifte heeft gedaan toen eiser nog heel jong was.6 Daarbij verklaart eiser dat zijn moeder deze problemen al 27 jaar verborgen heeft gehouden. Eiser verklaart dus aan de ene kant dat de problemen één jaar spelen en aan de andere kant verklaart eiser dat de problemen al spelen sinds hij heel jong was. De verwijzing naar de verklaringen van eiser in het combigehoor, maakt dit niet anders. Uit deze verklaringen blijkt juist dat eiser wisselend heeft verklaard. De beroepsgrond slaagt niet.
Wie ontvingen de bedreigingen van eisers familie?
12. Op de zitting heeft de minister desgevraagd de gestelde tegenstrijdigheid in het kader van het ontvangen van de bedreigingen, niet meer aan eiser tegengeworpen. De rechtbank zal daarom de beroepsgronden gericht tegen deze overweging niet behandelen.
Zijn eisers verklaringen over de problemen met zijn familie vaag en summier?
13. Eiser stelt dat zijn verklaringen over de problemen met de familie van zijn vaderskant niet vaag en summier zijn. Eiser heeft gedetailleerd verklaard dat hij geacht wordt om zijn vader op te volgen. Als duidelijk wordt dat hij dit niet doet, wordt hij vervolgd en ontvoerd. Daarbij heeft hij duidelijk verklaard over het motief van zijn moeder. In het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd welke informatie nog meer van eiser wordt verwacht.
2 Zie combigehoor p. 11
3 Zie combigehoor p. 14.
4 Zie combigehoor, p. 14, 15, 17 en 18.
5 Zie combigehoor, p. 14.
6 Zie combigehoor, p. 19.
14. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser over zijn problemen vaag en summier zijn. Uit de verklaringen van eiser in het combigehoor blijkt dat zijn verklaringen ten aanzien van zijn asielrelaas enkel van horen zeggen zijn of gebaseerd zijn op aannames. Nu deze problemen de reden zijn dat eiser is gevlucht uit Nigeria, mag van hem verwacht worden dat hij hier gedetailleerd over kan verklaren. Van eiser mag daarom ook verwacht worden dat hij inspanningen levert om deze informatie te verkrijgen. Voor het ongeluk van zijn moeder had hij intensief contact met haar. De minister mocht daarom van eiser verwachten dat hij zijn moeder in detail heeft bevraagd over deze problemen. Nu eiser dit niet heeft gedaan, mag de minister tegenwerpen dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de problemen met de familie van zijn vaderskant. De beroepsgrond slaagt niet.
De ontvoering
Eisers verklaringen over zijn ontvoering
15. Eiser stelt dat het standpunt van de minister dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de ontvoering geen stand kan houden.
Conclusie
21. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
8 Zie combigehoor, p. 21.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 oktober 2024
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.